Nooit weet ik wat de wind hier precies doet. Hoe zich de natuur verhoudt tot wat mensen ooit bouwden. Als we via de Marathonweg aan komen lopen duwt de westenwind ons terug. Maar zodra we het hoekje omslaan, naar rechts, met de curve van het plein mee, is er plotseling luwte, binnen de lage beschutting van de inham. De windvlagen verdwijnen gestaag. En gaandeweg, als we met de blik op de houten deur in de verte, precies daar waar zich de kom vormt, het laatste stukje lopen, vergeten we zelfs dat het eigenlijk stormt. In alle rust gaan we naar binnen. In het trappenhuis is het nog stiller, op onze klakkende hakken na. Na drie spiralende trappen zijn we boven. Door het raam kun je het ovale plein overzien. Precies tegenover het raam zit de volgende ingang. Als we naar binnen stappen en onszelf de woning insluiten, is er eerst het gangetje; een hokje van zo’n drie vierkante meter waar wel zes deuren op uit komen – het onerkende hart van de woning eigenlijk. Ergens fluit iets. Ik leg mijn hand op de klink van de woonkamerdeur. Het metaal is koud, kouder dan anders. Voorzichtig draai ik de greep omlaag en begin te duwen.

De wind is in een keer terug. Aan de andere kant van de deur werkt hij me stevig tegen. Met moeite maak ik een kier. Binnen giert de plotseling verhevigende fluittoon vanuit het geopende tuimelraam de kamer in. Als ik mijn hoofd naar binnen steek om poolshoogte te nemen zwiepen de gordijnen langs de televisie en de wild wiebelde staande lamp. Ik weet niet hoe snel ik de deur weer moet sluiten. De kier is dik van verzet; mijn zachte weerstand tegen keihard dicht slaan.

Gedrieën staan we in het lamp-verlichte gangetje mekaar aan te kijken, Nina met een ongelovige grijns en Duka met de ohhh van ontzetting rond zijn mond. We luisteren. De wind schreeuwt en brult, vervloekt de holle ruimtes, die in de weg staan, erdoor wil hij, erdóór, dwars door het hart!! We zetten een stapje dichter naar het midden.

Dan beslis ik: genoeg gevochten daarbinnen. Opnieuw grijp ik de klink vast, duw open en ga de kamer in. Als ik loslaat ren ik de paar meter naar het raam met schrik in mijn spieren; ik haat klappen achter mijn rug. Het raam druk ik terug in de sponning, ik haal de greep om en stap weg. Het beest is buiten. Door dubbel glas blijft zijn hoge zingen hoorbaar. Terug in de gang kiezen we een andere deur. We laten de storm de storm.

Buiten op de speelplaats tussen de gesloten pandenwand langs het plein klimmen mijn kinderen gillend in het lage houten huisje met de touwen en de muizetrappen. Ik sta ernaast, handen in mijn zakken. Ik kijk naar boven, naar het raam.
Pas als ik geroepen word buig ik mijn hoofd terug.

Categorieën: Diversen

9 reacties

arta · 5 maart 2007 op 17:20

Gewoon weer heel mooi een dagelijks iets beschreven!
🙂

Arne · 5 maart 2007 op 19:55

mooi..:-)

Mup · 5 maart 2007 op 20:12

Indrukwekkend stuk, waarbij de vijfde alinea er tussenuit springt. Een column die niet overwaait, maar blijft hangen.

Groet Mup.

WritersBlocq · 5 maart 2007 op 21:26

Hij is mooi… zonder de laatste alinea vind ik hem nog mooier…

pally · 5 maart 2007 op 22:36

Weer een column om een paar keer te lezen en de sfeer als een snoepje genietend op te zuigen, Anne!

[quote]Als ik loslaat ren ik de paar meter naar het raam met schrik in mijn spieren ; ik haat klappen achter mijn rug[/quote]
Prachtig!

[quote]Pas als ik geroepen word buig ik mijn hoofd terug[/quote] Ook deze laatste zin vind ik prachtig.
Het eerste deel van de laatste alinea verbreekt de sfeer in mijn gevoel.

groet van Pally

pepe · 6 maart 2007 op 08:19

Heerlijk die natuur die onze dagen kleurt en muziek geeft.
Prachtig en sfeervol geschreven Anne. Dit is vast niet in de bergen maar gewoon in Nederland?

Nana · 6 maart 2007 op 12:20

Ik voel die wind van jou in mijn lijf gieren en buig mijn hoofd voor je schrijfkunst.

Ronaldjecas · 6 maart 2007 op 12:59

Voel de wind langs mee heengaan, mooi alledaags verhaal.

Anne · 8 maart 2007 op 21:59

Dank jullie wel voor de reacties, doet goed! Enne, dit keer ben ik het lekker niet met jullie eens over die laatste alinea: die moet er helemaal in! 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder