Er was niet echt een vangnet voor mensen die als expat in het buitenland hadden gewerkt. Ze merkte het in alles aan haar vriendin. Ze hadden verwacht dat er meer voor hen geregeld zou zijn. Maar in Nederland zat niemand op hen te wachten. Iedereen was doorgegaan met zijn eigen leven, alle mooie banen waren ingevuld en voor andere jobs werden goedkopere krachten aangetrokken. Het voelde heel oneerlijk.

Het contract van haar man was beëindigd, de afkoopsom die hij had meegekregen was toereikend voor een jaar. Als ze tenminste zuinig leefden. De weekendjes Parijs en New York zaten er niet meer in. Althans, niet op de manier zoals ze gewend waren. Geen oesters, geen champagne. Het voelde heel oneerlijk, ze moesten overal zelf achter aan. Er was geen huis, geen vergoeding, eigenlijk waren ze paria’s, overgelaten aan hun eigen lot. Alsof de maatschappij thuis zei “jullie hebben lang genoeg geprofiteerd van de voordelen die jullie hadden”. Ze vergaten alleen dat het geen makkelijk leven was. Haar man constant aan het werk, zij voortdurend thuis, zonder werk, zonder eigenlijk een nuttige invulling van haar leven. Zeker na het vertrek van haar beste vriendin. De man van haar vriendin was al eerder vertrokken bij het bedrijf. Ze had het vreemd gevonden maar achteraf was het de beste beslissing die die twee ooit hadden kunnen nemen. Had haar man het ook maar gedaan.

Maar nee, die was er veel te lang van overtuigd geweest dat hij zijn leidinggevenden er wel van kon overtuigen dat het nieuwe afdelingshoofd geen knip voor zijn neus waard was. Onderschat nooit je tegenstanders, het was een motto dat hem te laat ter ore was gekomen. Hij had het wel gedaan. Met als gevolg dat ze nu, voor hun gevoel, met lege handen terug moesten naar Nederland. Zonder vrienden, zonder collega’s, eigenlijk gewoon zonder iets. Zelfs het huis waar ze in konden wonen, was niet van hen. Oh, wat had ze een heimwee naar het heerlijke huis in Portugal. Met het grote terras, het prachtige zwembad en de geur van oleanders iedere avond. Nu zat ze hier in Rotterdam, ook een prima stad, maar koud, regenachtig, in een rijtjeshuis. En dan nog mocht ze niet klagen, haar man had een prima regeling maar het was niet makkelijk om weer aan de slag te geraken. Eind veertig, veel ervaring maar niet in Nederland, behoorlijk wat salariseisen. Hij kwam vaker gedesillusioneerd terug dan niet.

Voor haar was het ook niet makkelijk. Voor ze met haar man was vertrokken, was ze directiesecretaresse geweest. Maar dat was lang geleden. Nog voor het faxapparaat in de mode was gekomen. Tegenwoordig zat er niemand meer te wachten op een secretaresse die kon telexen. Managers beheerden hun eigen agenda. E-mail had de brieven vervangen en het leek wel of niemand meer maalde om het juiste gebruik van de Nederlandse taal. Ze voelde zich soms gewoon een fossiel. Bij ieder sollicitatiegesprek werd ze van top tot teen bekeken. Oké, ze droeg een mantelpakje en een parelketting, maar wat was daar verkeerd aan. Een zichzelf respecterende vrouw droeg altijd kousen. Dus.

Categorieën: Mannen & Vrouwen

0 reacties

Geef een reactie