[i]‘Allen eender en gedwee, maakt van veel druppels slechts één zee’. [/i]
Zolang ik mij kan herinneren vloeien deze woorden door mij heen. Ze worden veelvuldig uitgesproken ter verdediging tegen onze grote gouden opponent. Mijdt zijn lonkende warmte is het devies. Vastgeklamd aan elkaar proberen wij zijn vurige blik te ontwijken, maar elke dag weer lost hij enkele van mijn soortgenoten op. Waar zij blijven? Geen idee. Iedereen zegt dat ze daar boven dood gaan. Nooit is een zelfde druppel teruggekomen. Naarmate mijn ontevredenheid groeit –leven is op zijn zachtst gezegd saai- neemt ook mijn nieuwsgierigheid naar wat daar boven is toe. Ik ben het zat. Alles is beter dan dit. In een opwelling laat ik de groep los. Verschrikte kreten om mij heen. Angst. Na eerst even verdwaasd rond te draaien word ik plots in volle vaart omhoog gezogen. De stemmen vervagen. Razendsnel verandert mijn omgeving van zwart, via blauw, naar licht en lucht. Ik voel de gele duivel naderen. De hitte neemt toe. Ik duizel, vervluchtig en dan…

Leegte.

Wat nu? Mijn lichaam is weg en toch ben ik er. Zwevend de hoogte in. Deinend op de wind. Ondanks de verscheurende fantoompijn golft een gelukzalig gevoel door mij heen. Ik denk terug aan die ochtend. De verveling. Als ik gestorven ben is dood beter dan leven. Nimmer zal ik meer een van velen zijn. Ik voel, dus ik besta. Een uniek niets. Loom voert de luchtstroom mij mee. Steeds hoger, steeds kouder.

Beneden mij zie ik de schuimkoppen van de zee overgaan in een uitgestrekt blauw vlak. Stiekem lach ik mijn soortgenoten daar uit. ‘Stakkers’.

Wanneer de kou mijn pijn bevriest, neemt mijn ‘zijn’ weer vorm aan. Witte vlokken om mij heen. Glanzend, glimmend, schitterend klampen onze grillige uiteinden in elkaar vast. Ook ikzelf ben gereïncarneerd in een hard wit lichaam en ga al gauw op in het geheel. Het doet mij denken aan de zee, waar ik vandaan kom. Loslaten is hier geen optie.

Door treurnis overmand wellen tranen in mij op. Ik voel mijn ijzige tentakels steeds losser in die van mijn medevlokken geklemd. Euforisch lachend huil ik door, tot ik mij helemaal losgeweend heb. Weer ontsnapt. Vrijheid. Tot mijn schrik echter nadert de grond in volle snelheid. In één rechte lijn stort ik ter aarde. Huizen, een kerktoren. Ze komen in een duizelingwekkende vaart dichterbij. Terug in mijn oorspronkelijke gedaante spat ik in een tiental miniatuurdruppels uit elkaar. Wanhopig probeer ik mezelf bij elkaar te rapen, maar de gulzige bodem verslindt me.

[i]Enkele maanden later.[/i]

“Stefanie, kom eens kijken!”
Snel rent ze naar de plaats waar het geluid vandaan komt. In de rozenstruik, die al jaren vruchteloos in de achtertuin staat, heeft mijn verwarmende tegenstander een laatste ode aan het bestaan gegeven. Er bloeit één unieke roos.
Hij is zeeblauw.

Categorieën: Thema column

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

11 reacties

SIMBA · 12 december 2008 op 18:29

Prachtig! Een mooi thema is compleet. Het vierde element “menselijk” beschreven.
De kringloop van het water als het ware van binnenuit gezien.

Ma3anne · 13 december 2008 op 12:09

Kwartet! :hammer:

Maar zonder gekheid: boeiend hoe je deze water-reincarnatie beschrijft.

KingArthur · 13 december 2008 op 12:36

De facetten van het water komen ook in jouw tekst goed naar voren. Toch heb ik bij dit thema mogen ervaren dat de elementen enkel tot hun recht komen als ze in samenhang worden bezien. Totaal experiment geslaagd.

Dees · 13 december 2008 op 14:02

Mooi geschreven. Wel een opmerking:

[quote]In een opwelling laat ik de groep los. Verschrikte kreten om mij heen. Angst. Na eerst even verdwaasd rond te draaien word ik plots in volle vaart omhoog gezogen. De stemmen vervagen. Razendsnel verandert mijn omgeving van zwart, via blauw, naar licht en lucht. Ik voel de gele duivel naderen. De hitte neemt toe. Ik duizel, vervluchtig en dan…[/quote]

Het is het dooreenrijgen van ervaring en beschrijving. Het is niet dat ik het niet geloof, maar ik denk wel dat of het een, of het ander effectiever zou zijn. Meeslepender in ieder geval.

lisa-marie · 13 december 2008 op 14:43

Prachtig en adembenemend ,de reis die ik door de ogen van de waterdruppel zie.
Heb genoten!

Mup · 13 december 2008 op 19:04

Niets zo zacht en toch zo ijzersterk als water,

Groet Mup

pally · 13 december 2008 op 19:43

Mooi, Arta, hoe je van water een persoon hebt gemaakt met alle gevoeligheden van dien. Daardoor wordt het aansprekend voor mij, :wave:

groet van Pally

Troy · 14 december 2008 op 17:46

Heel origineel benaderd! Leuk om te lezen 🙂

arta · 14 december 2008 op 19:54

Dank voor de reacties op mijn vloeibare bijdrage aan deze elementenreeks!
Een erg leuk initiatief, KingArthur! Moeilijk dit keer, maar daardoor juist meer een uitdaging! 🙂

Mien · 15 december 2008 op 09:59

Wat een filosofische superdruppel:

[quote]Wanneer de kou mijn pijn bevriest, neemt mijn ‘zijn’ weer vorm aan.[/quote]

Een mooie ijskristal deze watercolumn.
De personificatie van water is hier goed neergezet.

Vele compelementen aan King Arthur, Pally, Troy en Arta voor de mooie thema-columns!

Mien

KawaSutra · 16 december 2008 op 01:42

Mooi Arta, heel mooi. Heel origineel om de cyclus van de waterdruppel te beschrijven vanuit zijn eigen gewaarwording. Wat zit het leven toch knap in elkaar.

Geef een antwoord