Van alle katten die we hebben gehad is Pollo de enige die de muizen die ie vangt ook opeet. Een kat naar mijn hart kan ik wel zeggen. Wat je vangt eet je ook op, anders had je het niet moeten vangen, had je het leven niet moeten nemen. Natuurlijk geldt dat niet voor vliegen. Zie je mij al: de vlieg die ik met de ouderwetse vliegenmepper (tegenwoordig zijn ze elektrisch) doodmep, ik schraap hem er van af, een beetje Calvé knoflooksaus en hups daar verdwijnt het voorgerecht in mijn keel. In Aziatische landen doen ze dat constant: insecten eten. Gefrituurde sprinkhanen op het menu, het schijnt heel krokant te zijn. Een onsje gemarineerde vliegen, hoeveel zou je er voor moeten vragen? Best wel een tijdrovend product, lijkt me: je moet een grote ruimte hebben waar de maden rustig tot vliegen kunnen metamorfoseren, daarna moet je vliegen ook niet al te lang volwassen laten, jonge vliegen lijken me zoals elk dierenvlees (lam, kalf) het lekkerste.

En dan moet je iemand hebben die de vliegen vangt. Kan je je het voorstellen: een man in beschermend pak met een masker voor tegen het toevallig inslikken van ongemarineerde vliegen, die de hele dag bezig is met vliegen vangen? Doodmaken is hier nog niet aan de orde. Ze moeten immers nog vervoerd worden en vers zijn ze vast smakelijker. De vliegenvanger doet de gevangen vliegen in een soort koelbox met een gat waar wel een vlieg in kan maar niet uit, die op een wegschaal staat en als de drie kilo is bereikt gaat de koelbox op een vrachtwagen naar de slachterij. Daar worden de vliegen eindelijk gedood door een moordend gas in de koelbox te spuiten. De deksel kan er na een kwartiertje af en de lijkjes worden netjes per ons verpakt, net zoals peultjes en ze worden ingevroren. Vervolgens worden ze vervoerd naar de slager, die ze ontdooit en er een eigen bereide marinade aan toevoegt alvorens ze in de vitrine tentoon te stellen. En daar kom ik. ‘Een onsje vliegen, graag.’ De slager lacht joviaal, en hup op een mooi wit papiertje weegt de man de vliegen af. ‘Eet smakelijk,’ zegt hij nog voor ik de winkel tien euro armer verlaat.

Thuis leg ik het vlees op de snijplank. Maar er hoeft niets meer gesneden te worden, natuurlijk. Later zitten Elderkin en ik tegenover elkaar, we kieskauwen op de vliegencocktail als Pollo komt binnenrennen met alweer een muis. Hij is nog levend, ik hoor het beestje piepen. In een razend tempo blokkeer ik mijn kat de ingang naar de rest van het huis en ontfutsel het knaagdier tussen zijn tanden vandaan. Verdwaasd kijkt Pollo naar me op. ‘Kom maar,’ zeg ik, ‘ik heb wat lekkers voor je.’ Ik gris een schaaltje uit de keukenkast en leg er ons overgebleven voorgerecht in. Pollo kijkt geïnteresseerd toe en als ik het schaaltje op de grond zet zegt hij ‘Miauw’ en schrokt de vliegen naar binnen. Ik geef hem de muis terug en Elderkin en ik kijken niet naar het bloederige spektakel, maar aan het hoorspel ontkomen we niet. De muis is in een oogwenk verorberd. Pollo loopt naar zijn bakjes en eet nog wat brokjes als dessert.

Elderkin en ik nemen een ijsje.

Categorieën: Algemeen

fontaine

Schrijfster/columniste/kwartiermaker De geest van een idioot draait de hele tijd in de rondte en komt daar zichzelf tegen (Doris Piserchia)

2 reacties

arta · 6 september 2009 op 11:04

Terwijl ik aan het lezen ben, krijg ik het gevoel dat dit een stukje is om om te lachen en mis ik die grap…

Dees · 6 september 2009 op 22:35

Er is iets op hol gevlogen geloof ik? Tot en met de derde alinea fladderde ik nog wel mee, maar daarna raakte ik het spoor een tikje bijster… Gefrituurde sprinkhanen zijn overigens best lekker, net chips.

Geef een antwoord