Met woeste stappen liep ik de straat over, was het therapeutische kleuterklasje uitgestuurd.
Dan maar onder een auto, of nog beter een bus, het kon me geen hol schelen.
In de kliniek stond zeker een hulpverlener voor het raam, die hevig geshockeerd aanschouwde, hoe wanhopig ik daar liep te zijn. Hij was hulpverlener, ik de behoevende. Maar de massieve voordeur vloog niet open. Om de hulpverlener nog een kans te geven om struikelend over zijn sandalen, een wanhopige te redden, bleef ik nog een dramatisch moment wachten. Uiteindelijk belde ik maar aan.
‘Dat was een vluggertje’ kniplachte een strak in het vel zittende hulpverlenersvent.

Ik zweeg de hele dag. Ik haatte.
Ging vroeg naar mijn kamer en ging schrijven.
WAT WIL IK?
Ik schreef allemaal dingen op die ik niet wilde. In de kliniek had ik genoeg kreten opgevangen en die schreef ik willekeurig op. Ze stonden als soldaten netjes op een rij.
Mijn uitgeholde ziel smeekte om de warmte van de dope: ‘Ik wil nooit meer drugs gebruiken’ schreef ik.
Ik wilde wegrotten in mijn bed, me als een mol onder de dekens verschuilen: ‘Ik wil aan mezelf gaan werken’ schreef ik.
Walgelijk.
’s Nachts droomde ik dat mijn moeder lallend door de stad zwierf, zwaar dronken, opgemaakt en gekleed als hoer.
Vloekend en vunzige taal uitslaand.
‘Als jij het kunt’ krijste ze, ‘dan kan ik het ook.

Mijn moeder, boerin, rechttoe, rechtaan.
Hardwerkend, nuchter, hartelijk.
Iedereen is bij haar welkom.
Zo omschreef ik haar in een intake gesprek.
Later, toen ik al vergevorderde ex-junk was, kwamen er wat haken en ogen en wat ‘hoezo’s’ en ‘maar’s’ bij.
En nu, al die onbeschrijfelijke jaren later, is die omschrijving verbleekt, een belediging bijna.
Ze was meer, zo oneindig veel meer.
Zwetend en krankzinnig werd ik wakker.
Mijn moeder had me in deze demonische droom een boodschap gegeven.
Een week lang stapte ik trouw elke ochtend naar de overkant, maakte netjes mijn opdrachten, vertelde dat ik problemen had, niet veel, maar toch.
Ik schreeuwde zelfs op hun verzoek, zonder een spier te vertrekken, zonder enige emotie.
En toen mocht ik mee.
Mijn bagage bestond uit een plastiek tasje met daarin een enkele broek, een shirt en een paar sokken. Niet veel, maar je bent junk of je bent het niet en als je in de goot ligt doe het dan ook goed.
Met mijn plastiek tasje en mijn ziel onder de arm stapte ik bij Wim in z’n eend.
Wim deed, op enkele kuchjes na, geen enkele poging om een gesprek op gang te brengen.
Er was niets wat die ijzingwekkende dikke spanning doorbrak.
Als ik een luier om had gehad, had ik die in zeven kleuren volgepoept.

Voor de ingang van de boerderij was een witte streep. Het symboliseerde ‘binnen/ buiten’.
Ik stapte erover en zag een lange laan met aan weerskanten een beukenhaag, in de verte stond een grote boerderij. De septemberzon scheen als een sprookje op de witgepleisterde muren.
Het gaf een fabelachtige dimensie, die niet klopte met mijn idee over een weerzinwekkend afkickcentrum.
Maar goed, ik stapte dan wel over de streep maar was daarmee nog niet ‘binnen’. Eerst moesten er symbolische zaken afgehandeld worden, later begreep ik ze, toen zag ik alles in het licht van de grote belachelijkheid.
Zo moest ik douchen, om het oude van me af te spoelen en een nieuwe start te maken, kreeg een overall aan die symboliseerde veiligheid, bescherming, herkenning. Alle nieuwe bewoners liepen de eerste maand in zo’n blauwe zak en daarmee was iedereen gelijk.
Gelijke monniken, gelijke kappen.
Gelijke junkies, gelijke overalls.
Het cynisme droop de pijpen van mijn apenpak uit, evenals het angstzweet.
Ik werd op een simpel houten bankje gezet, wat ook een symboliek in zich droeg: het was de plek om na te denken over je keuzes, je gedrag.
De keus die ik moest maken, wil ik hier zijn of wil ik hier niet zijn.
Ik wilde daar niet zijn.
Maar om nu zomaar weer te vertrekken was ook nogal een gedoe, waar moest ik heen?. Er waren om mij heen vele geluiden, maar oogcontact of welke vorm van contact was niet toegestaan op het bankje. Met neergeslagen ogen zat ik mijn lot af te wachten en moest een paar keer een zenuwlach binnenhouden, wat een gekkenhuis.
Mike moest me eens zien. Die zat lekker veilig in de bajes, had soms een goeie en soms een slechte dag.
Het waren pinda’s vergeleken bij wat ik nu doormaakte.
Hij zou zich doodlachen.
Opeens dacht ik aan Ameland en aan die fiets.
Het was niet meer te houden.
Ik proestte het uit.
Snot liep uit mijn neus.
Tranen stroomden.
Ik hield mijn buik omkneld om alles wat daar nog aan lach zat, binnen te houden.
Mijn ziel implodeerde.
Dit kwam zonder dope nooit meer goed.

Opeens stond Arla voor me, ik schrok me het apelazerus.
‘Je kunt meekomen’.
Als een zombie, het vel strak over mijn ingevallen magere lijf, liep ik achter haar aan.
De intake gebeurde door vijf mensen die in een halve cirkel op kussens zaten. Voor hen lag een kussen en daar moest ik op zitten.
‘Vertel eens wat je hier komt doen’ vroeg Arla, die inmiddels bij de schijf van vijf was gaan zitten.
Ik deed netjes mijn verhaal. Ik was immers een keurig meisje.
‘Wat heb je nodig van ons’. ‘Hulp’ zei ik braaf.
Dat moest ik ze duidelijk maken. Ik schreeuwde de longen uit mijn lijf ‘HELP ME, HELP ME!
‘Oké’ zeiden ze. ‘Je bent binnen.’
Buiten was het oorlog en in mijn kop lag alles overhoop.

Maar ik was binnen.


15 reacties

KawaSutra · 15 oktober 2005 op 13:30

De beschrijving doet me denken aan een documentaire van jaren geleden over de Jellinekkliniek.
Wat een strijd! Maar wat mooi beschreven, vanuit het diepste dal. En dan komt de opbouwfase moet ik veronderstellen, want het is je uiteindelijk toch gelukt. Ik zou best het vervolg willen lezen, maar dat is jouw keuze.

wendy77 · 15 oktober 2005 op 13:39

Kan me volledig aansluiten bij KawaSutra! Ik hou me nog steeds aanbevolen voor dat boek van je 😉

pepe · 15 oktober 2005 op 14:49

Mag ik de mensen die jou toen hebben kunnen helpen en vooral jou bedanken. Zonder hen en eigen kracht had je het waarschijnlijk niet na kunnen vertellen.

Je bent een prachtmens. Jammer dat dit het slot is, maar je hebt vast nog wel meer stof om over te schrijven.

Tarballs · 15 oktober 2005 op 18:30

Slot? Dat kun je ons niet aandoen! Of houdt de poging hier op? Dat zou dubbel jammer zijn… De column is top!

WritersBlocq · 15 oktober 2005 op 19:11

Gelukkig, ‘we’ zijn eruit! Deze vond ik het moeilijkste lezen van de reeks. Was het ook de moeilijkste om te schrijven?

wendy77 · 15 oktober 2005 op 20:47

Kan ik wel met je eens zijn WB, maar desondanks vind ik het prachtig!

Geertje · 15 oktober 2005 op 22:08

[quote]Ik hield mijn buik omkneld om alles wat daar nog aan lach zat, binnen te houden.[/quote]

Mooi geschreven!

Louise · 16 oktober 2005 op 08:50

Ik vind deze helemaal niet moeilijk lezen juist. De toch een beetje afstandelijke, droge, cynische verteltechniek is perfect gekozen. Zeker omdat je deze af en toe onderbreekt met een enkel zinnetje rauwe pure emotie.
Ik ben wel geschrokken van de manier waarop ze daar werken. Dat psychologische; die streep van binnen en buiten, de overall, het houten bankje sjongejonge, heftig hoor.

En nogmaals; supergaaf Melady, dat je het op deze manier voor ons opschrijft.

bert · 16 oktober 2005 op 16:06

Volgens mij ben je nu zo gegroeid en zo sterk geworden dat je vele anderen van die troep af kan helpen. Je bent een mooi mens, om trots op te zijn.

klungel · 17 oktober 2005 op 08:33

Het verhaal is mooi. De symboliek is mooi. Het einde is goed. Je bent door een diep dal gegaan (en dan nog ff dieper) en op een hoge berg geklommen (en dan nog ff hoger).

Respect is het enige woord dat ik jou toe kan fluisteren zonder dat het de situatie onrecht aan doet. De rest zal wel begrepen worden maar is niet echt wat ik bedoel.

:kiss: Melady

Dees · 17 oktober 2005 op 08:49

Slot of begin, vraag ik me dan af?

Het is niet zomaar alléén een aangrijpend verhaal…

Ik heb alle delen ingespannen zitten lezen. Soms ademloos, soms bijna walgend, soms met intense compassie. Ook de manier waarop je de lezer er soms midden in zet, soms juist helemaal aan de zijlijn, afstandelijk. En die afwisseling tussen onderkoeld en hevig, tussen junk en afkick en tussen wanhoop en hoop dat maakt je serie en je verhaal voor mij erg goed geschreven.

KingArthur · 17 oktober 2005 op 10:24

En ik maar denken dat je een drieluik had geschreven waarbij ik het einde van het vorige deel wel wat erg open vond. Nu begrijp ik waarom. Met dit einde kan ik leven hoewel je hier volgens mij ook nog verder kan gaan. Heb deze serie geboeid gelezen.

Shitonya · 17 oktober 2005 op 12:05

Slot? Misschien ontsnapt ze hier wel weer uit…who knowes? Dit is niet bepaald een slot, eerder een open einde

Troy · 17 oktober 2005 op 12:14

Een geweldig slot. Alle vier de delen zijn van een zelfde kwaliteit. Je hebt een unieke signatuur wat ik erg knap vind. Tussen alle door (ex-)junkies geschreven boeken in, weet ik zeker dat jouw boek een hele eigen plek in zal nemen. Maar het is aan jou om deze ook daadwerkelijk af te schrijven natuurlijk….;-)

Troy

melady · 17 oktober 2005 op 12:58

Kawa: misschien komt er nog meer, laat ik aan mijn gevoel over.
Wendy,Troy: misschien ooit toch een boek, misschien.
Pepe: Ja ik heb veel meer te schrijven hoor! You know.
Tarballs, Archangel: Dank voor de pb en lieve woorden.
WB: Alle delen waren moeilijk te schrijven, met een lach en traan.
Geertje, Bert, Klungel, Dank jullie!
Louise: de rest was idd nog heftiger.
Dees: Het is het slot van de poging, maar begin van een nieuw leven.
King: Misschien ga ik idd wel verder, zie Kawa.
Shitonya: eind van het begin.
Iedereen heel erg bedankt voor alle lieve woorden!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder