“Yesssssssss Lingo gaat door”, roept mijn buurvrouw met de meest valse stem die ik ooit gehoord heb. Op haar hoofd staat een paarse koptelefoon, voor haar staat een knalroze tas, waar een feesttaart jaloers op zou zijn, een en al franje en versiersel. Ik kijk haar net te lang aan en dat vat ze op als een uitnodiging om tegen me aan te gaan zitten praten. Ze heeft een goeie gekozen, ik luister meestal toch wel. Haar stem is als een bladblazer die te lang in de regen heeft gestaan. Hij snijdt door merg en been. Mensen om ons heen beginnen langzamerhand ook een hekel aan mij te krijgen, omdat ik haar aandacht schenk en werpen me giftige blikken toe van achter krantjes, vanuit wreed verstoorde slaapjes en voor dit geluid te zacht staande iPods. “Mijn sterke punt is Rotterdam”, zegt ze, daar ben ik geboren. “In Rotterdam gaat het snel, in Den Haag is het traag, in Amsterdam kom je er wel en in Utrecht kom je nooit terecht…” Ik kijk haar een beetje verwonderd aan. “Ja, de trein dan hè”, snerpt ze. “Als het kan, sla ik Utrecht over. Ik haat Utrecht. Maar Groningen is nog erger, Groningen is het allerergst”. Fijntjes merk ik op dat ik in Utrecht woon en in Groningen opgegroeid ben. “Waar?”, vraagt ze. “Oh, dat ken je niet”, vertel ik haar. “In een heel klein dorpje dat Garrelsweer heet”. “Oh, dat ken ik wél”, valsvioolt ze de trein door. “Ik ken heel veel in Groningen, Onstwedde, Vlagtwedde, Finsterwolde, Winsum, Ten Post…”

Dat is inderdaad meer dan gemiddeld.

“Ik heb daar allemaal kennissen wonen”, vertrouwt ze me toe, “daar heb ik bij ingewoond. De meeste zie ik nu niet meer. Zo gaat dat, maar ik ga de moed niet opgeven hoor… Ik blijf toch wel vrolijk, ja toch, niet dan?” Ze grinnikt.

“Ik kom net van mijn zoontje vandaan, die woont bij mijn moeder in Leeuwarden. En nu ga ik naar Den Haag. Wat zullen ze blij zijn! De deur gaat voor me openvliegen, ik zweer het je, ze zullen me naar binnen sleuren, wat zullen ze blij zijn!” “Wie”, vraag ik onnozel, “je familie”? Nee, shop natuurlijk. Shop? “Stichting Hulpverlening en Opvang Prostituees. Nee, EX-prostituees”, octaaft ze er nog hoger overheen. “Oh? Zou het dan niet SHOEP moeten heten?”, mijmer ik. “Neehee”, krijst ze alsof ik dom ben, “SHOP! Ze zullen blij zijn hoor… Ze doen daar alles voor me, alles! Ik hoef maar een kik te geven en ze lopen al voor me”. Een paar mensen staan op en lopen geïrriteerd weg.

Ik vraag hoe oud haar zoontje is. “Hij is twee. Mijn andere zoon en mijn dochter zie ik niet meer. Maar dat komt wel goed, ik ga niet mijn hoofd laten hangen. Die zitten in de opvang en ik mag niet bij ze. Maar ik ga het goed maken, ze komen allemaal weer bij mij wonen! Ja toch, niet dan?”. Ik vraag me af hoe oud ze dan is, want ik schat haar op een jaar of 25, maar ze blijkt 10 jaar ouder. “Je lijkt veel jonger”, verbaas ik me. “Ja”, zegt ze, “dat doe ik met opzet. Hoe ouder ik word, hoe jonger ik lijk”. “Ga je nog werken als je kinderen terug zijn?”, vraag ik verder. Ze gilt het uit. “Neeeeeeh joh! Ik ga een goede moeder zijn, tuurlijk ga ik niet werken…”.

Even is het stil, mijn oren piepen. Dan zegt ze “goh, Groningen. De opvang is daar geweldig. Daar mogen de meisjes gewoon werken ’s nachts en dan kunnen ze daarna daar terecht. Bij SHOP niet hoor, daar moet je om tien uur binnen zijn, tíén úúr”, haalt ze uit, “anders sta je gewoon buiten. Maar ik ga het goedmaken, ik ga voor mijn kinderen zorgen”.

We zijn in Utrecht en ik wens haar een fijne dag. Als ik wegloop, geeft ze een fikse ruk aan mijn jas, zodat ik bijna terug op mijn stoel val. “SHOP!”, gilt ze! Zit ik er nog een beetje reclame voor te maken ook! Ik ga ze er geld voor vragen! Haha, zit ik ze de hemel in te prijzen! Dat zouden ze raar vinden!” Ze zakt in giechels uit elkaar en ik stap met een vette grijns de deur door.

“Wat een vies wijf was dat, die hoer”, bralt een meisje, met een gigantische hockeystick voor haar kop naar haar vriendin. Ik kijk boos om, maar zeg niks en voel me laf. Door het raam zwaait een vrolijk meisje vanachter haar roze slagroomtaart van een tas naar me, ze is nog altijd aan het lachen.


11 reacties

Avatar

DriekOplopers · 23 oktober 2006 op 07:37

Prachtig opgeschreven verhaal. Het is net of ik er gewoon bij ben; ik krijg plaatsvervangend de zenuwen van die beklagenswaardige opgefokte vrouw. Hulde, Dees!!!

Avatar

smartie88 · 23 oktober 2006 op 09:28

echt een leuke column
het bleef boeien, en ik vind het vlot geschreven.
heerlijk om hiermee de dag te beginnen!
Dikke kus!

Avatar

Anne · 23 oktober 2006 op 10:19

Mooi portret, niet alleen van de vrouw maar ook van jezelf.

Avatar

pally · 23 oktober 2006 op 12:41

Dees,
Mooi, hoe je op het eind kiest voor’echt’en dan toch nog niet helemaal tvreden bent over jezelf.
Goed stuk, leuk geschreven.

Avatar

Eddy Kielema · 23 oktober 2006 op 14:08

Mooi verhaal!

Avatar

pepe · 23 oktober 2006 op 14:12

Je nam mij mee de trein in, heerlijk. Ik heb genoten van je column.

Het is zeker leuker in de trein of bus als mensen gewoon met elkaar praten, ipv luisteren naar hun MP3 of mobiel bellen. Iedere reiziger heeft zo zijn eigen verhaal.

Van mij mag jij vaker de trein nemen en hier schrijven wat je zoal meemaakt.

Avatar

Ma3anne · 23 oktober 2006 op 14:16

Intriest verhaal, zo’n vrouw die zich voorneemt een goede moeder te worden. Ik zie je met haar (opgescheept) zitten.

Goed geschreven.

Avatar

arta · 23 oktober 2006 op 14:25

Mooi en boeiend geschreven!

Avatar

Mosje · 23 oktober 2006 op 15:16

Ik zit te zoeken naar een zesletterwoord dat mijn gevoel voor dit stukje weergeeft, maar kan er niet opkomen.
Vanavond maar weer naar Lingo kijken.

Avatar

KawaSutra · 24 oktober 2006 op 00:22

Een mooi portret, die dame en de column!

Avatar

Nana · 24 oktober 2006 op 16:33

Deze Dees is weer heel goed! 🙂

Geef een reactie