Uitgelaten en zenuwachtig giebelend fietsten we – twee meiden van vijftien – het stadje uit, de landerijen in, op weg naar onze eerste vakantiebaan. Bij het proefstation van Unilever konden ze in die tijd ’s zomers vele extra handen gebruiken. Onkruid wieden, aardbeien schoonmaken voor de jam-testen, erwten doppen en op grootte uitsorteren. Noem maar op. We waren benieuwd waar we terecht zouden komen, mijn vriendin en ik. Zoals afgesproken meldden we ons bij de portier. Tot onze stomme verbazing hoefden we het veld niet op of de grote loodsen in, zoals we verwacht hadden, maar zou het laboratorium de komende week onze basis zijn.
Een mevrouw legde ons kort uit wat we moesten doen, waarna we plaatsnamen aan een lange tafel. Er zat een klein gaatje in het werkblad. Onze taak zou bestaan uit het tellen van spruitenzaadjes. Het leek ons interessant werk. Vooral het invullen van tabellen en het stickeren van reageerbuisjes gaf ons het gevoel dat we belangrijk waren. De witten jassen die we kregen maakten dat gevoel compleet.

De eerste portie spruitjes van spruiten werd afgeleverd. In een soort peulen bleken piepkleine kruimeltjes te zitten: de spruitenzaadjes. We braken voorzichtig de peulen open en schoven met een spatel de zaadjes één voor één het gaatje in. Onder het gaatje moesten we bij elke nieuwe peul een gestickerd reageerbuisje schuiven. Het was een precisiewerkje en na een paar minuten zaten we al geconcentreerd te tellen. Dit was een kolfje naar onze hand. We werden er niet moe van.

De dag vloog om. Dit zouden we wel een tijdje vol kunnen houden. We verheugden ons al op de komende week.
Na het werk fietsten we over het landweggetje naar huis en voelden ons twee bofkonten met zo’n topbaan.
En toen gebeurde het!
Hoe het kwam, weet ik niet meer, maar onze sturen grepen in elkaar en met een rotklap belandden we op het asfalt. Mijn vriendin sloeg met haar hoofd tegen de grond en ik raakte met mijn benen bekneld tussen wielen en bagagedragers. Kon geen kant meer op. Een enorme pijnscheut in mijn dijbeen benam me mijn adem. Mijn vriendin jammerde het uit. Voor de gezelligheid jammerde ik mee en worstelde me zo goed en zo kwaad als het ging tussen het verwrongen staal uit.

Mijn vriendin bleef liggen en was helemaal de kluts kwijt. Ik besloot, dat ik de touwtjes maar in handen zou nemen, ondanks het feit, dat ik amper kon lopen. We lagen vlak voor de oprit van een boerderij en ik sleepte me bloedend en gekneusd naar de voordeur. Daar belde ik aan en vertelde huilend aan de boerin wat er gebeurd was. Zij rende naar mijn vriendin en nam al snel alle touwtjes van me over. Ze frommelde ons in haar auto en reed ons naar het ziekenhuis.
Daar pootte ze ons op een bank in de hal en al snel kwam een verpleegster de stand van zaken opnemen. Mijn dijbeenwond werd behandeld en mijn vriendin kreeg de diagnose flinke hersenschudding. Er werd ons een week rust voorgeschreven.
Intussen was de vader van mijn vriendin gewaarschuwd. Hij arriveerde al snel en ontfermde zich over ons.

De verdere afwikkelingen werden door onze ouders verzorgd. Zij meldden ons ziek bij de werkgever. Thuis op de bank met een dubbeldik been, respectievelijk onder de wol met een grote bult op het voorhoofd, zagen we ons eerste vakantiebaantje aan onze neus voorbij gaan. Wat een afgang en teleurstelling!

We herstelden voorspoedig en konden onze lol niet op, toen de bankafschriften kwamen. We bleken een dag salaris en [i] voor de hele week [/i] ziektegeld gekregen te hebben. Onze eerste zelfverdiende centjes voor één dag werken en wat klappen oplopen kwamen van de ziektewet! We vonden het vreemd en ook wel een beetje genant, maar hebben het niet teruggestort.

Ons eerste vakantiebaantje. We hebben het er samen nog wel eens over, nadat we beiden inmiddels een interessant, maar roerig en warrig arbeidsverleden achter ons hebben. Die eerste keer bleek een indicatie voor alle dingen die nog zouden gaan komen: veel vallen en opstaan in onze carrières en daarnaast de zorg voor onze bloedeigen spruitjes.

Gelukkig zijn we er slechts licht gekneusd, maar heel veel wijzer en sterker uitgekomen.


12 reacties

joopvanpoll · 25 januari 2010 op 11:56

Peeën dunnen,mijn eerste vakantiebaantje,op mijn dertiende.
De prille suikerbieten-plantjes die op rijen stonden op het ruisachtige veld, waren soms met zijn tweeën of drieën op een hoopje gaan staan, wanneer het ejaculaat van de zaaimachine weer eens onzorgvuldig was uitgestort.
Twee van de drie, of een van de twee,dienden het veld te ruimen,ten faveure van de solitair, die groot,sterk en mierzoet moest worden.

Ik had het veld aangenomen bij de vrekkige boer voor vijftig gulden.
Elke keer dat ik opkeek om mijn pijnlijke rug te strekken of mijn knieën te masseren, zag ik het immense veld voor me dat nog “gedund” moest worden, en de luttele meters achter me die ik gedaan had.
Veertien keer langer dan ik had gedacht-kostte het me-om die vier voetbalvelden te doen en vier keer per dag kon ik spontaan huilen, afwisselend van pijn en uit zelfmedelijden.

Ik had deze ervaring zover weggestopt dat er wel een verdomd goed verhaal aan ten grondslag moest liggen om het weer boven water te krijgen.
Joop.

trawant · 25 januari 2010 op 12:03

Een prachtverhaal Ma3!
Heb éven m’n best gedaan om een ‘klein kommaatje verkeerd’ te vinden.. 😉 maar nee! Het is van een grote schoonheid en perfectie.( op ‘witten jassen’ na dan, maar dat is natuurlijk weer niet leuk van mij..)
Ik zie jullie zitten in het lab én liggen op het asfalt.En meteen voor het eerst in de ziektewet, daar word je groot van.
Leuk ook op het eind die link naar later.
Kortom een TOP column. :hammer:

Avalanche · 25 januari 2010 op 12:49

Erg goed geschreven; alsof het gisteren gebeurd is, lijkt het, dus het moet een enorme indruk gemaakt hebben! En deze zin:

[quote]Die eerste keer bleek een indicatie voor alle dingen die nog zouden gaan komen: veel vallen en opstaan in onze carrières en daarnaast de zorg voor onze bloedeigen spruitjes. [/quote]
springt er helemaal uit, vind ik!

LouisP · 25 januari 2010 op 13:32

Marianne,
‘k ben jaloers op mensen die met zo’n eenvoudige elementen, zo iets moois kunnen maken….

het leest zo fijn, zulke stukjes…

Louis

Ingrid · 25 januari 2010 op 14:40

Het lijkt een verslag van mijn eerste schooldag. Met het enige verschil dat de rest van het schooljaar door mij in een rolstoel werd doorgebracht en ik een vakantiebaantje de zomer daarop op mijn buik kon schrijven. Fietsen is sindsdien nog steeds geen hobby.

Naar mijn bescheiden mening is het werkloos ipv werkeloos.
Iets wat mijn zoekpagina ook aangeeft.

Verder een topcolumn die bij mij helaas wat minder fijne herinneringen oproept.

arta · 25 januari 2010 op 15:46

Geweldig meeslepend verhaal!
Geraniums stekken was mijn eerste vakantiebaantje… Ik kan die planten nog steeds niet zíen!:-D

Van Dale keurt ‘werkeloos’ gewoon goed:
wer·ke·loos bn, bw 1 zonder iets te doen: ~ toekijken 2 werkloos

Ingrid · 25 januari 2010 op 16:28

klopt sorry ik vond dit
werkloos of werkeloos?
Er is verschil tussen werkeloos en werkloos. Wie werkeloos is, doet niets, verricht niets: Zij keek werkeloos toe, Hij bracht zijn tijd werkeloos door. Wie werkloos is, heeft geen werk: een werkloze schoolverlater.

Ma3anne · 25 januari 2010 op 17:10

Wat een leuke reacties! Dankjewel allemaal.

Ik zie dat er inmiddels achter de schermen hard gewerkt is op de woorden werkeloos/werkloos. 😀 Het woord werkeloos heb ik bewust gekozen, omdat we niet werkloos waren, maar wel werkeloos moesten toezien. Had eerst Vakantiewerk-eloos als titel, maar heb toch maar het streepje geschrapt achteraf.

‘Witte[b]n[/b] jassen’ zag ik pas toen ik het stuk na het insturen herlas. Ik was wel benieuwd wie het het eerst zou zien. Nou, 100 keer dan maar ‘witte jassen’? :hammer:

SIMBA · 25 januari 2010 op 19:02

Witten jassen had ik gewoon overheen gelezen…kun je nagaan hoe leuk ik het vond!

Emiliever · 25 januari 2010 op 19:29

Geweldig, wat een leuk verhaal! Doet ook mij weer denken aan mijn eerste vakantiebaantje…Op kantoor bij mijn moeder. Die zo bang was dat ze ervan zou worden beschuldigd haar dochter ‘voor te trekken’ dat ze me na twee dagen op staande voet heeft ontslagen. Ik had een kop thee over een archiefmap laten vallen…Haha, ik had beter ziek kunnen worden!

pally · 25 januari 2010 op 22:37

Ach, wat een leuk verteld nostalgisch verhaal Ma3!
En wat grappig toch dat we juist over onze miskleunen de smeuigste(raar woord)verhalen kunnen vertellen. Is dan zo’n rommelig(beroeps)leven wellicht ook gewoon interessanter dan een glad succesverhaal? 😉

groet van Pally

Mien · 27 januari 2010 op 13:23

Sterke column met verrassende wending Ma3.

Ik dacht die gaan vast thuiswerken?

In huiskamersferen ontkiemt spruitjeszaad het best, nietwaar?

Mien voor behoud van spruitige columns

Geef een antwoord