Het staat mij nog helder voor de geest. Ik zat in een hoekje van de woonkamer te spelen. Met knikkers enzo. Ik was tenslotte 6 jaar, een knikkerspelend gerechtigde leeftijd. De buurvrouw was op visite en ze zat samen met mijn moeder op de bank thee te leuten. Geen idee waar ze het over hadden, maar ineens keken beide dames lachend mijn kant op. Mijn moeder zij smalend: “Die daar? Da’s d’r ene van de melkboer.” Die nacht heb ik weinig geslapen. Ik woelde en draaide in mijn bed en kon de slaap niet vatten. Beelden van de melkboer bleven door mijn hoofd cirkelen. Hij was intiem geweest met mijn moeder en ik was het resultaat van hun buitenechtelijke rampetamperij. Dat maakte mij een bastaardkind. Ik bedacht me dat zo’n verhaal zeker het beste zou zijn dat ooit op het schoolplein was gehoord. Ik zag de toehoorders om mij heen staan, vier rijen dik, met open mond en grote ogen, hangend aan mijn lippen als ik het Verhaal van de Melkboer zou vertellen. “Het kan jou ook gebeurd zijn”, zou ik zeggen tegen Jan, Mark en Marie. Want die leken in de verste verte niet op hun vader of moeder. Maar ergens leek het mij beter om eerst wat nader onderzoek te doen voordat ik het Beste-Verhaal-Aller-Tijden op het schoolplein uit de doeken zou doen.

Dinsdagochtend was de dag dat de melkboer onze straat aandeed. Ik had me verscholen op het balkon met uitzicht over de straat. Het was herfstvakantie en de zon stond laag aan de hemel. Vanuit mijn linker ooghoek zag ik het witte karretje van de melkboer aan komen rijden. Hij stopte pontificaal voor ons huis om van daaruit de buurt te bevoorraden. Amechtig puffend kwam hij van achter zijn stuur vandaan en waggelde hij richting ons huis. Ik keek door een verrekijker naar het gelaat van de melkboer en vergeleek dit met mijn gezicht dat ik bekeek middels een spiegeltje. Ik was nog niet overtuigd. Die sproeten, die had de melkboer niet. Maar daartegenover stond dat mijn ouders ook geen sproeten hadden. De kleur van zijn haar, bruin-zwart met grijze plukken, dat klopte ook niet echt en die dikke pens was ook iets dat bij mij ontbrak. Ik twijfelde en gluurde nogmaals door de verrekijker. Ik kon zijn gezicht beter zien naarmate hij dichterbij kwam. Plots keek ik hem recht in zijn blauw-grijze ogen. De zelfde kleur ogen als ik had. Het bewijs was geleverd, ik was er ene van de melkboer! Slik!

Mijn moeder stond af te wassen toen ik haar confronteerde. “Mam”, zei ik met een gewichtig klinkende stem, “ik weet alles van jou en de melkboer.” Mijn moeder keek mij verbaasd aan. Goede actrice, maar mij maak je niets wijs! “Ik wil een bezoekregeling.”
Dat van die bezoekregeling had ik opgevangen op het schoolplein van Liesbeth. Haar ouders gingen scheiden. Een bezoekregeling hield zoveel in dat je beide ouders aan het lijntje hield, flink tegen elkaar uitspeelde en dubbel zoveel kado’s kreeg. Kon niet fout gaan.

Mijn moeder wilde natuurlijk alles weten, over haar en de melkboer en mijn spionage en de bezoekregeling. Ze wist dat heel slinks uit mij te trekken zoals moeders dat altijd doen. En nadat ik het hele verhaal had verteld barstte ze in lachen uit, wederom zoals moeders dat kunnen doen als ze vertederd zijn maar feitelijk het zelfvertrouwen van hun kinderen vermorzelen. Ik stond daar in de keuken een beetje beteuterd te wachten totdat mijn moeder was uitgelachen zodat ik de details van de bezoekregeling kon doorspreken.

“Het is een gezegde”, snikte ze tussen drie lachsalvo’s door en ze legde me het haarfijn uit. In mijn woordenboek heet dat gewoon een ‘leugen’. Ik heb er sinds mijn zesde wel wat nieuwe gezegden bij verzonnen:
– ‘Je hebt gelijk.’
– ‘Het spijt me’
– ‘Je krijgt het binnenkort van me terug’
– ‘Ik ga nu echt naar huis’.

Categorieën: Gein & Ongein

9 reacties

wendy77 · 10 januari 2006 op 13:04

Ik ben Dirkjan fan 😀
Geweldig!

Dees · 10 januari 2006 op 18:49

Ah gosh.. 😀

Leuk leesvoer.

Troy · 10 januari 2006 op 19:24

Wat betreft je humor heb je in ieder geval de juiste genen meegekregen 😉

Eddy Kielema · 10 januari 2006 op 19:40

[quote]In mijn woordenboek heet dat gewoon een ‘leugen’. Ik heb er sinds mijn zesde wel wat nieuwe gezegden bij verzonnen:
– ‘Je hebt gelijk.’
– ‘Het spijt me’
– ‘Je krijgt het binnenkort van me terug’
– ‘Ik ga nu echt naar huis’. [/quote]

Ach ja, de leugen regeert! 😉
Leuke column!

Ma3anne · 10 januari 2006 op 20:49

Hoe wist jij op je zesde al wat rampetampe was?:laugh:

Wel flink hoe je ermee omging. Ik ben maanden van de kaart geweest (ik was een jaar of 8) toen mijn vader me voor de grap vertelde dat ik een aangenomen kindje was.
We hadden het er onlangs nog over en hij bleek het zich nog te kunnen herinneren. Hij hoorde nu, na 46 jaar pas hoeveel indruk die opmerking op me had gemaakt en dat ik er lang last van had gehad.

En….
hij lachte zich een hoedje, die ouwe boef. 😀

WritersBlocq · 10 januari 2006 op 21:26

Ik vond hem weer leuk DJ, en de uitsmijter is geweldig 🙂

wendy77 · 11 januari 2006 op 08:40

@Eddy: 😀

Mosje · 11 januari 2006 op 17:15

Weet jij wat ik ooit wilde worden?
Melkboer.
😛

sally · 11 januari 2006 op 17:31

Erg lief, grappig en vermakelijk.

Kleine potjes hebben grote oren. Soms weet je niet half wat een dergelijke uitspraak bij een kind teweeg kan brengen.
Ik kan genieten van zo`n stukje.

liefs
Sally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder