Om twintig voor negen draai ik de parkeerplaats op die het dichtst bij nummer 21 ligt. Ik heb nog een paar minuten en blijf in de stilstaande auto naar de radio luisteren. ‘A Stranger on Earth’ van Marianne Faithfull. Dat nummer doet me wel wat. Het wordt bijna nooit meer gedraaid, maar deze week is het ‘Eighties Request’op 3fm. Daarna loop ik over het grasveldje naar mijn werkadres van vandaag. De bruingebeitste voordeur met vitrage voor de glazen ruit wordt pas na twee keer aanbellen opengedaan. ‘De zijdeur was open, hoor’ zegt de kalende en moeilijk lopende vrouw. ’Ik kan bijna niet meer uit m’n stoel komen, zie je.’ Op mijn werkrooster heb ik gelezen dat Mevrouw de Vries 88 jaar is. ‘Goedemorgen mevrouw, ik ben Christine van de thuiszorg. Ik kom vanochtend bij u werken.’ Langzaam loop ik achter de oude vrouw aan door het minuscule huis. Ik ken die woninkjes wel. Ze horen bij het bejaardenhuis en staan op nominatie om afgebroken te worden. Enkelen staan al een tijdje leeg en worden ook niet meer verhuurd.
‘Jouw naam kan ik goed onthouden’ zegt Mevrouw de Vries. ‘Mijn man heette namelijk net als jij: Chris. Die naam hoor je niet zo vaak.’ ‘Nee, hier niet’ zeg ik. ‘Ik kom hier oorspronkelijk niet vandaan. Ik kom uit Zwitserland. Daar is het een heel gebruikelijke naam.’ ‘Ik kom hier ook niet vandaan, hoor,’ zegt mijn klant terwijl ze zuchtend weer plaats neemt in de blauwe sta-op-stoel. ‘Ik woon hier nu bijna 50 jaar, maar ik ben Amsterdamse.’
‘Op die foto waren we zestig jaar getrouwd’ hoor ik even later, terwijl ik de fotolijstjes op de TV aan het afstoffen ben. ‘Dat is nog maar vier jaar geleden. Twee jaar later is mijn man overleden. Het went nog steeds niet.’ ‘Ik heb laatst bij iemand gewerkt die al vierentwintig jaar alleen is, en die zei ook dat het nooit went,’ zeg ik maar, en vraag me tegelijk af of dat wel de goede reactie is.
‘En nu willen ze er naartoe werken dat ik naar het bejaardenhuis ga, maar daar heb ik helemaal geen zin in’ gaat zij verder. ‘U wilt zeker liever zelfstandig blijven’ gok ik. ‘Nou dat niet eens zozeer, maar mijn dochter bracht me daar laatst een keer naar toe voor een knutselmiddag. Toen moest ik van de leidster aan een tafel gaan zitten, maar ik zat nog niet of een van die vrouwen zei: hier zit Mevrouw Jansen altijd. Toen ging ik ergens anders zitten en daar vroegen ze: we kennen u niet, waar komt u vandaan? En ze hadden het alleen maar over de dorpsroddels en ik zit daar helemaal niet in. Het is daar een kliek.’
‘Wil je zometeen ook nog de ramen buitenom doen?’ vraagt ze even later. In de spiegel die ik net met glassex heb bespoten zie ik mezelf naar haar knikken.


6 reacties

Avalanche · 13 november 2010 op 11:46

Geen onaardig debuut. Jammer dat het niet echt een slot heeft – alsof er een alinea ontbreekt. Welkom op CX, naamgenootje!

Anti · 13 november 2010 op 12:42

Mooi verwoord, de pijn en dilemma’s van het ouder worden. het heeft inderdaad niet echt een slot, maar ik zie het meer als een schets.

arta · 13 november 2010 op 13:28

Ik vind het een goed verhaal, het open einde absoluut niet storend, de titel had, wat mij als titelfetisjist betreft, gewoon in het Nederlands gekund en dekt de lading niet echt, vind ik.
Graag gelezen!:-)

SIMBA · 13 november 2010 op 15:21

Welkom hier met dit goede debuut!

pally · 13 november 2010 op 16:14

Ik vind hem leuk, Kris, jouw debuut. Dat er niet speciaal een eind aan zit, stoort mij totaal niet. Ik vond trouwens die allerlaatste zin erg mooi.
Die had je eventueel nog apart kunnen zetten met een alineaatje er tussen als ‘meegevertje’
Welkom hier,

Pally

Harrie · 14 november 2010 op 15:42

Ja, ja, zo voel ik mij ook.
Maar of er straks iemand bij mij de ramen komt lappen? Ik vraag me het af. Bij mij is het echt een takkenbos.

Geef een antwoord