Regen klotst uit de hemel.
Druppels ellende glijden langs m’n gezicht heen; spuwsels van walging.
Voorbode van wat komen gaat.
Met het enthousiasme nog niet weggespoeld doorlopen we de straat.
Als zonnestralen verlichten we, we richten ons op hen. We willen ze meenemen op een tripje kermis.
Maar onze positieve straling wordt geblokkeerd door hun gesloten deur. Als we de deurbellen indrukken(vijf in totaal, inclusief de rechter placebobel)krijgen we geen antwoord.
We draaien ons om en gaan dezelfde weg terug, dit keer een stuk minder helder en opgewekt. Lachen willen we, om de spontane gekke actie, negeren willen we, die afwezige reactie.
Maar de afwezigheid wordt door onze gedachten zelf aanwezig gemaakt.
Frustratie van het onzichtbare, ongrijpbare.
Geen gehoor.

Als we de lichten van de kermis naderen, sluimert er stille hoop.
Ingekopt door een stelletje: bekende gezichten passeren. De ogen maken contact met de mijne, maar ze missen de informatie; ze kennen de connectie niet.
Zij, de obsessie van mijn vroegere obsessie. Zij, zonder te weten (mede)schuldig aan mijn afwijzing. Hij, de onwetende figuur. Zo arrogant, maar zo verneukt. Ik krijg medelijden met hem.
Regendruppels, zwarte wolken, woede!

Stevig houden we de pas erin; we willen schijnen, weerstand bieden aan het leven.
We gaan de uitdaging aan, en stappen in de “breakdance”: een plateau met ronddraaiende bakjes, die steeds sneller gaan, onder een tumult van muziek en lichtgeflits.
….Uit het leven gegrepen….
Het ding begint rustig, fijne kriebeltjes in de buik. Maar al snel is dat over: gezonde spanning wordt omgezet in misselijkheid.
Klappen in de nek, het lichaam naar voren gegooid en door elkaar gerammeld. Is zoveel wel goed voor een mens?
Ik wil eruit stappen.
Maar het kan niet, tenzij de vergrendeling eraf wordt gehaald.
Spuugmisselijk zijn we als het ding eindelijk tot stilstand komt. M’n maag en hart lijken dezelfde plaats te delen.

Uiteindelijk geven we toe aan de omstandigheden en het weer; “we hebben het eigenlijk wel gehad”. We verlaten de plek des onheil en gaan naar de schuilplaats genaamd thuis.
Daar komt alles tot stilstand. Het besef komt op bezoek en brengt “gezellig” pijn en verdriet met zich mee. Als parasieten zuigen ze alle kracht uit me.
Met kleren en al val ik in slaap.

’s Ochtends word ik in het stinkende goedje wakker. Pijn en verdriet zitten nu als teken in m’n hart. M’n stralen, normaliter erg sterk, worden afgezwakt door bewolking. Ik probeer angst en verdriet in te ruilen voor wil en daadkracht.
Ik laat m’n spontaniteit de vrije loop; ik pak de telefoon, en bel hem op.

Hij weert me af en heeft me (alweer) weggedrukt.
Lafheid; waarom zegt hij me niet wat ik verkeerd heb gedaan?
Lief zijn is m’n valkuil, een goede eigenschap ten spijt.

Ik begraaf m’n gevoelens, onder water, de douche spuwt woorden uit me.
De hitte kalmeert de verwarde gemoederen. Woede is verbeeld in spetters; het leven gaat niet over rozen, maar m’n doucheschuim gelukkig wel.
De zeem geeft het einde van dit hoofdstuk aan: de tranen en viezigheid worden weggeveegd in de afvoerput.

Met de ruwe handdoek schrob ik de laatste resten van me af. En ik kan het niet laten, de zon weer even te laten doorschijnen; jij hebt het meest walgelijke van mij gezien: m’n lichaam.
Ik heb waarschijnlijk het meest mooie van jou gezien: jouw lichaam.
En zo wordt het gevoel van “onrecht”, toch weer vergeld.

Categorieën: Liefde

4 reacties

arta · 15 mei 2007 op 21:20

Boosheid en verdriet maken jouw stuk hier en daar wat onsamenhangend.

Er staan erg mooie zinnen in.
Deze bijvoorbeeld: [quote] Woede is verbeeld in spetters; het leven gaat niet over rozen, maar m’n doucheschuim gelukkig wel.[/quote]

Na het lezen van de laatste alinea hoop ik dat het niet autobiografisch is.
Goed geschreven.

KawaSutra · 16 mei 2007 op 00:14

Spontaan maar ook af en toe te gezocht. Maar zeker gedurfd om zo te schrijven.

Mup · 16 mei 2007 op 14:29

Eens met arta en Kawa. En een goede eigenschap is ook vaak tegelijkertijd je slechte eigenschap, er zitten hele scherpe dingen tussen,

Groet Mup.

Dees · 17 mei 2007 op 10:18

[quote]Pijn en verdriet zitten nu als teken in m’n hart.[/quote]

Mooi!

Verder is het mooi en hier en daar verscheurend, maar wel met kwaliteit ruwe diamant.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder