“Dag tante Stijn, daar ben ik weer.”
“Moet ik U kennen?”
“Sally, dat weet U toch wel. Hoe is het? Nog bezoek gehad van de week?”
“Niemand. Er komt hier nooit iemand.”
“Jawel toch, hier in het dagboekje staan elke dag namen van mensen die geweest zijn. En elke dag komt er ook één van uw kinderen zie ik.”
“Heb ik kinderen dan?” “Kijk maar op de foto hier: Ilse, Bart, Henk en Janneke.”
“Erg hé, maar ik kon er niets aan doen. Ze waren er zomaar ineens”
“En hier staat oom Bart op de foto, kijk dan”
“Ja, oom Bart woont daar.”
“Nee, tante Stijn, dat is het schuurtje met tuinmeubeltjes, oom Bart is al overleden toch?”
“Ja, en ik ga straks naast hem liggen. Dat heeft hij gevraagd”
“Hopelijk duurt dat nog even tante Stijn. Zullen we even naar buiten gaan in de rolstoel?”
“Oeps, ik zit te plassen.”
“Geeft niet, ik zal U verschonen en dan gaan we.”
“We verdwalen straks toch niet hé”
“Nee, tante Stijn, ik ken de weg. We gaan daar op het terras een ijsje eten”
“Mag dat wel van zuster Henny?”
“Waarom niet? Nee, uw gebit niet op de tafel leggen, dat lijkt zo raar voor de andere mensen.”
“Kan ik niet bij jou komen wonen?”
“Nee, tante Stijn, zuster Henny verzorgt U toch goed?”
“Kom we moeten terug. Oom Bart wordt straks nog ongerust.”
“Zo, we zijn er weer. Ik ga nu, maar ik kom binnenkort weer eens langs, dat beloof ik.”
“Wat een prachtig hotel is dit. Jammer dat morgen de vakantie alweer voorbij is.”
“Dag tante Stijn, tot de volgende keer”
“Dag kindje en doe de groeten aan die aardige mijnheer die je de vorige keer bij je had.”
“Dat was Henk toch tante Stijn, mijn man”
“Ga nu maar kindje, ik moet nodig de koffers pakken. Oom Bart is al zo ongeduldig.”
“Dag tante Stijn”
“Ga maar gauw kind. Ik ga een lange reis maken, een lange, lange reis. Oom Bart wacht al zo lang.
Maar eerst moet Ilse nog een schone luier en dan Henk naar de kleuterschool brengen.
Bart moet naar de zwemles en daarna Janneke pianoles geven. De lege flessen klaar zetten voor de melkboer en het lijstje voor de kruidenier wordt zo gehaald. En de luiers moeten door de wringer.
Waar blijft Henny toch. Die dienstbodes van tegenwoordig is ook niet meer wat het geweest is.


15 reacties

Avatar

Anne · 25 september 2006 op 13:32

Prachtig Sally, hoe je zonder een woord commentaar de wereld van een afdwaler gestalte geeft. Het effect daarvan is dat die wereld bijna reëeler wordt dan de eigen, “normale” beleving. Dit is sober schrijven: geen woorden gebruiken om je als schrijver te distantiëren van je onderwerp, zodat er ook geen afstand ontstaat tussen de tekst en de lezer.

Echt heel erg mooi.

Avatar

champagne · 25 september 2006 op 14:04

Je hebt het erg treffend neergezet, het schrijnende proces van dementeren.

Avatar

KingArthur · 25 september 2006 op 14:10

Aandoenelijk. Toch vraag ik mij wel eens af of een persoon in kwestie nu minder gelukkig is? Is medelijden rechtvaardig of acceptatie voldoende?

Avatar

Chantal · 25 september 2006 op 15:26

Prachtig geschreven, Sally

Avatar

DreamOn · 25 september 2006 op 15:32

Met ontroering gelezen, heel mooi beschreven Sally.

Avatar

bert · 25 september 2006 op 18:13

Heel mooi beschreven, een mens gevangen in het verleden, en waarschijnlijk best gelukkig ook al kunnen wij daar geen voorstelling van maken.

Avatar

Mosje · 25 september 2006 op 19:03

Lieve Sally, ik zal dit stukje niet zonder kritiek laten passeren, daarvoor ben je me te lief.
Helaas komt dementie ook in mijn familie en kennissenkring voor, en wat mij opvalt is dat dementerenden “meegaan” in een gesprek, zonder dat het erg opvalt dat zij dingen niet weten of vergeten zijn. Dat meegaan doen zij, denk ik, omdat ze op een onbewust niveau zich realiseren dingen kwijt te zijn en niet in negatieve zin willen opvallen.
Met dit in mijn achterhoofd komt je dialoog wat geconstrueerd over. Ik zal een paar voorbeelden geven.
In de zin “Dag tante Stijn, daar ben ik weer.” ziiten twee erg sterke suggesties, namelijk dat jullie elkaar kennen en dat je onlangs nog op bezoek geweest bent. Een dementerende zal deze suggesties dankbaar overnemen, en nietszeggend antwoorden, zoiets van “Gezellig hoor”, ook als jullie elkaar helemaal niet kennen, of als je wel bekend bent, maar in jaren niet langs geweest bent.
Ook in het zinnetje “en elke dag komt er ook één van uw kinderen zie ik” zit een zeer sterke suggestie, namelijk dat de betrokkene kinderen heeft. Dat zal een sterk dementerende accepteren, ook als er van kinderen helemaal geen sprake is.
Een dementerende valt pas “door de mand” als je zeer gerichte, waardevrije vragen stelt.

Ook jij zult wel dementerenden kennen Sally, maar het zou me niet verbazen als deze dialoog niet letterlijk of woordelijk heeft plaatsgevonden.
Ik begrijp wel dat je duidelijk wilt maken dat er sprake is van dementie, maar misschien is de dialoog daarvoor in dit geval niet de juiste vorm.

Avatar

Ma3anne · 25 september 2006 op 19:52

Ik had deze vanmiddag al gelezen en had moeite te reageren, maar na het verhaal van Mosje vallen me de woorden in die ik zocht:

Op zich goed geschreven, maar net iets te veel karikatuur.

Avatar

Dees · 25 september 2006 op 20:22

Grappig Mosje, dat meegaande ken ik helemaal niet. Wel het boze, wantrouwige, de werelden die onduidelijk in elkaar overlopen en de gesprekken zoals bovenstaand gesprek, het moeizame van de niet alzheimerende versus de alzheimerende mens en het hopeloze karakter ervan. Dus Sally, knap geschreven, een wringende dialoog.

Avatar

Li · 25 september 2006 op 21:02

Je hebt het onsamenhangende en eenrichtings gesprek met een dementerende bijzonder goed in beeld gebracht Sally. Ook bij dementie zijn er verschillende gradaties, weet ik uit ervaring

Li

Avatar

DriekOplopers · 25 september 2006 op 21:06

Dit verhaal grijpt me bij de kladden en doet me liefdevol terugdenken aan mijn oma. Knaldement geeindigd. Tot het laatst kookte ik een keer per week (en andere kleinkinderen en dochters andere dagen) voor haar. Altijd vroeg ze: “Wie ben jij ook alweer?”, maar ze was geloof ik verder heel tevreden en gelukkig… Dag oma…

Driek

Avatar

KawaSutra · 25 september 2006 op 22:01

Ja, herinneringen aan oma, heerlijk!
Ik ben blij dat ik iedere week een uurtje bij haar langs ging, daardoor kon ze nog net blijven onthouden wie ik was.
Knap neergezet Sally.

Avatar

pally · 26 september 2006 op 11:59

Mooi stukje, waar ik toch wat ongemakkelijks van kreeg, voor ik kon reageren.
Het net iets teveel noemen van de naam tante Stijn
maakte het geheel voor mij iets teveel ‘toneeldialoog’.
Ze wilde niet tot leven komen.
Jouw visie, Mosje vond ik interessant en geeft stof tot overdenken.

Avatar

Prlwytskovsky · 26 september 2006 op 18:45

Zelf had ik een moeder en een tante die dementeerde tot de bovenste plank. Geleerd heb ik om mee te lullen in hun belevingswereld, iets dat hun gelukkig stemde. Zoals jij dit neerzet zo herken ik mijn verleden.

Avatar

pepe · 28 september 2006 op 21:59

Sally, allereerst natuurlijk weer leuk iets van jou te mogen lezen.

Mooi geschreven ook, mensen jong en/of oud het blijven bijzondere wezens. Heerlijk omdat te mogen zien, beleven en hier te lezen.

Geef een antwoord