Voor roofvogels heb ik een zwak. Toch kunnen twee roofvogels je ondergang betekenen. Maar mooi vind ik ze wel, net als alle andere vogels.
Vandaag heb ik een ijsvogeltje gespot. Een vrouwelijk exemplaar. Het waaide behoorlijk. Vandaar.
Een koppel Belgische wielewalen vliegt wat rondjes, om daarna andere bezoekers van ons kleine opblaasbare zwembadje lastig te vallen. De wind is inmiddels gaan liggen.
De fuut zie ik nooit in onze tuin. De wadloper ook niet. Snippen heb ik maar met mondjesmaat gezien. Vroeger ook al niet. Tjiftjaffen staan hoog op mijn verlanglijstje.
Een enkele keer vraagt men aan mij waarom ik zoveel weet van vogels.
“Lieve mevrouw,” zeg ik dan. Wanneer het een vrouwelijk exemplaar betreft. “Je moet gewoon logisch nadenken.“
Boomklevers en af en toe een kauw zitten soms bijna geplakt verticaal tegen een boom. En zijn daar met geen stok af te krijgen. Zitten is een groot woord. Verticaal staan. Nee, kleven is beter gezegd. Zittende vogels zijn zeldzaam. Boomklevers worden op latere leeftijd boomkruipers. Maar dat weet ik niet zeker.
Vogels in de heg zijn heggenmussen. Zitten die vogels met dezelfde afmetingen en kleuren altijd binnen dan zijn het huismussen.
Vogels die je vaak op kort gemaaid mooi groen gras ziet lopen zijn putters. Van putters kan ik niet genoeg krijgen. Vooral van de mannetjes. Deze trotse vogel nestelt meestal in de grond. De vrouwelijke mannetjesputter legt haar ei in een gat in de grond. Ik heb ze ook al eens op het strand gezien. Aan de waterkant zie je soms wel meer vreemde vogels lopen. De arend, met een superscherpe blik. Of een grote stormvogel. En heel af en toe loopt, trippelt of huppelt er een klein wit vogeltje rond. Gedreven door de wind vanuit Engeland.
Lopende vogels zijn trouwens zeldzaam. Van die enorme, grote, flinke, uit de kluiten gewassen loopvogels. Zestig per uur kunnen ze gaan. Kleinere vogels lopen eigenlijk niet. Huppelen is beter geformuleerd. Of trippelen.
Heb je al eens een vogel tegen een muur zien kleven? Nee, ik bedoel geen geval van kanarie-euthanasie. Er zijn vogels die levend tegen een muur kleven.
Je ziet, moeilijk is het allemaal niet. Hebben ze iets glimmends in de bek, dan is het een raaf. Hebben ze de bek vol met glimmende dingen, maken ze de buurt wakker en vallen ze kleine vogeltjes lastig. Dat is de specht. Er zijn twee soorten. De bonte en de andere, de groene die minder lastig is vind je meestal in het bos. Als je hem kunt ontdekken! Soms hoor je hem. De groene. Wanneer hij ruzie heeft met een kwikstaartje. Dat kan hoog oplopen. Alhoewel. Oplopen is niet het juiste woord. Eerder opvliegen.
Over het roodborstje kunnen we kort zijn. Een van de meest begeerde vogeltjes voor de spotters. Roodborstjes heb je in veel maten maar toch zijn ze altijd klein en zie je ze alleen in de zomer. Dit in tegenstelling tot het winterkoninkje dat in de meeste gevallen mannelijk is. Of mannelijk gedrag vertoont.
Zit er een vogeltje bij het eten uitdelen op de voorste rij? Juist, dat is de vink. Zit die nog van voren terwijl het eten al op is? Dat is dan weer die andere.
Bij ons in de Kempen hebben we de telefoondraden nog boven de grond. Op die telefoondraden zie je regelmatig een aantal vogels naast elkaar zitten. En maar zitten tetteren. Allemaal met de snavel naar dezelfde kant. Toeval? Ja. Papegaaien? Nee, dat zijn geen papegaaien. Het zijn spreeuwen. Spreeuwen zijn het.
Vlaamse gaaien noemen ze bij ons rotzakken. Het is de toon die de muziek maakt.
Even een wijze tip. Ga nooit in de nacht een kerk of toren binnen. Wil je het toch doen, kijk eerst heel goed in het rond. Ook achter je! Oehoe!
De blauwe kiekendief en de Jan-van-Gent spelen hier geen rol aangezien die enkel in België voorkomen.
En dan, beste ornithologen in spé, een van mijn favorietjes. De zwaluw. Vroeger met uitsterven bedreigt maar met de uitvinding van de aansteker is hun aantal weer behoorlijk toegenomen.
Zie je er twee, kun je er gif op innemen dat de winter voorbij is. Ze zitten vaak in schuren. Het is eigenlijk geen zitten. Het is meer staan met de knieën abnormaal naar de verkeerde kant gebogen. Onmenselijk bijna. Voor mij toch. Zie je hele grote nesten, geen kadavers in de buurt en ruikt het er wat smerig. Geen twijfel mogelijk. Daar broeit iets. Van een gierzwaluw.
Zie je een grote groep uitdagend kijkende vogels bij hoge luchtvochtigheid? Wulpen.
Ik krijg de indruk dat u het begint te snappen. Het is ook helemaal niet moeilijk. Logisch denken. Nederland is niet echt een vogelland maar er zijn op het land en zee meer koeten dan u denkt. Er zijn zoveel vogels. Te veel om er de typische kenmerken van op te schrijven. Neem nu al die verschillende ganzen. Het blijkt dat er zijn die kunnen rekenen. Om het voor mezelf gemakkelijker te maken heb ik er een kattebelletje voor verzonnen.
“Louis, hoe zie jij het verschil tussen een tweetenige en drietenige meeuw?” “Ik strooi wat brood in de sneeuw, mevrouwtje!”
Vogels en de kennis daarover. Het is vrij eenvoudig. Gewoon wat logisch nadenken en het een en ander uitzoeken. Wat puzzelen.
Zoals ik al zei, roofvogels daar ben ik het meest mee opgezet. Fantastisch vind ik die. Het is niet dat ik er zoveel van weet dat ik hun gedrag altijd begrijp. Of wil begrijpen en goedkeur. Nee hoor. Kijk, de vlaamse kiekendief en de visarend, daar heb ik geen problemen mee. De blauwe wespendief is er een die ik niet goed begrijp. Trouwens, de koekoek, een ver familielid van de boerenzwaluw en de uil heb ik ook vaak niet begrepen. Sommige dingen doe je gewoon niet.
“Louis, je hebt niets over tortelduifjes verteld?”
“Mevrouwtje,” zeg ik dan, want ‘t was hetzelfde mens van de vorige vraag, “mevrouwtje, tortelduifjes zijn geen vogels, maar een koppel verliefde mensen!”

8 reacties
lisa-marie · 29 oktober 2009 op 10:33
als ornitholoog in spé heb ik hiervan genoten!
ik ben voor de liefelijke kleine vogels en mijn zoon voor de roofvogels, zou dat al “natuurlijk “bepaald zijn ? 😀 😀
LouisP · 29 oktober 2009 op 19:27
Hoi Lisa- Marie,
bedankt voor het lezen en reageren.
Ik heb vergeten de stukjes aan elkaar vast te schrijven..
groet,
Louis
doemaar88 · 29 oktober 2009 op 19:52
Leuk en lekker leesbaar Louis!
arta · 30 oktober 2009 op 07:31
Heerlijk, die ‘logica’ tussendoor, ik moest om sommige stukken echt lachen!
🙂
Prlwytskovsky · 30 oktober 2009 op 17:51
Een Belgische Wielewaal? Wat onderscheidt die zich van andere Wielewalen? Pootjes aan de bovenkant? 😆
Maar tortelduiven? Laat ik maar niks zeggen.
Verder een lekker schrijfsel, Louis.
LouisP · 30 oktober 2009 op 20:36
Allez, nog bedankt hee..
Belgische Wielewaal, wiel, waal. Rondjes belgisch.
’t was ’n graptje tja mislukt
gr.
L.
pally · 30 oktober 2009 op 23:20
Hoewel tamelijk fragmentarisch, zijn het allemaal lekkere stukjes, Louis. Een soort tafel vol tapas.
Alleen heb ik niet begrepen wat die wind met dat vrouwelijke ijsvogeltje te maken heeft. Wellicht kun je me dat uitleggen…
Ik ben een ornitobeet 😀
groet van Pally
LouisP · 30 oktober 2009 op 23:40
hoi Pally,
ik ben geen echte kenner, dat had je misschien wel begrepen. Echte vogelkenners hebben eenspeciale manier om achter het geslacht te komen mocht dat onduidelijk zijn op het zicht.
Ze blazen erop. Vandaar die wind. Hetzelfde bij wulpen uitdagend kijken en luchtvochtigheid. Regenwulpen. Putters op een green. Zwaluws op een luciferdoosje. Grote vogel struisvogel.Toon die de muziek maakt. Roepi roepi.
Ik heb eens wat geprobeerd. Volgende keer beter.
o ja, twee roofvogels ondergang; Valk Uil
bedankt voor de reactie,
groet,
Louis