Het zakhorloge -10

‘Waar zijn die catacomben van Encantades?’ Piet zuchtte diep. ‘Er is werk aan de winkel, en geen tijd te verliezen.’
Applaus steeg op vanuit de raadszaal.
‘Ik zei het wel: Piet is een échte Grillo. Ik zag het meteen’, schreeuwde Isabella.
Bedachtzaam vouwde Piet het tegenhorloge op. Even twijfelde hij om het in zijn broekzak te stoppen, maar besloot het toch maar in zijn hand vast te houden. Zo vastberaden als hij kon, keek hij de zaal rond, riep ‘Tot ooit!’, draaide zich om en verliet de ruimte met een bonzend hart en hand.

‘Breng me naar Grootvader’s huis’, commandeerde Piet Ernest en Gnomon, ‘en geef mij ondertussen alle informatie die jullie hebben over de catacomben, de weg er naartoe én over Sulfus Sifides. Loop eens een beetje door!’

‘Zodra we het zakhorloge hebben opgehaald, neemt Gnomon ons mee in zijn elfenstroom. We zullen in een oogwenk de catacomben van Encantades bereiken’, legde Ernest uit.
‘Alleen als ik genoeg kracht heb.’ Gnomon keek triest.
‘Je maakt maar kracht! Ik heb de mijne nodig om binnen te komen. Daarna is alle hoop op Piet gevestigd.’
‘Wat kan ik verwachten?’ Piet’s stem klonk vertwijfeld.
‘Dat weet geen enkel wezen. Pak je sleutel.’

Snel rende Piet ‘zijn’ huis in, naar de leunstoel. Er lag niets. Ook niet op de grond. Zonder erbij na te denken ging hij in de stoel zitten, vouwde het tegenhorloge uit op zijn hand en sloot zijn ogen dertig tellen.
‘Zakhorloge, kom naar mij, nu!’
‘Het ligt er!’ Snel opende Piet zijn ogen, greep het horloge en rende naar de keuken. Ernest en Gnomon renden achter hem aan. In razend tempo greep de elf de handen van zijn metgezellen en voor ze het wisten werden ze meegetrokken en vlogen ze in het hart van een elfenstroom naar de plaats van bestemming.

Duizelig vielen ze, te hard, op de grond.
‘Laat mij achter’, hijgde Gnomon, ‘Ik kan niet meer. Haal mij op de terugweg maar op.’
‘Als we het redden…’ Ernest twijfelde, maar Piet begon al te rennen naar de rotspartij die voor hen opdoemde.
‘Kom, Ernest! Gnomon, we komen je halen, zowaar ik Grillo heet!’

Met zijn tweeën zochten ze een poort, een deur of in ieder geval een ingangig iets. De toverkracht van Ernest zou hen binnen kunnen brengen.
‘Waar is die ingang?’ vroeg Piet ongeduldig. Op hetzelfde moment opende de rots zich en onthulde een houten brug boven een enorme diepte. Voorzichtig traden ze binnen. Er klonk klassieke muziek. Behoedzaam zetten zij nog een paar stappen en zagen dat er een rode rivier onder hen stroomde, waar een heerlijke zoete geur uit opsteeg.
‘Wat is het hier fijn!’ riep Piet opgetogen.
‘Niet rondkijken, doorlopen.’
Aan de overzijde van de brug zagen ze een grote oranje ruimte, waarin een roze paardje aan een gezellig gedekte tafel zat.
‘Hihihihi, welkom Grillo! Wie heb je meegenomen?’
‘Ik ben Piet en dit is Ernest, maar wie ben jij?’
‘Hihihihihi, ik ben Sulfus, Sulfus Sifidus, kom verder. Ik krijg nooit bezoek.’

Stomverbaasd kijken Piet en Ernest eerst elkaar en dan het roze paardje aan, dat gigantische neusgaten heeft en paarse glitterdriehoeken vanaf zijn hoofd tot aan het puntje van de staart in een keurige rij. Is dit snoezige ‘My little pony’-tje werkelijk de gemene draak?
Piet schatert het uit.
In zijn hand begint het tegenhorloge harder te kloppen.

14 gedachten over “Het zakhorloge -10

  1. Wat een tempo, Arta, en wat een daadkracht van die altijd aarzelende Piet. De held is opgestaan. 🙂
    Nu eens zien hoe Mien een My little Pony verslaat.

    Ik blijf het zo ontzettend gaaf vinden om te lezen hoe het verhaal elke keer weer opgepakt wordt en een nieuwe draai krijgt. Ik ben nu alweer benieuwd naar het volgende deel.

  2. Volgens mij zag ik een rode schittering in die lieve mylittle-oogjes en kwam daar niet een pluimpje rook uit die meganeusgaten gepiept? Je hebt er wel de vaart in gezet, daar houd ik van. Ik ben benieuwd naar en een beetje huiverig voor het vervolg. Ik heb het alarm op mijn tegenhorloge maar vast ingeschakeld.

Geef een reactie