Langs de dijk van Volendam bevindt zich een prachtige wandelroute. Aan weerszijden van het oneven kronkelende pad groeien wilde bloemen en grote groene struiken. Fluitekruid tiert er welig en het zilte Ijsselmeerwater kun je kabbelend langs de kade horen klotsen.

Buurvrouw Carina is net zo’n natuurliefhebber als ik, dus onze wandelroute hebben we snel uitgestippeld. Carina spreekt tijdens het lopen over haar baan en relatie. De zomerzon schijnt er lustig op los, het licht is verblindend.

Opeens voel ik mijn voet achter een stoeprand haken en raak uit balans. In een vruchteloze poging mijn evenwicht te hervinden, waan ik me een soort Roadrunner. Zo ziet het er waarschijnlijk ook wel uit. Mijn benen tollen oncontroleerbaar sneller in de rondte. Het lijkt alsof ik word voort getrokken door een onzichtbaar strak gespannen touwtje.

En dan lig ik op straat. Languit met mijn arm voor mij uitgestrekt in een enge onnatuurlijke houding. Dit is mis. Ik weet het meteen. Deze arm is gebroken. Carina raapt mijn bril van de stoep en probeert me overeind te helpen.

Daar staan we. Mijn linkerarm lijkt niet langer aan mij toe te behoren en hangt slap langs mijn lichaam. De pijn is immens. Gelukkig is een vriendelijke voorbijganger bereid om ons bij mijn woning af te zetten. Waarna we ons onmiddellijk naar het ziekenhuis begeven. Manlief zit geschrokken naast Carina voorin de auto, terwijl ik kermend achterin mijn arm omhoog probeer te houden.

In het ziekenhuis worden foto’s gemaakt. Humerus fractuur, constateert de arts. Het is een vervelende breuk omdat er, jammer genoeg, geen gips omheen kan. Wel krijg ik een ‘sling’, een soort touw waar mijn arm in kan rusten. ‘De ergste pijn duurt drie weken’, deelt de arts mee, ‘maar gelukkig bestaat er morfine.’ De man ziet mijn gezicht en vervolgt glimlachend ‘U gaat echt geen roze olifantjes zien, hoor.’

Korte tijd later begeef ik me schuifelend aan de arm van Carina naar de uitgang. Zonder morfine. Dat zag ik niet zitten. Een grijzend vrouwtje met rollator passeert ons moeiteloos in de hal bij de draaideur. De terugreis leggen we noodgedwongen stapvoets af. Bij elke onverhoedse sturing van de auto schiet ik haast tegen het dak. Lopen lukt niet, zitten gaat niet. En liggen, tja.

Thuis komt Isabel troostend met haar teddybeer aanzetten, Carina brengt een stapel kussens zodat ik gemakkelijker kan zitten en Tygo neemt me van een afstandje goed in zich op. ‘Ik wil ook zo’n touw,’ merkt Isabel op, wijzend op de sling.

Mijn man moet me helpen bij het uitkleden en wassen. De nacht breng ik half hangend beneden door op de bank, kijkend naar Ziggo on demand. Remy, onze kater, zit stipt om drie uur ’s nachts loeiend voor het raam. Zijn snuitje houdt hij tegen het glas gedrukt. In het duister staren zijn glimmende groene ogen mij zielig aan. Ik zie zijn bek af en toe vertrekken in een geluidloos miauw. De deur kan ik niet opendoen en van slapen komt helemaal niets terecht.

De eerste kwellende nacht gaat langzaam voorbij. Er zullen er nog meer volgen. In elk geval kan ik deze nacht alvast doorstrepen. Gelukkig had ik juist een weekje vakantie genomen. Dus alle tijd om een beetje op de bank te muiven. Volgend jaar wordt het heus ook wel weer zomer. Dan heb ik nog een mooie wandeling tegoed langs het Ijsselmeer. Ik kijk er nu al naar uit.

Categorieën: Algemeen

NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten 't Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

8 reacties

Bruun · 10 juni 2016 op 11:51

Hahaha, die Roadrunner vergelijking… Noem het leedvermaak, maar ik vind het een superleuke column!

    NicoleS · 10 juni 2016 op 12:08

    Dat mag hoor. Beter lachen toch? Bedankt voor je feedback ?

van Gellekom · 10 juni 2016 op 11:53

Sneu, maar inderdaad een kei van een column

J.oost · 10 juni 2016 op 16:56

Prachtig, en dan die opmerking; ‘ik wil ook zo’n touw’.

Mien · 11 juni 2016 op 00:04

Ik denk toch dat de rode draad in het fluitekruid zat. Het mag duidelijk zijn. Je was gewaarschuwd. De plant verklaarde de oorlog, maar dan met een d. Leuke column. Zomers met gebreken.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder