“Pfft, lig jij nu wéér naast me? Ik heb je al zo vaak gezegd dat je welkom bent op me, onder me, desnoods aan me, maar ik wil je niet naast me.”
Ik kijk mijn bedgenoot aan. Boos. Argwanend. Hij geeft geen antwoord, rommelt alleen nors. Letterlijk en figuurlijk stom. Het maakt mij misselijk.
De dag slecht begonnen, stap ik uit mijn warme bed. Kijkend in de spiegel besef ik dat hij me geen goed doet. Een weerzinwekkend spiegelbeeld staart terug. Mijn ontbijt sla ik over. Een kop karamelkoffie druipt mijn maag binnen en komt vergezeld door zuur binnen een half uur weer terug. Grauw stap ik op mijn fiets naar mijn werk. Even afleiding.

“Eet jij niets?” vraagt een collega, terwijl ik tegen mijn lunch zit aan te hikken. Eén hapje van de gezonde ‘volkorenboterham met niks’ heeft zijn weg naar mijn slokdarm al gevonden. Slokdarm. Een vies woord. Alsof hij altijd honger heeft. Mijn zin in eten is vergaan. Het dienblad gaat onverrichter zaken terug.

Tegen drie uur ’s middags verspreidt een wee gevoel zich door mijn lichaam dat zich omzet in een allesoverheersende trek. Mijn benen voelen aan als zigzaglijnen. Bureaus draaien om mijn hoofd. Ik moet eten. Het moet. Vanuit mijn kluisje tover ik een rijstwafel tevoorschijn. Voorzichtig breek ik één rondje af en laat het smakeloos door mijn mond dwalen. Wanneer ik het doorslik is er even opluchting, gevolgd door een genegeerde roep om meer. Net als mijn lichaam, sleept ook de dag zich langzaam, erg langzaam voort.

Traag fiets ik om vijf uur weer naar huis, mezelf overtuigend dat het eigenlijk wel meevalt. ‘Een vrouw zonder buikje is geen echte vrouw’, ‘Eigenlijk zie ik er best goed uit’ en de knipoog van een aardige automobilist, die, met gevaar voor eigen leven, op de rem trapt om mij over te laten steken, geven de doorslag. Wat doe ik mezelf aan?

[i]Eén of twee keer per jaar overvalt het me: Ontevredenheid. Over alles en nog wat, maar vooral over mijzelf. Gelukkig wordt de tijd tussen ontkenningsfase en het ‘oh-is-dat-het-weer’-moment steeds beperkter. [/i]

“Zal ik friet meenemen, jongens?” roep ik tegen de telefoon, die aan de andere kant op speaker staat. Natuurlijk hebben de kinderen geen bezwaar. Vlug neem ik de bestelling op en rijd een paar minuten later met mijn calorieënbom naar huis. Héérlijk. Frites speciaal!

Wanneer ik diezelfde avond in bed lig, begrijp ik niets meer van mijn zeurgedrag van die ochtend. Lachend aai ik even over mijn buik en fluister: “Je mag bést naast me liggen, hoor!”


Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

19 reacties

Libelle · 17 september 2012 op 08:28

Lief en zeer geslaagd menselijk stukje. Allemaal nodig om je buik ‘buikje’ te kunnen blijven noemen denk ik.

lisa-marie · 17 september 2012 op 09:50

friet met alles erop en eraan, dat kan soms zo echt nodig zijn 😆
chocolade helpt ook .
mooie laatste zin !

SIMBA · 17 september 2012 op 11:03

:hammer: 😆 O,o,o, wat zal jouw buik blij zijn geweest met die frietjes!

Harrie · 17 september 2012 op 11:40

Friet, de gele motor. Als buiken toch een konden spreken. Leuke column Arte! 😀

Nachtzuster · 17 september 2012 op 11:48

Wat een geweldige opening! 😆 Ik heb genoten van je hele stukje, helaas ook herkenbaar bij mij. Inclusief de friet!

Dees · 17 september 2012 op 11:58

Vreemd, ik zou toch kunnen zweren dat hij al een tijdje elke dag naast mij ligt. Het is een sloerie!

Mien · 17 september 2012 op 12:09

Geweldige column Arta.
Vooral de diepgang.
Meesterlijk.
De filosofie van de buik.

[quote]Slokdarm. Een vies woord. Alsof hij altijd honger heeft.[/quote]

:hammer: :hammer: :hammer:

Mien

Gerardinho · 17 september 2012 op 13:40

Friet als goedmakertje van de dag. Moet ik ook maar eens een frietje speciaal halen.
Heerlijk om te lezen.

pally · 17 september 2012 op 14:25

Lekker menselijk stukje, Arta, met een goed gevonden begin. Het zou over niks kunnen gaan, als het niet over alles ging.
Frites, heerlijk!
Van uitlijnen worden alleen autobanden maar gebalanceerd… 😀
Af en toe een lekkere vette hap maakt het leven doorschijnend.

groet van pally

BKVDM · 17 september 2012 op 19:21

Er is niets fijners dan jezelf, na streng te zijn geweest, eens te verwennen met lekkere friet. Leuk verhaal!

Yfs · 17 september 2012 op 21:55

Geweldig geschreven! Vooral die eerste, misleidende alinea! Ik heb er van gesmuld.
Ongelooflijk hoe die ijzeren vastberadenheid in het ochtendgloren ’s avonds ontdooit in de vetvijver!

Smulrollen, Bereklauwen, Mexicano’s, Viandellen, Sito’s, Cervela’s, Boulettes, Bamihapjes, Nasischijven, Bitterballen

Who cares? :hammer:

Zó lief ook die laatste alinea! :love2:

Ferrara · 17 september 2012 op 23:18

Je kan tenminste echt uitbuiken na die patat.

Fem · 18 september 2012 op 08:57

Ik lig altijd ingesloten tussen buik en billen… :hammer:

sylvia1 · 18 september 2012 op 09:18

Sterk, hoe je ons misleidt met je eerste alinea. Vrouwen menen allemaal dat ze te dik zijn terwijl mannen het zijn, zoiets las ik laatst. Weer een of ander onderzoek; kan soms ook troost geven. Gelukkig heb jij je moment weer gehad Arta, kun je er weer een jaar tegen 😀 . En hebben wij een leuke column 🙂

trawant · 18 september 2012 op 23:00

Gelukkig maak je je niet dik meer..
Leuke column..ik kan vanaf nu nooit meer zomaar het woord slokdarm gebruiken.
Verrassing, ingeving en de zijlijntjes in je hoofd durven volgen,
daarin onderscheidt zich een betere column.
En dit is er zo een.

arta · 19 september 2012 op 11:19

Dank jullie voor de reacties, erg leuk!

Dit is overigens geen recent stuk. Het lag al een jaar of twee op de plank als zijnde ‘niet goed genoeg’. Met 0 in de wachtrij heb ik er twee dagen aan gehakt, gebeiteld, toeters en bellen verwijderd, een nieuw einde toegevoegd. Nu kon hij wel, vond ik…

WritersBlocq · 19 september 2012 op 11:44

Hij is gááf, Arta! En je had me helemaal op het verkeerde been. Verkeerdebeencolumns, hoe leuk om te schrijven, hoe leuk om te lezen, ja toch. Maar alleen als ze zo goed lukken als de jouwe hierboven.
Vertel eens: moest ie afvallen of aankomen voordat ie in de wachtrij (die er dus niet was) mocht plaatsnemen?

XXX

arta · 19 september 2012 op 15:38

@WB: Er moest een stuk afgehakt worden en hij moest afvallen, alvorens hier en daar een stukje gedoseerd aan te komen… De column dan, hè?

WritersBlocq · 19 september 2012 op 23:18

Ja ja, de column 🙂 Tuurlijk! Wat anders?

Deze wil ik nog ff uitlichten:

[quote]Mijn benen voelen aan als zigzaglijnen. [/quote]

Geeft gelijk inspiratie tot schrijven. Heerlijk, metaforen, vooral als je je, zoals jij nu, je column ermee lardeert en er niet mee gooit en smijt.

X

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder