Mijn hand glijdt over de grote teen van mijn rechtervoet, om de zojuist opgemerkte haar ervan af te vegen, maar het lukt niet. Nog eens proberen. Weer niet. Hij zit vast. Er groeit gewoon een haar op mijn teen. Vreselijk dat zo’n teenonterend brutaal ding zomaar door mijn huid gebroken is, om zich in krulachtige bochtjes een centimeter lang fier tentoon te stellen. Hij moet weg, dood, vernietigd.

Na de eerste schok probeert mijn ‘gezond’ verstand de schoonheid in de haar te ontdekken. In de subtiele wendingen, de kleur. Viesblond. Het lukt niet. Vervolgens proberen diezelfde hersencellen mijn paniek de mond te snoeren met een lesje relativeren.

‘Je kont is te dik, daar doe je niet moeilijk over.’
‘Niks mis met mijn kont.’
‘Dat bedoel ik! En je wordt oud.’
‘Oud worden is cool.’
‘Die eerste grijze haar laatst, daar deed je toch ook niet moeilijk over?’
‘Sterker nog: Ik ben er trots op!
‘Wat zit je dan te zeiken?’
‘Er groeit een fucking haar op mijn grote teen!’
‘Zucht.’

Ik moet gek geworden zijn.  Oorlogen, allesverwoestende tornado’s, huiselijk leed, overstromingen, zinloos geweld, ziekte. Zoveel ellende. En ik? Ik staar al, elk moment dat de kans zich voordoet, vier en een halve dag naar mijn teen. Nog in de ontkenningsfase, want steeds slaat de paniek toe, alsof het de allereerste keer is dat ik hem zie. Een vreemde vorm van masochisme verbiedt mij het ding te lijf te gaan.

Werken lukt niet meer. Na de ontdekking is mijn bureauhouding veranderd naar een ‘wijdbeens benen over elkaar’. Heel onsmakelijk kan ik zo ongestoord mijn teen betasten in de hoop dat de beharing vanzelf verdwenen is. Overduidelijk vergeet ik mijn werk te verrichten, maar de opmerkingen daarover gaan compleet aan mij voorbij.

‘Zit je weer met jouw grote teen te spelen?
Zo flauw.

Mijn kinderen worden gek van me. Nee, ik kan niet helpen met huiswerk, geen afwas doen, geen eten koken, heb geen tijd om te praten over puberale zaken. Er is een belangrijkere zaak die ik moet zien, bevoelen, en die om mijn onverdeelde aandacht schreeuwt.

Een uur geleden kwam ik thuis na mijn poging tot werken.
Natuurlijk deed ik gelijk mijn schoenen uit.
De haar –stiekem had ik hem Harry genoemd- was weg. Weggeschuurd door de ruwe binnenkant van mijn schoen. Ineens kwam het besef dat er iets veranderd was tussen ons, de afgelopen week. Huilend doorzocht ik mijn schoen om een laatste eer te kunnen bewijzen, maar Harry was al gevlogen.
Zijn nazaten zullen een warmer welkom krijgen.

Categorieën: Hokusai bon

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

8 reacties

Mien · 15 juli 2020 op 09:43

Oeps, scary Hairy om zeep geholpen. Dat vraagd om een vervolg. 😂

van Gellekom · 15 juli 2020 op 10:16

Lekker geschreven, Arta. Ik herken het probleem maar dan met haar dat uit mijn oor begint te groeien 😀

Nummer 22 · 15 juli 2020 op 16:49

Waar haar haar tot schrijven heeft doen bewegen (..). ‘Vroeguh’ vertelde een lokale Hagenees, ‘vroeguh waren alle mensen in de oertijd behaard!’ Oh ja, vroeg ik ‘ hoe weet u dat? Oh, meneuh dah hep ik gelesuh’ Mooi, u leest en ik ken geen enkele lokale Hagenees. Wat ik hierboven schreef heb ik uit mijn duim gezogen waar geen haar uitsteekt dat mij ergert. Gelukkig maar heb ik nog haar, ach een beetje grijs en zwart, maar ik heb haar en haar maar dat is geen bezit..

Arta, ik heb even genoten en nu ga ik wat haartjes uit mijn neusgaten trekken want dat moet! Why?, kunt vragen …. nou even naar de tandarts morgenvroeg om 08.00 uur en als hij zo mijn neusgaten inkijkt dan moet dat geen oerwoud zijn!

G.van Stipdonk · 16 juli 2020 op 16:39

Waar ik aan denk: van Haar naar Zeep lijkt mij geen grote stap. Arta!

Mien · 20 juli 2020 op 14:12

Enne Arta … lukt het nog een beetje met Herr Soap!?

Geef een reactie