Leo de spitsmuis en Kareltje Kever liggen op hun rug in het weiland en kijken naar de hemel. In de blauwe lucht hangen twee wolken.
‘Daar woont mijn oma.’ Zegt de muis. ‘In de wolk vlak naast de zon. Zie je die wolk, Karel?’
‘Ja, die zie ik. Als ik met mijn ogen knijp lijkt die wolk zelfs een beetje op jouw oma. Hoe is zij daar gekomen? Muizen kunnen toch niet vliegen?’
‘Nee, dat kon zij ook niet, maar merel heeft haar gebracht.’
‘Zo hé, helemaal naar de hemel? Zo hoog kunnen merels toch niet vliegen?’
‘Ja hoor, de merel wel.’ Zegt Leo.
‘Mijn oma is zelf naar de hemel gevlogen.’ Zegt Karel. ‘Zij was een engeltje geworden. En een engel kan zelf vliegen, want die heeft vleugels. Waarom is jouw oma eigenlijk in de hemel gaan wonen?’
‘Nou, omdat de taart en limonade op was.’ Antwoordt Leo.
‘Daar begrijp ik niks van. Waarom wil je ergens wonen waar geen taart en limonade is?’
‘Nou, als de taart en de limonade op is gaan oma’s altijd nieuwe brengen.’
‘En pindakaas?’ Vraagt Karel.
‘Ja, Karel, de pindakaas was ook op. Maar die heeft mijn oma ook meegenomen.’
‘Wil jij later in de hemel wonen, Leo?’
‘Oh ja, zeker. De wolken liggen lekker zacht en bovenop de wolken schijnt altijd de zon. Het regent er nooit!’
‘Kun je er ook zwemmen?’ Vraagt Karel.
‘Ja, je kunt er ook zwemmen, maar jij bent een kever en die kunnen niet zwemmen. Kevers kunnen alleen maar drijven als je ze in het water gooit.’
‘Ik kan echt wel zwemmen!’ Zegt Karel.
‘Nee, hoor. Kevers hebben hele dunne pootjes en daarmee komen ze niet vooruit in het water. Dus ook niet in de lucht.’
Karel kijkt boos naar boven en vraagt; ‘Ook als er geen wolken zijn?!’
‘Juist als er geen wolken zijn. Je kunt alleen maar zwemmen in de hemel als er geen wolken zijn, want dan is de lucht zo blauw als het water in de beek.’
‘Zie je wel?! Kevers kunnen dus wel zwemmen!’
‘Wat bedoel je?’ Vraagt Leo verbaasd.
Nou, gisteren waren er geen wolken en mijn oma woont in de hemel. En als er geen wolken zijn dan moet je zwemmen. Mijn oma heeft gisteren dus gezwommen. En zij is een kever.’
‘Ja, zij was een kever.’ zegt de muis. ‘Jouw oma is toch een engel geworden, zei je? Een engel kan vliegen en heel goed zwemmen.’
‘Oehoeoe’, klinkt het plotseling boven de twee vrienden. Vlak naast hen landt Therese de uil. Ze klapt twee keer met haar vleugels en zegt; ‘Goedemorgen Leo, goedemorgen Karel. Hoe gaat het met jullie?’
‘Goedemorgen, Therese. Volgens Leo kunnen kevers niet zwemmen in de hemel.’
‘Ach’, zegt de uil, ‘iedereen kan zwemmen in de hemel.’
‘Ook als het donker is?’ Vraagt Leo.
‘Juist als het donker is! In de nacht zie je iedereen die in de hemel woont. De mensen noemen hen sterren. Soms kun je zelfs zien dat er iemand zwemt in de hemel. Mensen noemen die vallende sterren. Maar uilen weten wel beter. En omdat uilen ’s-nachts de lucht van dichtbij zien, weet ik dat iedereen in de hemel zwemt. Dus ook kevers kunnen zwemmen in de hemel.’

9 reacties
Esther Suzanna · 2 mei 2015 op 11:46
:musicnote: :heart: :rose: :inlove:
Ferrara · 2 mei 2015 op 14:02
Ah, daar is mijn favoriete muis weer eens. Hoe gaat het met zijn schele oog? 😮
trawant · 2 mei 2015 op 16:45
Subliem verhaaltje Pierken! 5 Sterren.
Hier zijn ze dol op bij ‘Storytime’. Ze verzamelen er voorleesverhalen voor kinderen. Het zou daar ook mooi passen.
Pierken · 3 mei 2015 op 16:07
Dank voor jullie reacties! Bij deze heeft enige tijd geleden Pally over mijn schouder meegekeken, wat leidde tot nog een aardig stukje herschrijven. Thanks voor de tips Pal! :rose:
En jij ook trawant. :yes:
@Ferrara: Hij doet ’t er maar mee :laugh:
Mien · 3 mei 2015 op 17:39
Mooie titel, mooi verhaal. :yes:
arta · 3 mei 2015 op 22:57
Een kinderboekwaardig verhaal, met een diepere laag voor de volwassen (voor)lezer.
De titel (Ik ben dól op titels) is prachtig.
Vraagje: Is de stoeipartij met tijden in de tweede alinea met een speciale reden (Het doet ‘kinderspraak’ aan)?
Sagita · 6 mei 2015 op 11:34
Pierken ik loop wat achter met reageren, maar niettemin heb ik genoten van dit heerlijke kinder verhaal. Ik ben er dol op net zoals lang geleden de verhalen van Vera!
groet
Sa
Pierken · 6 mei 2015 op 14:39
@Mien: Thnks
@arta: De dieren in deze verhaaltjes zijn de kinderen zelf (voor wie ze bedoeld zijn). Mijn streven is dat ze zich herkennen. Ook in de dialoogvorm. In zo’n tweede alinea kan ik daar natuurlijk naast zitten en wordt het wellicht too much. Ik ga er nog eens voor zitten voordat ik het ergens anders over de schutting ga gooien. Dank voor de handreiking!
@Sagita: Je bent zelf in een andere hoedanigheid één van de aanleidingen geweest waarom ik deze verhaaltjes ging plaatsen hier. Meer dan leuk om te lezen dat ze o.a. jou nog zo bijstaan.
arta · 6 mei 2015 op 21:32
Nou, wacht even, Pierken! Het viel mij gewoon op en ik vond het juist leuk dat je kindertaal in een kinderverhaal verwerkt hebt, maar was benieuwd of het bewust of per ongeluk was. 🙂
Wat mij betreft dus niet ’too much’, maar complimenten!