Haastig trek ik de voordeur dicht. Handschoenen aan, het is koud buiten. Ik steek mijn fietssleutel in het slot en klap de standaard in. Heel even sluit ik mijn ogen en bereid me mentaal voor op wat komen gaat. Ja, ik ben er klaar voor. Het is elf minuten voor acht. Ze kunnen hier ieder moment zijn. Precies om tien voor acht fietsen ze langs mijn voortuin. De vaart zit er goed in. Voorop fietst de leraar. Tenminste, ik ga er vanuit dat hij leraar is, aan zijn tas te zien. De leraar heeft grijze haren en een mooie zwarte herenfiets. Zijn sjaal bedekt de helft van zijn gezicht. Achter de leraar fietst de chaotische studente. Zij draagt gekleurde kleding en dito make-up. Rondom haar fietsstuur kronkelt een klimop. Een nepperd. Roze gespoten. Haar fiets piept en kraakt aan alle kanten.

Het kost mij iedere keer weer moeite om bij het tweetal aan te sluiten, maar toch lukt het altijd. Na een paar seconden maak ik deel uit van het peloton. De afstand tussen ons is een meter of drie en hoewel dat afgesproken lijkt is dit niet het geval. Niets van dit is afgesproken. We trappen langs de vaart. Wind tegen. De kruising waar de hekkensluiter zich bij de groep zal voegen komt dichterbij. De langharige kantoorpik heeft ons al in het vizier. Hij doet mij denken aan Tarzan. Zonder iets te zeggen voegt hij zich bij het groepje baanwielrenners. Want zo mogen wij best genoemd worden.

Als we de stoplichten naderen, zet de kantoorpik zijn sprint in. Voorovergebogen scheurt hij ons alle drie voorbij en neemt de leiding. De snelheid wordt verhoogd. Het stoplicht springt op oranje, maar wachten is geen optie. Nog een meter of vijftien. We racen de Randweg over. Direct na het oversteken is het mijn beurt. Op mijn stationsfiets met slinger in beide wielen passeer ik mijn team. Iets waar ik overigens veel moeite voor moet doen. Ik bel driftig met mijn fietsbel om tegenliggers te waarschuwen.

Tijd voor een inhaalrace van de studente is er niet. Nooit, eigenlijk. Het station is in zicht. Ik schat nog een minuut of twee voor de trein naar Amsterdam Centraal vertrekt. En voor die tijd moeten wij op het perron zijn. Ik ga op mijn trappers staan om met de laatste kracht uit mijn benen de eindstreep te halen. De rest volgt. Mijn hartslag loopt tegen de 180. Ik ben buiten adem. Zo’n goede conditie heb ik niet. Eigenlijk helemaal geen.

De trein komt binnenrijden. Snel dump ik mijn fiets in het rek en haal mijn sleuteltje uit het slot. Op mijn hakken ren ik de trappen op. Het groepje baanwielrenners is niet meer, wij zijn allen weer individueel. Als ik de trein instap, geeft de conducteur een fluitsignaal. Ik plof hijgend en puffend neer in de eersteklas. Mijn benen voelen zwaar. Ik kijk op mijn horloge. Ruim vier minuten, maar nog net geen vijf. Een record. De kantoorpik neemt plaats schuin tegenover mij. Zijn wangen zijn rood en zweetdruppeltjes glinsteren op zijn voorhoofd. We wisselen geen woord, maar denken allebei hetzelfde. Morgen, tien voor acht. En geen minuut later.

Categorieën: VEC

16 reacties

Dees · 1 januari 2009 op 16:34

Hee Maardoe,

Leuk dat jij de VEC hebt. Mooi, uitgebalanceerd stukje en een grijns op de uitsmijter. Well done 😉

Mien · 1 januari 2009 op 18:19

Verfrissende column en je schrijfstijl blijft aangenaam.
Met deze column ook goed ingespeeld op het thema Estafette (naar je werk)!
Kortom, knappe column.

Deze vond ik scherp gevonden:
[quote]Zonder iets te zeggen voegt hij zich bij het groepje baanwielrenners. Want zo mogen wij best genoemd worden.[/quote]

Mien

KawaSutra · 1 januari 2009 op 18:29

Treffende beschrijving van de dagelijkse race tegen de klok met de onuitgesproken verbondenheid als kenmerkend thema. Uitstekende VEC.

pally · 1 januari 2009 op 22:57

Mooie VC, Doemaar, die stilzwijgende afspraak, dat even met elkaar verbonden zijn in vaste regels met een duidelijk eindpunt, sterk!

groet van pally

WritersBlocq · 2 januari 2009 op 00:58

Gaaf!! Supergoed geschreven, en ik ben blij dat je de VEC hebt anders had ik je nog niet gelezen wegens gebrek aan tijd en teveel van van alles, maar ik ga je in de gaten houden want hier houd ik wel van.
Leuk! Groetje, Pauline.

Ma3anne · 2 januari 2009 op 09:23

Knap, hoe je de stilzwijgende vanzelfsprekendheid hebt geschilderd.
Erg mooi en zeer terecht een VEC voor jou. Je komt steeds beter tot je recht als schrijver.
Een Tien voor Taal!

schoevers · 2 januari 2009 op 09:56

ik sluit mij aan. Mooie column met een goede spanningsopbouw naar het einde.
Hulde.

bartklaassen · 2 januari 2009 op 10:04

Hey Doe!

Ben nu ook geregistreerd lid van Column X, speciaal om jou maandstukjes te lezen. Elke keer zorg je met je stukjes weer voor een glimlach op mijn gezicht. Keep up the good work!

doemaar88 · 3 januari 2009 op 21:05

Jeetje, ik vond het ontzettend spannend om de VEC te schrijven, maar ben blij met alle leuke reacties en complimenten die ik heb gekregen. Thanks! 😀

Liefs, doe

lisa-marie · 5 januari 2009 op 09:00

Hij is sterk en treffend!
Ik zat even bij je achterop in het onuitgesproken baanwielrengroepje.
Ga hem van de maand nog zeker een paar keer lezen 😀

Prlwytskovsky · 5 januari 2009 op 18:27

[quote]Morgen, tien voor acht. En geen minuut later.[/quote]

Met andere woorden: gewoon weer aan het werk gaan?

Krasblog · 9 januari 2009 op 12:31

Diep respect. Prachtige column!

Anne · 9 januari 2009 op 21:27

Nog niet gelezen maar gelukkig niet gemist, blij dat jij VEC bent. Heel erg mooi stukje. Prachtig geschilderd, die gemanipuleerde toevalligheid en routine. Echt heel mooi.

Neuskleuter · 20 januari 2009 op 00:06

11 dagen voor het einde van de maand, maar gelukkig staat je column er lang genoeg. Met een vaart geschreven, met een vaart gelezen. Mooi!

Mup · 23 januari 2009 op 20:10

😉 :wave:

Groet Mup

doemaar88 · 28 januari 2009 op 09:39

Nogmaals dank voor alle reacties!! 😀

Geef een antwoord