Alles confronteert me met wachten: mijn geduld is het meer dan zat. Het begint al met het krieken van de dag: wanneer ik rustig ontwaak, een glaasje jus soldaat maak en mijn krantje opensla, lees ik de wachtrijen van de wereld. Ellenlange rijen voor de gevluchte bakker in Soedan, popelende Noord-Koreanen voor de grens van hun zuiderburen, nóg twee maanden voordat [b]Iran[/b] een kernbom heeft en ondertussen trappelt enkele kilometers verder een president van ongeduld om nog voor de verkiezingen zijn cursus medeklinkers onderscheiden te mogen doen.
In eigen land is het niet veel beter: ik lees dat bouwvakkers treuzelen met het aanleggen van de Betuwelijn omdat de korenwolf (lees= klerehamster) zo nodig aan het bestemmingsplan moet knagen. Schiet dan helemaal niks op? Nu al geërgerd en mijn dag is nog niet eens begonnen.
Bij Albert Heijn wordt mijn geduld pas echt beproefd: een twintiger doet boodschappen voor zijn moeder. Aan de kassa merkt hij dat zijn broccoli niet van barcode is voorzien. Met een schamele glimlach naar de huisvrouwen achter hem loopt hij terug. Vervolgens lukt hem het pinnen niet. Ondertussen zing ik luidkeels de mantra ‘Geduld is een schone zaak’ van Hiëronymus van Alphen. Nadat de jongen zijn kleingeld tot op de laatste cent heeft uitgeteld, begint hij zijn tas te pakken. Met de voorzichtigheid van een balletdanser die een porseleinen Chinese vaas in een luciferdoosje probeert te stoppen, gaat hij te werk. Als de jonge moeder voor mij de eerste grijze haren krijgt, lijkt de jongen klaar te zijn. Maar niet voordat hij zijn grapefruits bij elkaar heeft geraapt: het netje scheurt en zorgt ervoor dat de vruchten als losgeslagen bowlingballen door de winkel blijven rollen. Mijn geduld en dag zijn nu echt verpest. Ik besluit de biezen te pakken en met een paar vrienden voor vakantie naar het Zuiden te verkassen.
En dan komt het allemaal tot een eind. Een sprankje verlichting in mijn ongeduld. Ik verlies mijn wanhoop in de waanzin van mijn ergernis. Een file bij [b]Antwerpen[/b]. Ik bekijk de geïrriteerde gezichten van mijn lotgenoten. Dan pas zie ik dat ze allemaal mijn spiegelbeeld zijn. We wachten allemaal op ons moment, ieder voor zich met onze reden als de oorzaak. We klampen vast aan het moment van ongeduld terwijl we eigenlijk weten dat wat komen gaat nooit meer voor altijd zal zijn. Wachten is simpele schoonheid die je lachend kan genieten. Ik zak onderuit, mijn ogen rollen naar achter en mijn hartslag stopt. Misschien genoot ik van het wachten in mijn [b]rode Opel Corsa[/b].
En was het plotseling voorbij.


3 reacties

Mosje · 3 augustus 2004 op 19:51

Tja, en dan schrijf je er een column over, en dan komt die ook nog eens in een wachtrij.
En als je hartslag stopte, dan ben je nu dood, en als je dan de hemel bereikt: weer een wachtrij!
😛
Het leven kan hard zijn (en de dood dus ook)

Ma3anne · 3 augustus 2004 op 22:17

Halverwege de column schoot me een reactie te binnen: “Och, van wachten ga je niet dood.” Maar jij dus wel. Wel grappig zo’n column vanuit het hiernamaals.

🙂

Dees · 3 augustus 2004 op 22:23

😀

Ik denk dat jouw versie van de hel een eindeloze rij zal zijn.

Dus als je een goed mensch geweest bent, mag je zo doorlopen…

Mooie, bondige, veelzeggende zinnen in een goedlopende column. Well done

Geef een antwoord