SH! – Baobabfineer en de leermeester – 1/2

De week voor oud en nieuw was een week van gezinshereniging. Zowel Liesje, Debby als ik hadden vrij van werk en school. Debby had daardoor ruim de tijd om te MSN’en, waarmee ze overigens de voorliggende weken ook al meer dan gemiddeld bezig was. Voor mij betekende dat, naast de voorgenomen gezamenlijke uitstapjes, tevens de start van een reeds wekenlang gekoesterde droom: het reviseren van twee speakerboxen.

Onderbuikgevoel

“Pfft, lig jij nu wéér naast me? Ik heb je al zo vaak gezegd dat je welkom bent op me, onder me, desnoods aan me, maar ik wil je niet naast me.”
Ik kijk mijn bedgenoot aan. Boos. Argwanend. Hij geeft geen antwoord, rommelt alleen nors. Letterlijk en figuurlijk stom. Het maakt mij misselijk.

Lucifers

Telkens als ik ze uitblaas blakeren ze zwart na. Ik snuif de zwavel zoetjes op. Terug stoppen in het doosje mag slechts omgekeerd. De zwaluw brandt anders zijn staart. Het is alsof de duivel ermee speelt. Het gaat namelijk bijna altijd mis. Mijn vingers kleuren zwart van gruis, als ik de stokjes rood op zwart, in het veel te kleine doosje, telkens opnieuw sorteer. Ik vloek en tier en gruwel. En toch zijn ze onmisbaar die kleine zwavelstokken. Ze zijn mij dierbaar, mijn lichtbrengers in grote duisternis.

Vogels Vliegen

Mijn voetstappen klinken hol op het lege perron. Het fluitsignaal snerpt in mijn oren. Met een laatste krachtinspanning en een extra grote sprong bereik ik nog net het balkon. De trein trekt al op als ik hijgend neerval op de rode kunstleren bank. Mijn mond en keel zijn droog als perkament en aan de pijn in mijn borst te voelen, kunnen mijn longen ieder moment scheuren. Jezus nog aan toe is dat rennen. Gelukkig het bonzen van mijn hart zakt snel af. Amusant te bedenken dat, dank zij de verplichte fitness uren waar ik zo’n hekel aan heb, mijn conditie kennelijk top is.

Sterk spul

Ik zit languit, onderuit gezakt in mijn blauw, opklapbaar strandstoeltje. Een peuk in mijn rechter-, en een fles, te dure, goedkope wijn in mijn linkerhand. Een warm gevoel van welzijn stroomt door mijn lichaam, eindelijk!

Realistisch dromen

‘Zo’n compleet uitgerangeerde, overwerkte, verlepte moeder? Mij niet gezien!’ Een zes jaar jongere stem weerklinkt in mijn gedachten. Destijds was ik dan ook heilig overtuigd van dit veronderstelde feit. Iets zodanigs zou mij eenvoudigweg niet gebeuren. Daar ben ik immers zelf bij. Inmiddels is mij het tegendeel wel bewezen. Ik ben er nog bij. Verlept, uitgerangeerd en overwerkt.

Vroeg of laat

Het is even voor achten. Mijn trein had er allang moeten zijn, maar door uitgelopen werkzaamheden aan het spoor is de dienstregeling helemaal in de war. Midden in een galmend omroepbericht gaat mijn mobiel. Ik neem het gesprek aan en druk mijn vinger in mijn andere oor. “Ik denk dat het is begonnen.” Ik neem de trein terug naar huis. Die rijdt gelukkig wel.

Het kind

Het is heerlijk weer en ik besluit met Twister, de hond, het bos in te gaan. Gewoon een stukje lopen. Genieten van de invallende herfst. Dit had me al wakker moeten schudden, want als ik nou ergens een hekel aan heb, is het de herfst en lopen. Ik hou van de zomer en van fietsen zonder tegenwind.

Tot de dood ons bindt

“Doe het niet”, fluistert hij. De toon van zijn stem verraadt de moeite die het kost om de woorden te produceren.
“Ik wil het echt.”
“Een foutere man dan mij kun je niet treffen.” Met een grom in jouw haren probeer ik de ernst, die plots ontstaan is, te ontkrachten. De intieme sfeer van een paar minuten geleden weer terug te lokken. De kracht van de armen om mij heen verzwakt.

Jarig!

Het is nog donker als ik wakker word, ik werp een blik op de wekker en zie dat het pas drie uur in de morgen is. Drie uur en ik ben klaar wakker, what´s new!