Ik vraag me af in welke winter deze foto van [b][url=http://1.bp.blogspot.com/-bEc8FBPgHVg/Tyvtn2M7vBI/AAAAAAAACVE/na5sJ1AkjwY/s1600/gezicht+oosteinde_3.jpg]mijn ouderlijk huis[/url][/b]
gemaakt is?
Niet dat grote huis gebouwd aan de provinciale weg, maar dat scheefgezakte bouwsel onderaan de dijk. En was het wel een winter? Wat rond neuzelen op de site van het KNMI levert interessante gegevens op. Ik bijvoorbeeld, heb nooit geweten dat het woord ‘Winter’ een samentrekking is van Water en Wit? Winter voor mij is, samen met Jip sjokken door de sneeuw, maar ook herinneringen aan mijn kinderjaren in en rond dit oude huis. Aan opstaan als het hard vroor.
Vader heeft de asla geleegd, de kachel opgestookt en de warmte van het eerste vuur verspreidt zich langzaam door de woonkamer. Moeder steekt haar hoofd door het zolderluik en roept dat wij op moeten staan. ‘ Oh, nee hè!’ kreunen en mopperen wij. Niemand, ook mijn zus en ik, willen het warme holletje, dicht naast elkaar, verruilen voor de oversteek op het koude zeil naar de amper verwarmde kamer beneden in het huis. De nikkelen kop van de kachel aan het voeteneinde in ons bed, de avond te voren nog heerlijk warm, voelt nu vijandig aan.
Met moeite openen we onze ogen en kijken tegen een witte bontkraag aan. De haartjes van de wollen deken, waaronder we liggen, zijn door onze adem ruig gevroren. Boven op de deken ligt een laag stuifsneeuw, die de noordoostenwind ‘s nachts door de kieren van het dak heeft gejaagd.
In het bleke licht van de lamp boven de eettafel zoeken wij onze kleren, die in keurige stapeltjes op ons wachten. Moeder trekt de overgordijnen open, maar waar de dag ervoor nog een gewoon landschap was, is nu een muur van ijs. De sneeuwkoningin heeft met een dikke laag winterbloemen ons huis betoverd. Ik ren naar het raam, volg met mijn vinger voorzichtig de contouren van varens en blaas zachtjes tot er een kleine opening, groot genoeg om met een oog door te kijken, ontstaat. In het licht van de lantaarnpaal twintig meter verder op de weg, vallen dikke sneeuwvlokken geruisloos naar beneden.
Ik wist ook niet dat iedere winter een koudegetal ofwel Hellmanngetal – genoemd naar een Duitse meteoroloog – krijgt, waarmee je in één oogopslag kan zien hoe koud een bepaalde winter was. Misschien wat saai maar ik leg toch even uit hoe ze aan zo’n getal komen.
Van iedere dag die God geeft wordt de gemiddelde temperatuur over het hele etmaal bepaald en vastgelegd. Het koudegetal wordt verkregen door alle gemiddelde etmaal temperaturen beneden het vriespunt over de periode 1 november van het voorafgaande gaande jaar tot en met 31 maart van het volgende jaar bij elkaar op te tellen. Het minteken wordt weggelaten. Het koudegetal voor de winter 2010 beslaat dus de periode 1 november 2009 tot en met 31 maart 2010.
Als je de foto boven aanklikt en goed kijkt, zie je achter ons huis, achter al die schuurtjes die mijn vader aan het huis heeft geplakt en voor de grote kippenschuur van Bosch, een witte stacaravan.Mijn oudste broer was daar, vanwege de enorme woningnood, gehuisvest van mei 1960 tot mei 1965 en kreeg er samen met zijn vrouw drie dochters.
De foto kan dus heel goed gemaakt zijn in winter van 1963. De strengste winter sinds 1900 met een koudegetal van 345.9 en 80 sneeuwdagen.Maar het was ook een van de zonnigste winters.
Op de foto hieronder in startpositie mijn twee jongste broers. Ze schaatsen op de dichtgevroren polderslootjes tussen de weilanden achter ons huis. Op die slootjes hebben de meeste kinderen uit ons gezin leren schaatsen. Schaatsen was een serieuze zaak; iets dat bij je opvoeding hoorde.
Ik zit weer op de eettafel en wacht tot het mijn beurt is. Uit de houten zeepkist, die de hele zomer ergens op de zolder heeft gestaan, zoekt mijn vader een paar schaatsen op mijn maat. Een paar doorlopers of blokschaatsen. Zwierschaatsen zijn voor mij nog te moeilijk. Hij bindt ze onder mijn schoenen, zo stevig dat de stugge oranje banden mijn enkels bijna afknellen. Daarna worden mijn broertjes en ik, de een na de ander, op zijn rug naar de sloot achter ons huis gebracht. De beginners krijgen een keukenstoel mee om zich overeind te houden.
‘En nu schaatsen!’ Was min of meer het bevel tot het duister een excuus was om naar binnen te mogen. Soms huilend van de koude handen. Moeder wachtte je op. Pakte je handen stopte ze onder haar armen tot in haar oksels toe en hield ze daar totdat je je vingers we
er een beetje kon bewegen.
[b][url=http://1.bp.blogspot.com/-wZgQFH13Xzo/TyvweEv6CwI/AAAAAAAACVU/gXHwKnk6jeE/s1600/Image077_bewerkt-1.jpg]Neemt niet weg dat het jongetje rechts tweemaal de elfstedentocht heeft uitgereden.[/url][/b]

13 reacties
Sagita · 18 januari 2013 op 13:49
Het was een hele klus om de foto’s in de tekst te plaatsen (donker gedrukte zinsdelen aanklikken). Niet helemaal vlekkeloos (hier en daar een enter teveel) maar ja: ik heb echt mijn best gedaan.
groet Sa!
SIMBA · 18 januari 2013 op 14:07
Mooie winterse terugblik!
Ferrara · 18 januari 2013 op 15:37
Plop…ik kom weer van het ijs met de schaatsen nog onder, de veters zijn vastgevroren.
Mijn vingers staan stijf van de kou. Opa kent ook de truc met de oksels, hij wisselt af met stromend water. Pijn! Maar het werkte wel.
Voor mij is dit stuk evenals nr 1 nostalgie van de bovenste plank.
Sagita · 18 januari 2013 op 17:00
😉
Sagita · 18 januari 2013 op 17:02
Dank Ferrara! Ja dat krijg je als er meer tijd achter je, dan voor je ligt! 😉
groet Sa!
pally · 19 januari 2013 op 16:38
Mooie nostalgie, Sa en wat een aandoenlijke foto van de twee jongetjes, waarvan er een duidelijk aan het wisselen is. En dan die rijp op de deken. Ik voel het weer. Opstaan in de winter was bijna een heldendaad. 😀
groet van pally
Meralixe · 20 januari 2013 op 08:57
Ik ben van het jaar 1951 en ken die toestanden bijzonder goed.
Bij het weer dat we nu buiten kennen is het heerlijk lezen over dit alles. Mag ik er nog eentje aan toevoegen?
Wie kent “DE LEUVENSE STOOF”
Men kon er lekker met de voeten op zitten, onder de roodgloeiende pot. Op mijn scheenbenen smolt het vet onder mijn huid terwijl mijn rug nog dicht bij het vriespunt vertoefde. Op de ‘stoof ‘ stond een kom ‘karnemelkpap’ waar, om het aanbranden te voorkomen, mijn grootmoeder steeds maar in stond te roeren; gans de huiskamer rook (stonk) naar deze brei. 😉
De W.C. stond zo ’n dertig meters van het huis weg. Dat was niets meer dan een plank met daarin een gat. De wind en dan ook de vrieskou waaide via de beerput door dat gat naar hogere sferen. Eén voordeel bij dergelijke temperaturen, ook de spinnen, enorme knobbels van wel vijf cm doorsnede bleven angstvallig in hun schuilplaatsje. :hammer:
Waren dat heerlijke tijden? :eh:
Sagita · 20 januari 2013 op 11:40
Nee die kende ik niet Meralixe. Ik heb wel gehoord over een stoof waarin je een bakje met gloeiende kolen kon zetten en zo je voeten verwarmen, maar dat was in mijn kindertijd al niet meer gebruikelijk. Dank voor deze mooie toevoeging!
En ja of de ene tijd nu beter is dan een andere? Belangrijk is dat het jouw tijd is en dat je er wat mee kan doen! 😉
groet. Sa!
arta · 20 januari 2013 op 11:45
Mooi stuk, Sagita, nostalgie verweven met informatie en dat alles ‘hapklaar’ verwoordt!
Harrie · 20 januari 2013 op 23:26
Die met die kruisboog in de hand? Gevaarlijk jongetje hoor! :hammer: Leuke column. Hopelijk gaat ie er dit jaar weer van komen. Mijn Unoxmuts ligt al klaar. Leuke column.
Sagita · 22 januari 2013 op 00:35
Ja dat waren echt andere tijden! Dank!
groet Sa!
Sagita · 22 januari 2013 op 00:36
Doorslikken die hap! Dank!
groet Sa!
Sagita · 22 januari 2013 op 00:38
Ja pittig jongetje. Heeft twee kruisjes in zijn zak. En zijn vriendin heeft voor hem de derde gehaald. Leuk toch!
groet Sa!