Vanaf mijn kinderjaren ben ik al geinteresseerd in de geheimen van het heelal. Op het gym hadden we een natuurkundeleraar die bezeten was van astronomie en zo pikten we zijdelings graantjes mee van zijn hobby. We hingen aan zijn lippen als hij erover vertelde. Vooral de zwarte gaten intrigeerden me. Maar ik ben er inmiddels achter wat dat zijn. Ik heb er zelf één ontdekt. In Duitsland, hier vlak over de grens. Begin deze week. Een vriendin van me is naar een appartementje verhuisd boven een supermarkt. Ik zou haar er voor de eerste keer bezoeken, er geen rekening mee houdend, dat Duitse appartementencomplexen anders in elkaar steken dan Nederlandse. Hier bleken we te maken te hebben met een bunker met geheime ingangen. Drie keer ben ik rond het gebouw gesjouwd en kon geen toegang vinden.
Uiteindelijk vond ik een verscholen klein trapje met een deur. Zowaar zaten er bellen aan het kozijn en ik drukte een willekeurige in, omdat ik de naam van mijn vriendin er niet bij zag staan. Er ging een snerpende zoemer en ik drukte de deur open. Bovenaan een trap stond een jongeman.
‘Ich suche meine Freundin.’
‘Ja, und?’
‘Haben Sie vielleicht gesehen wo voriger Woche jemand neu eingezogen ist?’
‘Nein.’
‘Oke, vielen Dank.’
Achter de man ontwaarde ik een deur, waarachter ik de sterrenhemel zag.
‘Sind da auch nog Wohnungen?’
‘Ja.’
‘Darf ich vielleicht hereinkommen, dankeschön bittesehr, und da oben rundschauen?’
‘Ja, können Sie tun.’

Ik ging de trap op en de bewuste deur door. De man haalde zijn schouders op en gooide de deur van zijn bunker in het slot.
Ik bevond me nu in een soort daktuin met enkele kleine woninkjes. Allemaal zwaar verschanst achter rolluiken, dus ik kon niet zien of er ergens iemand thuis was. Het was er aardedonker en daardoor voelde ik me sehr unangenähm. Op de tast liep ik naar een willekeurig huisje toe en belde aan. Meteen raak: mijn vriendin deed open.

Na een gezellige avond besloot ik maar weer eens huiswaarts te gaan. Ik begaf me weer in het duister en zwaaide nog een keer achterom. Aan het eind van de diepzwarte daktuin vond ik min of meer op de tast een deur en ik stapte een hal in, waar zich ergens de uitgang moest bevinden. Het was er nog donkerder dan buiten. Voorzichtig tastte ik de wanden af, of ik ergens een lichtknopje kon vinden. Zonder resultaat.
Intussen waren mijn ogen wat gewend aan het donker en ontwaarde ik vaagjes een spiegelende vloer voor me, die het zwakke licht van straatlantaarns weerkaatste. Althans, dat was mijn interpretatie.
Ik liep kordaat op het zwakke schijnsel dat van buiten kwam af, in de verwachting, dat ik na een meter of tien de voordeur zou bereiken.
Niets was minder waar.

Ineens voelde ik geen grond meer onder mijn voeten en stortte in een diep gat. Ik probeerde te blijven hangen en wapperde heftig met mijn armen, wensend dat ik een vogel was. Het mocht niet baten. Ik holderbolderde een kennelijke trap af. Links en rechts schrammen oplopend aan treden en muren van scherpe steen. Onderaan bleef ik liggen. Een stekende pijn trok door mijn achterwerk richting schouders en benen.
Ik hapte naar adem, omdat mijn hart over de kling leek te gaan. Even dacht ik dat ik blind was, maar ik herinnerde me al snel, dat voor ik viel ook al alles om me heen duisternis was. Langzaamaan kon ik weer een beetje bewegen en of er iets gebroken was, wist ik niet. Ik wilde naar huis. Alles liever dan in een Duits ziekenhuis belanden. Wist ik veel of ik met die nieuwe zorgpolis wel in het buitenland verzekerd was? Oke, ik bevond me maar zes kilometer van huis, maar buitenland is buitenland, hield ik mezelf nuchter voor.

Zorgvuldig raapte ik mezelf bij elkaar en humpelde naar buiten. Nergens ernstige doorzakkingsverschijnselen, dus mijn benen waren niet gebroken.
Hoe ik precies thuis ben gekomen, weet ik niet meer. Ik kwam weer in het rijk der levenden, toen ik in mijn woonkamer hing. Lag. Kroop. Zoiets was het.

Die nacht had ik merries van zwarte gaten, die me vezwolgen en me zodanig platdrukten, dat mijn hele lijf gierde van de pijn. De natuurkundeleraar van het gym vroeg, of ik het nu begrepen had allemaal.
Natuurlijk had ik het begrepen en ik resumeerde:
Zwarte gaten bevinden zich in Duitsland in woonbunkers zonder licht. Ze zijn levensgevaarlijk en schrecklich unangenähm vanwege de uiterst pijnlijke kneuzingen die je eraan overhoudt. Uitzwaaien doen ze daar niet. Je moet jezelf maar zien te redden in het zwarte labyrint van deuren en trappen. Overigens: de mannen zijn er erg nors.

Verdamd noch mal! Ik had mijn nek wel kunnen breken!

Categorieën: Diversen

13 reacties

Avatar

Kees Schilder · 8 maart 2006 op 07:11

[quote]Overigens: de mannen zijn er erg nors. [/quote]

Elk nadeel heb se voordeel: gelukkig viel je daar niet op.
Ik wens je beterschap.Wel een steengoeie column aan overgehouden

Avatar

Mosje · 8 maart 2006 op 08:48

Ich bin froh dass ich kein Deutsche Freundin habe.
😛

Avatar

wendy77 · 8 maart 2006 op 09:34

Heel mooi en beeldend geschreven Ma3anne. Ik zie het zo allemaal voor me gebeuren. Jammer dat jij echter niets zag en er gehavend vanaf bent gekomen. Ik hoop dat je je snel weer wat beter voelt.

Avatar

Anne · 8 maart 2006 op 09:51

Beste Ma3anne,
Wat een fantastisch verhaal! Inderdaad zeer schrijvenswaardig, zo’n gebeurtenis. En het unheimische, om maar eens in het Duitse te blijven, heb je zeer beeldend neergezet. Heel plezierige schrijfstijl! Voor mij zijn dit soort verhalen kadootjes om de dag opgewekt mee te beginnen.
Anne

Avatar

sally · 8 maart 2006 op 11:50

:laugh: :laugh: :laugh:
Oeps sorry, je had pijn…
Maar je hebt het zo schitterend beschreven dat ik een lach toch echt niet achtewege kan laten.
Sterkte ermee Ma3anne.
Mooi stukje!

Liefs
Sally

Avatar

KawaSutra · 8 maart 2006 op 15:35

Wat een verhaal Ma3!
Stond je hoofd nog recht op je lijf? Je weet het nooit bij heksen natuurlijk. Ik moest direct denken aan de film [url=http://nl.wikipedia.org/wiki/Death_Becomes_Her]’Death becomes her'[/url] uit 1992 met in de hoofdrollen Meryl Streep en Goldie Hawn. Gelukkig had je je toverdrankje op tijd ingenomen. 😀

Avatar

WritersBlocq · 8 maart 2006 op 17:22

Mein Gotttt! Ik habe es genossen, deine schreibelarei, entschüldigung aber ich habe wirklich in einen Deuk geliegen.
Den link die du legst vom schwartzen Gat zum wehe Gat ist wirklich ‘zuupaaah’!
Hoffentlich geht es dir jetzt besser, dass meine ich aufrecht. Keine Merries mehr im Bed, wenn die scheissen, wird es wirklich ein Sau. Und ich weiss vom erfahrung dat Schweitzer Krankenhäuser besser sind als die Holländische, aber in Deutsche habe ich noch nicht gelegen. Kann noch passieren, und wenn, dann schreibe ich darüber.
Liebe Grüsse, Paulienchen 🙂

Avatar

Mup · 8 maart 2006 op 19:31

Stolz kannst du sein. Op je schrijven, niet op je stunts:-)

Groet Mup.

Avatar

DriekOplopers · 8 maart 2006 op 20:09

Eerder reageerde ik op een andere column: ik snap niets van carnaval. Maar blauw in de zin van dronken is toch beter dan blauw in de zin van blauw 😀

Doet mij opeens mijmeren: trapverlichting, is dat het lampje op je fiets? Ach, gut, mijn gedachten slaan weer op hol…

Beterschap!

Driek

Avatar

Li · 8 maart 2006 op 21:34

Och die Ma3anne toch. Sorry hoor maar ik heb het relaas van jou, als gevallen vrouw, met een vette glimlach gelezen. Moet je het maar niet zo leuk opschrijven.
[quote]Zorgvuldig raapte ik mezelf bij elkaar en humpelde naar buiten[/quote]
Humpelen mag van mij in de Dikke van Dale 😀

Interessante site?
[url=http://www.ad.nl/groenehart/alphen/article184418.ece]Alphense Zwarte Gat[/url]

Li

Avatar

Ma3anne · 9 maart 2006 op 07:46

Fijn, al dat leedvermaak. Daar knap ik van op! 😀

Het is inmiddels al anderhalve week geleden en het gaat wel weer. Nog steeds een blauwe en zeer pijnlijke kont, maar de rest is al aardig genezen.

Kawa, mijn hoofd is inmiddels weer bijgedraaid. LOL!

Driek, naar aanleiding van jouw gedachtesprong krijgt het woord ‘trapgat’ voor mij ineens ook een andere betekenis. 😀

Alle anderen, dank voor jullie reacties.

Avatar

Trukie · 9 maart 2006 op 17:07

Zou je die vriendin nou niet een puntmuts wensen die tot ver over haar ogen zakt?
Jou geen plattegrond uitleggen of waarschuwen voor slecht wegdek?

Avatar

Raindog · 10 maart 2006 op 00:22

Prachtig verhaal, en fijn dat het weer goed met je gat…

😉

Geef een antwoord