Fietsend tegen de wind in probeer ik mijn gedachtes op een rijtje te krijgen. Mijn gevoel en verstand zijn in oorlog. “Ik wil naar huis”, roept mijn gevoel, terwijl mijn verstand kalm tegenwerpt: “Je kunt het, kom op!” Zelfs de wind lijkt me terug naar huis te willen blazen, maar mijn verstand blijft de overhand houden. Verwaaid bereik ik het ziekenhuis en ga op zoek naar mijn oudste zus. “Onderzoekkamer vijf, daar kunt u haar vinden”, meldt een behulpzame verpleegkundige. Even verzamel ik moed, maar stap dan met opgeheven hoofd binnen. Mijn zus zit naast het bed. In het bed ligt een man. Ik ken hem niet, maar voor mijn zus is hij dierbaar.

Eerder die middag reed zij langs een ongeval, waarbij een personenauto onder een vrachtwagen was gekomen. Op het moment dat zij er voorbij reed, was de brandweer al bezig om een slachtoffer uit de auto te zagen. Ze schrok, want die verwoeste auto kende ze. Hij was van hem. Tussen de fotografen doorworstelend zag ze hem de ambulance ingedragen worden. Buiten kennis. Totaal overstuur volgde ze de ambulance, om uiteindelijk in het ziekenhuis iedereen te bellen. Ze kreeg mij niet te pakken. Mijn moeder een uur later wel.

Ze is blij dat ik ben gekomen. Vreemd ziet ze eruit. Haar gezicht heeft een roze kleur, die mij nooit eerder bij haar is opgevallen. Op het moment dat mijn blik naar de man gaat, begint hij te huilen. “Je bent er”, zegt hij. Totaal emotieloos bekijk ik hem, terwijl mijn gevoel daartegen in opstand komt. “Voel, Arta, voel!” Ik voel niets.

Zijn hoofd heeft een rare vorm door de vele bulten die er op zitten. Overal bloed en blauwe plekken. Hij is er ernstig aan toe, meldt de EHBO-arts, die de ruimte binnenkomt. Koel vraag ik hem wat de uiteindelijke gevolgen zullen zijn, maar daar is nog niets over bekend. Op de foto’s blijkt, dat hij een verbrijzeld been en een gebroken sleutelbeen heeft. Waarschijnlijk zijn er ook inwendige bloedingen, maar dat moet door onderzoek nog worden uitgewezen. Mijn zus huilt zachtjes. Ik vertel haar dat alles goed komt. Ze lijkt me te geloven.

De man wordt naar een andere ruimte gereden. Weer een onderzoek. Mijn zus gaat op zoek naar iets te eten. Door de hectiek is ze dat vergeten, en haar maag schreeuwt om vulling. Alleen blijf ik achter. Vanuit een andere kamer hoor ik geschreeuw. Met luide stem wordt er gevloekt en gescholden. Langzaam krimpt mijn lichaam ineen. Ik voel mij het tienjarige meisje dat bang is voor die boze vader. Automatisch gaan mijn handen naar mijn oren. Ik wil het niet horen. Ik kan het niet horen. Ik wil hier niet zijn.

Als mijn zus terugkomt heb ik me hersteld, en zakelijk neem ik met haar door wat er gebeurd is. Zijn medicijnlijst heeft ze nodig. Ik bel de apotheek. “Zijn adres?”, vraagt de vrouw aan de andere kant van de lijn. Ik heb geen idee, en vraag het mijn zus. Zij weet alles van hem. Ik weet niets. De medicijnlijst wordt gefaxt, een operatie lijkt de volgende stap te worden. Ik kijk op de klok. Voor mijn gevoel zit ik hier pas vijf minuten. De klok zegt dat ik al anderhalf uur aanwezig ben. Dan wordt duidelijk dat hij overgeplaatst gaat worden naar een ziekenhuis in een andere stad. Er zijn veel gewonden vandaag. Dit ziekenhuis zit vol.

Ineens gaat het snel. De ambulance wordt in gereedheid gebracht. Hij wordt meegenomen. Kijkt me aan. “Kom je op bezoek?” vraagt hij. Na een seconde twijfel antwoord ik bevestigend. Eindelijk kan ik het opbrengen om mijn zus te troosten. Zijn weggaan brengt rust in mijn hoofd. Na een half uurtje praten besluit zij hem achterna te gaan. Ik loop naar mijn fiets, nog steeds verward over mijn gebrek aan emotie.

Terwijl de wind mij naar huis blaast denk ik aan die man in de ambulance.
Die vreemde.
Mijn vader.


Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

18 reacties

DreamOn · 14 maart 2007 op 20:31

Lieve Arta, hoewel ik het verhaal al van je gehoord had, en dus meteen wist wie die vreemdeling moest zijn, 😉 ben ik onder de indruk. Je hebt het heel mooi opgeschreven.
Dat je geen emoties kon voelen zegt veel over de schade die je pa bij jou heeft aangericht. Herkenbaar!
Prachtige column met een hele toepasselijke titel …
Liefs DO :kus:

Eddy Kielema · 14 maart 2007 op 20:33

Je verscheurdheid heel mooi en trefzeker weergegeven. Ook het beeld van ‘verwaaidheid’ helpt daar heel goed bij. Petje af, goede column!

pepe · 14 maart 2007 op 20:41

Superkrachtig, hoe je dit met woorden neerzet.
Tussen de regels staat zoveel meer dan alleen een column over een vader.

miltenburg · 14 maart 2007 op 21:09

De column raakt me diep. Heel mooi geschreven, hartverscheurend. Alvast beterschap voor uw vader. Emotieloos is niet erg. Misschien is het wel goed. Het is uw manier hoe u hier op reageert.

Sterkte -x- Rick

Anne · 14 maart 2007 op 21:35

Ik vind dit erg mooi geschreven Arta. Het valt me op dat als het onderwerp je heel dicht op de huid zit je het het beste uit je pen krijgt. Mooi.

Bitchy · 14 maart 2007 op 21:46

Hmmm geen reactie?? Er spreekt juist heel veel gevoel uit het niet-voelen van je!

Knap geschreven!

pally · 14 maart 2007 op 21:49

Het is erg mooi geschreven, Arta, dat had ik je al gezegd. Ook bij herlezen kreeg ik hetzelfde gevoel van een column die heel dicht bij je ligt.
De gevoelloosheid is een bescherming tegen je verleden waar je mee klaar bent, denk ik.
Moedige column.

groet van pally

KawaSutra · 15 maart 2007 op 01:57

Indringend relaas Arta, knap geschreven.

SIMBA · 15 maart 2007 op 08:26

Ja! Het is een goeie, een hele goeie!
Wind tegen ernaartoe, wind in de rug terug naar huis…

Trukie · 15 maart 2007 op 11:22

Heel mooi beschreven. Dit zegt meer dan een hele roman vol met details.

Mup · 15 maart 2007 op 12:58

Eens met Trukie en Bitchy, heel sterk beschreven,

Groet Mup.

Li · 15 maart 2007 op 13:00

Meeslepend, verbazend en verrassend tot de laatste punt. Meteen bij de eerste alinea sleep je de lezer mee in het verhaal zonder iets van de inhoud prijs te geven. Goed opgebouwde spanning.

Li

Joy · 15 maart 2007 op 14:59

Zonder het verhaal te kennen had ik vrij snel door dat het om je vader ging.

Erg mooi geschreven en zeker knap om zo je gevoel te verwoorden.

Ondanks het onderwerp vind ik het een verhaal om trots op te zijn!

Ma3anne · 15 maart 2007 op 16:37

Wat zal hij blij zijn geweest, dat je er ondanks alles toch was.
Knap geschreven en knap, dat je er heen bent gegaan.

Dees · 15 maart 2007 op 17:03

Ik moet er een beetje van huilen. Al dat gevoel over ongevoel. Mooi geschreven.

DriekOplopers · 15 maart 2007 op 18:30

Met betraande ogen je prachtige column gelezen. Ik vind je groots. Groots omdat je durft na te denken over je (gebrek aan) emotie rond je vader. Groots omdat je die worsteling zo perfect hebt opgeschreven. Groots omdat jij het bent, lieve Arta!

Sterkte met alles. :kus:

Driek

WritersBlocq · 16 maart 2007 op 17:47

Ik had al een paar reacties klaar, weer gewist, en nu probeer ik het weer. Lukt niet, mijn reactie. Ik krijg er niet uit wat ik wil, het zit te diep ofzo. Nou ja, je weet wel.
Herkenbaar (in een bepaald opzicht) komt in de buurt, dus meis, veel sterkte, en reserveer wat voor jezelf, geven mag, maar weggeven niet 😉

Liefs Pauline

arta · 16 maart 2007 op 21:46

Heel erg bedankt voor de positieve lieve reacties!
Dit was weer zo’n eng stukje om in te sturen, omdat het enorm dicht bij me ligt en ik op het moment dat ik begon te schrijven zelf nog wat verward was. Tijdens het schrijven vielen de puzzelstukjes op zijn plaats.
@ Ma3: Ik geloof inderdaad dat hij erg blij was dat ik toch ben gekomen.
@ WB: Ondanks je onduidelijkheid had je niet duidelijker kunnen zijn! 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder