Een mooie merel hopt vrolijk door het gras. Mees en mus spontaan erachter aan. Gekwitter en gekwetter. Een Vlaamse gaai breekt twijgen in twee. Zijn nest is nog niet klaar. Kan het hem wat bommen? Een ekster verkent de omgeving. Vandaag valt er niets te stelen. Kauwen huppelen wat in het rond. Toch nog iets om op te jagen? Een Turkse tortel vliegt met ziel en zaligheid zijn toekomstige bruid achter de rokken. Fuckie, fuckie zou hij willen roepen, maar dat is hem zijn eer te na. Het boomkruipertje denkt er het zijne van en huppelt nog eens driftig langs de boomstam op en neer. Het insectenleger trekt zich terug.

Bomen, struiken en ligusters zijn eindelijk geëxplodeerd. Volle bladerdaken reiken in zacht helder groen tot hoog in de hemel. Takken komen opnieuw tot leven. Toveren in de blauwe lucht een prachtig vormenkleed. De lentebloesem geurt in alle kleuren. De natuur springt uit zijn knop. Wat niet ontluikt is ongeduld. Want daar zit niemand op te wachten?

Het lange gras krijgt alvast een grote beurt. Scherpe messen maaien het gazon een kopje kleiner. Het trillen van de maaier wekt de grond. Wriemelende wormen worstelen zich weerbarstig een weg naar boven. Boven het maaiveld zijn ze met geheven hoofd voor merellief en soortgenoten een fijne prooi … as sweet as candy.

Het roodborstje rent en hupt nieuwsgierig door het rulle zand. Ook hij wil wel een wormpje prikken. Met zijn priemende zwarte kijkers ziet hij slakken sloom marcheren langs de vijver. De slakken, druipend en dolend in slijm, speuren aarzelend met hun antennes, hemel en aarde af, zoekend naar lotsbestemming. Een lange en moeizame reis in een kort bestaan.

Koele kikkers zwemmen met dikke poten wijdbeens in groen troebel vijverwater rond. Schoolslag, rugslag en crawl het is hun eender. Bilspieren worden volop getraind. Zwarte salamanders met oranje buik zweven bibberend, traag en slaapdronken door het water, nog half in winterslaap. Een vink met waternippend bekkie schrikt van zijn eigen spiegelbeeld. Wie is die rare vogel?

Oranje vissen breken wijdbeks snakkend naar adem door het wateroppervlak. Waterjuffers schrikken zich een hoedje en schaatsen verontwaardigd naar de overkant. Het gezoem van bijen en muggen is niet van de lucht. Vlinders fladderen dartelend en speels onnavolgbaar om elkaar heen en weten met zichzelf geen blijf.

Twee neukende libellen vliegen kop aan kont zinderend door de blauwe lucht. Ja, ja, soms kan het verkeren in mijn tuintje. Vandaag wordt weer een veelbelovende dag. De zon gaat vast weer gloren.
Elke dag opnieuw geniet ik met volle teugen van het natuurtheater in mijn tuin.
Dagelijks wat bakjes leut en twee liter natuur, dat doet een mens zo’n goed.

[b][url=http://link.brightcove.com/services/player/bcpid18011345001?bclid=14433699001&bctid=9556683001]Mien Slakkengang[/url][/b]

[img align=left]http://anneman.files.wordpress.com/2007/04/merel.jpg[/img]


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

10 reacties

u-queen · 8 mei 2009 op 22:38

Jeetje, je hebt een heel natuur reservaat in je achtertuin 😉 Erg leuk en beeldend geschreven 😀

WritersBlocq · 9 mei 2009 op 01:00

Alsof de natuur staccato voorbij komt vliegen.

En dan die erg mooie foto eronder, zelf geschoten? (neeeee, die bedoel ik niet dubbelzinnig).

DACS1973 · 9 mei 2009 op 06:36

Hé vogel!

Macx · 9 mei 2009 op 08:19

Het is een grappige beschouwing van de bedrijvigheid in je tuin. Leuk!

LouisP · 9 mei 2009 op 09:59

Mien,

details. Daar gaat het om. Daar heb je ogen voor nodig, en oren.
Natuur, vogels, oren en ogen. Voor details. Je hebt het allemaal.

Bijzonder!

groet,

Louis

arta · 9 mei 2009 op 10:27

Lekker leesvoer op zo’n zonnige zaterdagochtend met vogeltjes op de achtergrond (en de kerkklokken van de Sint-Jan).Volgens mij is het weer genieten in jouw tuin vandaag!
🙂

doemaar88 · 9 mei 2009 op 18:02

Je titel vond ik al heerlijk. Een stuk bomvol details, maar niet teveel. Precies genoeg. Een stuk over het doen en laten van de beesten in de natuur. Vrijheid. Ieder beest zijn eigen ding. Mooi, Mien, mooi! Complimenten.

Ma3anne · 9 mei 2009 op 18:29

Een uitbundig voorjaar vraagt om een uitbundige column en dat is je gelukt.
Wat me wel weer opvalt als ‘typisch’ Mieneriaans: de opsomming. Let eens op het begin van elke alinea, die je telkens met de simpelste zinsconstructie begint: onderwerp-persoonsvorm.
Op het laatst stoorde me dat toch een beetje. Daar is meer variatie in aan te brengen.

Een mooie merel hopt
Een Turkse tortel vliegt
Bomen, struiken en ligusters zijn
Het lange gras krijgt
Het roodborstje rent
Koele kikkers zwemmen
Oranje vissen breken
Twee neukende libellen vliegen

Anne · 10 mei 2009 op 20:39

Ha ha, zou je hier moeten komen. Spinnen, schorpioenen, slangen, eksters, vuurvliegen, merels, mussen, bonte kraaien, mezen, vlaamse gaaien en lieveheersbeestjes. Oh en een enkele beer, of een wolf. Da’s nog veeeeel mooier. 😀

Mien · 11 mei 2009 op 07:21

@allen: Bedankt voor jullie reacties

@Anne: In een groter land mag het best 4 liter zijn 😉

@M3: Het ritme van de repeterende natuur heeft me hiertoe aangezet, daarom heb ik de column ook kort gehouden

Mien

Geef een antwoord