Bellse en het Beest

‘Ha die Fuck!’ begroet ik het hondje van de visite. ‘Wat zeg je?’ vraagt zijn baasje. ‘Fuck, Fuckie,’ antwoord ik met uiterste krachtsinspanning. ‘Hij heet Puck hoor,’ zegt ze, lichtelijk verontwaardigd. Ik bedoel er niks vervelends mee. Het is geen stil verwijt vanwege het oversekste gedrag van de Jack Russell. Lees meer…

Beloofd is beloofd

In alle godsvroegte zit ik alleen op het grote binnenterras van het restaurant in het verzorgingshuis. Op de verdiepingen erboven lopen verzorgenden af en aan over de vides om hun cliënten te assisteren bij hun ochtendrituelen. Af en toe wordt er een kleine hijskraan een appartement binnengereden en hier en Lees meer…

Van de prins geen kwaad

‘Ik vind je lief’
Deze aanhef van de advertentie trok onmiddellijk haar aandacht. Ze las verder.
‘Ben je je lief kwijt? Ik zal hem voor je zoeken en vinden.’
Haastig scheurde ze de advertentie uit de krant, stond snel op, trok haar jas aan en dronk staande, in één teug haar glas leeg. Ze betaalde aan de bar en rende struikelend naar buiten.

Kun je nog zingen, zing dan mee

Vandaag veel nieuwe gezichten in de zaal. De grote huiskamer lijkt voller dan de vorige keer. Er worden nog steeds mensen af en aan binnen gerold. Ik zet de cd uit, nestel me achter de elektrische piano en laat mijn oog over de bezoekers gaan. Op een bescheiden volume warm ik mijn vingers en de sfeer alvast op: ‘Koffie, koffie, lekker bakkie koffie.’

Vakantiewerkeloos

Uitgelaten en zenuwachtig giebelend fietsten we – twee meiden van vijftien – het stadje uit, de landerijen in, op weg naar onze eerste vakantiebaan. Bij het proefstation van Unilever konden ze in die tijd ’s zomers vele extra handen gebruiken. Onkruid wieden, aardbeien schoonmaken voor de jam-testen, erwten doppen en op grootte uitsorteren. Noem maar op. We waren benieuwd waar we terecht zouden komen, mijn vriendin en ik.

Indian Summer

Het was een idee van mijn vriendin. Voor vijf euro per persoon zouden we gaan dineren. Een compleet driegangenmenu. Aangezien we beiden niet zo uitbundig in de slappe was zitten, trok ons dit wel.

Led-leed

Jongens, ik heb hem! De gratis Led-lamp van de Postcodeloterij. Gisteren opgehaald bij de Albert Heijn. Dat wordt besparen, dus geld verdienen! Joepie!

Feest in de voortuin

Het is me deze zomer weer niet gelukt mijn voortuintje naar de maatstaven van mijn buren te onderhouden. Ze zeggen er inmiddels niets meer van, maar hun afkeurende blikken als ze langslopen en er toevallig naar kijken, spreken boekdelen. De walging wordt intenser, als ze maar vermoeden, dat ik ze zie. Ach arme, ze hebben het ook niet getroffen met mij als buurvrouw. Hun keurige grintkaveltjes met potplanten, die mij altijd het gevoel geven, dat ik me op een kerkhof bevind, komen niet tot hun recht naast mijn oerwoud.

Een 50+meid is op haar toekomst voorbereid

Een paar jaar geleden kreeg ik nog de slappe lach toen mijn dochter en ik een keer voor de lol meededen met Nederland in Beweging. Volgens mij zette het blije zij-tik-zij-tik met of zonder armen geen zoden aan de dijk. Althans, ik voelde niets zinvols gebeuren in mijn lijf; soepel en fit als ik toen nog door het leven ging. Maar helaas, de tijd begint me in te halen.

De kunstenaar

‘Hee Marianne! Hoe is het met je dochter?’ buldert het over de parkeerplaats bij de buurtsuper. Ik loop naar de man met zijn kanariegele baseballpet en zoals gebruikelijk schudden we elkaar de hand. ‘Goed. Hoe is het met jou?’
‘Wanneer kom je eens koffie drinken?’ negeert hij mijn vraag. Het vaste ritueel van bijna elke dag. Ik draai het vertrouwde riedeltje af, dat het vast nog wel eens gaat gebeuren.
‘Dat is goed, Marianne!’ roept hij tevreden en sjokt naar de snackbar voor zijn dagelijkse portie softijs. Ik loop de supermarkt binnen.

Verloren jaren

[i]“Mam, raad eens!” valt hij haar telefoon binnen.
Ze heeft geen idee welke kant ze op moet raden, dus geeft het meteen maar op.
“We hebben een kaartje gehad van papa!”
De wereld lijkt een seconde lang stil te staan. Het komt voor haar compleet uit de lucht vallen. Ze hapt naar adem en hoort zichzelf roepen: “Vertel!”
[/i]

In het zilver

Mijn vadertje zit genoeglijk glimmend in zijn grote stoel. We zijn met de hele familie, vijf man sterk, naar hem toegekomen en zingen “Lang zal hij leven”. Eigenlijk hoeven we dat niet meer te zingen, want hij leeft al erg lang. Vandaag wordt hij negentig. Hij wil geen poespas en drukte; gewoon zijn enige dochter met haar beide kinderen en hun partners om hem heen is voldoende.