In een klein lintdorpje onderin Twenterand hebben de bewoners het naar hun zin. Respectabele bejaarden paffen hun pijpje, vrienden proosten hun pilsje en kinderen worden gevoed met vele normen en waarden op het paplepeltje. Het hele dorp verheugt zich op de feestweek. Het hele dorp? Nee, van Neus hoeft het allemaal niet meer zo. Zij zwijmelt in dit laatste deel over de tijd van weleer, toen er nog échte dorpsfeesten waren en zij gekroond werd tot dorpskampioene kussengevecht. Als snoezig meisje van vijftien jaar viel Neus in de boter. De dorpsfeesten van Vjenne waren groots en meeslepend. Rodeorijden op de braderie, skelterraces tussen de hooibalen en een vette braadworst bij geïmproviseerde barbecues. Maar het mooist waren de Bruggefeesten. Jazeker, zonder de ‘n’ ertussen, zo ouderwets was het nog. Ieder jaar werd het groter uitgepakt voor de jeugd met Telekidsachtige Megablubberpowerracebanen, luchtbeddenraces voor tienermeisjes en tobbedansen in het kanaal, kortom: allerlei activiteiten met als grootste doel om met een doorzichtig T-shirtje in het water te vallen.

Maar de belangrijkste wedstrijd van de week was vrijdagavond. Het kussengevecht.

De donkere paal strekte zich uit over het spiegelende wateroppervlak. Terwijl twee guitige jonge knapen de buis flink inzeepten, warmde het publiek zich op. Aan beide oevers dromden de mensen samen voor het beste plekje. De kwajongens waagden zich op de kleine aanlegsteigers, terwijl de ouden van dagen hun rollators royaal op de brug hadden geparkeerd. Een vrolijk dweilorkestje maakte zijn entree. Neus keek eens zenuwachtig naar al die mensen aan de kant. Daar stond opa Hospers te zwaaien. Hij trok kleine Peter en Werner van de brugleuning af. Wilco en Truus stonden in klederdracht toe te kijken, hij met een pilsje, zij met een citroenzuurmondje. De kinderen van Anne-Marije en Jelmer likten aan hun ijsje. Gerrit en Willem probeerden Maria met haar volle borsten en witte shirt in het water te duwen. Het was een drukte van jewelste.

De finale kwam nu echt in zicht. Neus werd achter een stevig hobbepropje aan de loopplank opgeduwd. Op het ingezeepte gedeelte namen zij voorzichtig tegenover elkaar plaats. Neus in haar blauwe badpak met bandshirt erboven, Hobbepropje in bikinitopje en een spijkerbroekje. Zij kregen allebei een wit net in de hand gedrukt, waarin een stevig opgeblazen strandbal prijkte. De loopplank werd binnengehaald. Neus en Hobbepropje klemden hun dijen om de glibberige buis en wiebelden met de voetjes. Daar zaten ze dan, midden in de strijdarena, tussen een woest joelende menigte en ruim twee meter boven het donkere wateroppervlak. Het startsein klonk.

Hobbepropje ramde haar ‘luchtkussen’ met boerenkracht in de arm van de licht gespierde Neus. Met de regelmaat van een stier op een koe stootte ze door, maar Neus gaf geen krimp. Zij, op haar beurt, probeerde al haar judotechnieken uit, mepte op het hoofd en andere balansgevoelige plekken, maar Hobbepropje zat met haar droge spijkerbroekje vastgeroest op de buis. Terwijl hun armen steeds roder werden, het gebijt op de onderlip venijniger en het publiek harder joelde, greep de scheidsrechter uiteindelijk in. “Eén hand op de rug! Nog één minuut!”

Neus voelde haar bevallige achterwerk wegglijden, maar zette net op tijd het beginnende stukje cellulitis in om toch nog grip te vinden. Hobbepropje maakte ook de bijbehorende geluiden van een stier op een koe, terwijl ze het vochtige net als een mattenklopper probeerde uit te wringen op de arm van Neus. De laatste restjes water spetterden, spatterden en spaterden in de ogen van de wellustige jonge Neus. Door een waterig vlies keek ze naar de schele ogen van haar tegenstander. Nog even… Ze mepte op de runderdijen, op de varkensneus, op de hamworsten van armen, maar het had geen zin. Hobbepropje bewoog slechts met haar rechterarm en snuivende neusgaten.

“Gooi de ballen in het water! Dames en heren, hier is het moment waar u allemaal op heeft gewacht… De finale, met een vrije worsteling tussen de beide dames, waarin alles is toegestaan! De dame die als eerste het water raakt, verliest en zal zich rap moeten afdrogen!” Hobbepropje kraakte haar vingers en deed een schietgebedje. Neus veegde het zweet van haar voorhoofd en droogde haar handen aan haar shirt. Nu was het moment. Wie zou gekroond worden tot kussenvechtster van het jaar?

De scheidsrechter telde af vanaf de veilige waterkant. Het publiek deed mee. “Drieë! Tweeë! Eééééééééééééé…”, een Twentse ‘é’ duurt nu eenmaal wat langer dan de Hollandse, “éééén…” Neus greep Hobbepropje bij haar vette kladden en voelde dat er kleine worstenvingertjes naar haar haren grepen. Een gemene ruk aan haar weelderige krullen zorgde ervoor dat ze haar evenwicht verloor en naar rechts helde. Neus klemde haar dijen uit alle macht vast aan de paal en zocht steun bij een van de vele lovehandles van Hobbepropje. Die gilde het uit en voor het publiek verdere “oeh’s” uit kon brengen, vloog Neus door de middelpuntvliedende kracht in een halve cirkel rond tot onder de paal. Vlak voor ze zelf het water raakte, zag ze de geschrokken uitdrukking van Hobbepropje. Haar hoofd raakte het water en vlak daarna werd Neus ook ondergedompeld in de stilte van het kanaal.

Eenmaal boven water klonk een luid gejuich. Maria onttrok zich aan haar gezelschap en sprong uit zichzelf in het water om Neus te begroeten. Gerrit en Willem juichten om het hardst toen zij achter elkaar weer het water uitklommen, richting het podium voor de prijsuitreiking. Onderweg hield Jan op de fiets hen even staande met zijn compliment: “Hoe ist d’r met? Wat heb je oen haar mooi zitt’n. Bin je bi-j de kapper geweest?” Daarna stonden ze toch echt bij het podium. Het krantenbericht toont de kroning van een doorweekte, maar blije Neus, die de beker in ontvangst neemt.

Ja, dat waren nog eens tijden, lieve lezers. De huidige brave dorpsfeestjes beperken zich tot playback en verkleedfeestjes met veel alcohol, waarbij een kermisje het hoogtepunt van de week vormt. Dit was in dierbare herinnering het laatste traditionele dorpsfeest van Vjenne, wat ooit zo goed heeft uitgepakt voor jullie eigen columniste. Deze heersende kampioene kussengevecht slaat nu het fotoalbum dicht en neemt tevreden een slok van haar cappuccino. Die goede oude tijd. Hij zal nooit meer terugkomen, maar wat konden we genieten… In dat mooie dorp Vjenne.


4 reacties

Emiliever · 9 december 2009 op 19:19

Denk er nog maar eens goed over na…dat vjennekloeterige verleden is té leuk om te laten rusten!

LouisP · 9 december 2009 op 19:49

Neuskleuter,

waar ik bij dit stuk enorm om moest lachen..dat begin met dat paffen van da pijpje..’k ken ‘t onderhand van buiten..
Grappig onderwerp en erg beeldend beschreven..

Louis

Avalanche · 9 december 2009 op 23:21

Ah, nee…. grapje toch zeker? Ik wacht gewoon op Vjennekloet 7!!!

Neuskleuter · 10 december 2009 op 21:04

Leuk dat jullie het helemaal hebben gevolgd! 😀 Ik denk dat het dorp nog wel eens terug zal komen, maar niet meer in een complete serie. Het biedt toch wel veel inspiratie!

Louis, leuk dat je er weer om moest lachen. Het begin en einde is geïnspireerd op Asterix & Obelix. “Héél Gallië? Nee, er is…” En natuurlijk het buffet op het eind. Die stripboeken zijn zo geweldig!

Geef een antwoord