Het bankje naast het vervallen schuurtje oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Ik zet mijn fiets ertegenaan, ga zitten en voel hoe in mijn uitgestrekte benen de vermoeidheid van kilometers jachtig fietsen optrekt. De prachtige omgeving creëert kleine luchtgaatjes in een dikke laag radeloosheid, die abrupt dicht ploppen bij het zien van Mus.

Het is hier zeker geen verkeerde plek om te liggen, maar Mus ziet er met zijn pootjes omhoog niet uit alsof hij er nog iets van meekrijgt. Mijn met kwetsbare scheurtjes bij elkaar gehouden hart breekt in duizend stukjes. Ik kuch, kijk even om me heen, en hef met trillende stem Waarheen, waarvoor aan.

Na mijn gedragen gezongen Waarheen leidt de weg die we moeten gaan trekt Mus één oog open, waarmee hij me verstoord aankijkt. ‘Wat denken wij dat wij aan het doen zijn?’ roept hij en springt lenig op zijn twee pootjes. Hij fladdert zich omhoog en komt naast me zitten. ‘Verstoren wij gewoon graag de openbare orde, of heeft dit alles een functie?’ Uit zijn verenpak trekt hij een pakje Marlboro en biedt me een piepklein sigaretje aan.

‘Laat me raden,’ inhaleert hij, ‘jij dacht dat ik dood van het dak van dat schuurtje was gevallen.’ Hij rochelt een tsjilplach. ‘Nee, nee, deze mus gaat eerder dood aan nicotine dan aan de hitte.’ Met zijn vleugel tikt hij me vriendschappelijk op de arm. ‘Hoe komt het dat jij op deze bloedhete dag het vel hebt van een geplukte kip?’ Ik volg zijn blik en zie dat rechtopstaande haartjes de typerende kippenvelbultjes hebben veroorzaakt. ‘Emotionele kou,’ verklaar ik. ‘Ik hoopte dat de zomer me een beetje zou opwarmen.’ Mus humt bevestigend. ‘Ik vond al dat je er bescheten uitzag.’ Bezwerend steekt hij beide vleugels op. ‘Ik zeg gewoon waar het op staat.’

We zwijgen een poosje. ‘Verraad, ken je dat, Mus?’ Bermbrandproof drukt hij zijn peuk uit. ‘Och, hou op!’ kwettert hij hevig. ‘Ik werd uit het nest gegooid, omdat mijn vader in een oogopslag zag dat ik op mussen van hetzelfde geslacht viel.’ Hij reikt me een kleintje Heineken aan.

‘Allemachtig, ook al niet!,’ roept hij als ik na de sigaret ook het bier weiger. ‘Wil de geheelonthouder wel eventueel het verraad dat haar parten speelt delen?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Vertrouwen schenken is een rib uit mijn lijf. Het doet pijn als de hel, wanneer een ander het gegeven paard in de bek kijkt.’ Mus boert een bierboer. ‘Ja, ik ken dat. Maar het is grotendeels zinloos zelfverwijt in de trant van: hoe heb ik zo stom kunnen zijn?’ Vastberaden zet hij zijn blikje neer. ‘Ik ga jou helpen.’

Mus vouwt zich in het gras in de lotushouding en spreidt zijn vleugels. ‘Jij ook,’ gebiedt hij. Ik werk me in eenzelfde houding en wacht af. ‘We gaan een reis maken door de chakra’s,’ kondigt hij aan. We sluiten onze ogen en vertrekken. Al snel stranden we bij de derde van zeven. Een hevig heimwee naar het aardse werkt ons dusdanig op de lachspieren, dat wij genoodzaakt zijn de trip af te breken. Mus geeft me de zonnebrandcrème aan, waarmee ik zijn buik insmeer. Terwijl hij zich weer uitstrekt op zijn rug, pak ik mijn fiets. Gelouterd nemen we afscheid.

Categorieën: FictieOverig

2 reacties

Nummer 22 · 27 juni 2020 op 15:42

Mus! Geweldig! Mooi geschreven!!!

van Gellekom · 28 juni 2020 op 10:35

Jaaaaaa!!! Deze is echt top

Geef een reactie