I Truffatori-2

Met een synchrone slok slaan de heren de geurige whisky achterover. Macello, de slager, bekijkt het tafereel roerloos vanuit de gordijnopening. Een druppel bloed rolt langzaam van het blad van zijn mes en spat uiteen op de houten vloer, terwijl hij geduldig wacht op nadere uitleg.

Met een ferme handbeweging zetten de heren hun lege glazen terug op het vuistdikke tafelblad. Macello kucht, alsof hij de aandacht op hem wil vestigen. Verstoord kijkt Davide zijn kant op.
‘Wat doe je hier nog? Ik zei toch we het gaan regelen. Ga nu. Pronto!’ snauwt hij de slager toe en zet zijn uitspraak kracht bij met een wegwuivend gebaar.
Macello’s lichaamstaal verraadt dat hij Davide van repliek wil dienen, maar hij bedenkt zich en druipt onvoldaan af. Gaia, die al die tijd achter hem heeft gestaan, volgt in zijn kielzog en trekt met verontschuldigende behoedzaamheid het gordijn achter zich dicht.

‘Wat wil je dat ik voor je doe, Davide?’ vraagt Angelo met een branderige keel van de whisky. Hij neemt een laatste trek van zijn sigaret en drukt hem uit in de marmeren asbak midden op tafel.
‘Kom mee vriend, ik zal het je laten zien,’ antwoordt Davide. Hij hijst zich uit zijn stoel en wipt behendig zijn beige regenjas van de statige kapstok in de hoek van het vertrek.
‘Die heb je niet nodig, Davide. Het is gestopt met regenen,’ probeert Angelo hem duidelijk te maken, maar hij heeft de jas al aangetrokken en schuift het gordijn kordaat open. Angelo strijkt met een hand onwillekeurig door zijn haren en loopt achter Davide aan, die met kalme tred het vertrek verlaat, zijn smeulende sigaar op de asbak achterlatend.

Het gesprek van de heren aan de bar verstomt subiet als Davide en Angelo naar buiten komen. Matteo kijkt het tweetal indringend aan. ‘Problemen?’ vist de weetgrage postbode. Matteo is altijd op de hoogte van de laatste dorpsroddels en het feit dat Macello zojuist op hoge poten met een mes het privévertrek van de eigenaar binnenstormde heeft zijn nieuwsgierigheid gewekt.
Davide negeert Matteo’s vraag alsof hij hem niet heeft gehoord, wisselt een innige kus uit met Gaia en loopt stilzwijgend naar buiten. Hij wordt op de voet gevolgd door Angelo, die snel een graai uit een schaal zoutjes doet om het ergste hongergevoel te stillen.

‘Waar gaan we heen?’ mompelt Angelo, terwijl hij zijn zoutjes eet. De onwetendheid over zijn lot maakt hem nerveus, niet in de laatste plaats vanwege de reputatie van Davide. Als tienjarige wurgde hij ooit een kip, twee eenden, een konijn en een cavia met zijn blote handen en sindsdien is hij er niet minder gewelddadig op geworden, zo gaan de geruchten.
Davide reageert niet en loopt gedecideerd over het natte plaveisel naar een grote, zwarte bolide die even verderop geparkeerd staat tegenover de kerk. De bedruppelde hoogglanslak glimt hen tegemoet als ze het voertuig naderen.

‘Kijk en huiver, vriend.’ Davide dirigeert Angelo met een armgebaar naar de achterdeur van de auto. Hij graait in zijn broekzak, haalt er een sleutelbos uit en ontgrendelt de deur met een van de sleutels. Met zijn behaarde hand trekt hij aan de zilverkleurige handgreep. Belangstellend en gespannen tegelijk staart Angelo naar de kofferbak, terwijl de deur zich opent.

20 gedachten over “I Truffatori-2

  1. Bruun, ik vind dit vervolg echt geweldig!
    Je hebt de continuiteit goed vastgehouden, zintuigen geprikkeld en de spanning opgevoerd.

    Heel mooi!
    Succes ES! Je kunt het!!

  2. Bedankt voor jullie fijne reacties. Ik vond het best lastig en was wat onzeker over het eindresultaat. Goed om te horen dus dat het gewaardeerd wordt.

    Succes met het vervolg ES. Ik ben heel benieuwd wat er uit de kofferbak tevoorschijn komt 😉

  3. ‘Macello kucht, alsof hij de aandacht op hem wil vestigen.’

    Ik denk dat je hier ‘zichzelf’ bedoelt?

    ‘Belangstellend en gespannen tegelijk staart Angelo naar de kofferbak, terwijl de deur zich opent.’

    Ik weet niet of je hier van een deur kunt spreken, ‘klep’ misschien?

    Verder niets dan lof, perfect aansluitend op het eerste deel.

  4. Dank voor je reactie Kawa. Het gebruik van ‘hem’ klopt in deze context inderdaad niet. Dat heb ik helaas niet opgemerkt bij het nalezen. En tsja, deur, klep… In mijn ogen is dat één pot nat.

  5. Domani, domani, domani, domani, doppodomani, doppodomani, doppodoppodomani, doppodoppodomani, doppodoppodoppodomani, doppodoppodoppodomani, doppodoppodoppodoppodomani, doppodoppodoppodoppodomani, si, si, si, si, si. 🙂 🙂 🙂

Geef een reactie