Het enige dat mijn laatste avondmaal in mijn ouderlijk huis doet verschillen van alle voorgaande maaltijden is dat de kans op een vervolg nu nihil is. En natuurlijk het aantal mensen aan tafel; dat is recentelijk ook veranderd. Het is bijna onvoorstelbaar dat we nog geen jaar geleden standaard voor vier in plaats van voor drie dekten. Ik hoef maar naar de onbezette stoel links van me te kijken om rücksichtslos met mijn neus op de feiten gedrukt te worden.  

Lang leeg bleef het niet na het overlijden van mijn moeder. Weliswaar herbergt het huis een persoon minder; het is voor mijn gevoel nog nooit zo vol geweest thuis. Een ondraaglijke spanning is in elke kier die de woning rijk is gekropen. Ze vult zodanig elk hoekje en ieder gaatje op dat het me de adem afsnijdt. Het verbaast me dat de muren nog geen enkele barst vertonen. Al bijna twaalf maanden voert mijn vaders halsstarrige en verbeten zwijgen de druk tot dusdanig grote hoogtes op dat het een wonder mag heten dat het huis de pressie nog aankan.

Tegenover me zit de belichaamde ijsbreker. Net als ikzelf is mijn zusje volledig in de war door de houding van haar vader. Ze ziet het als haar taak om met een grapje of een leuk verhaaltje de akelige stilte te doorbreken en iets van de ongedwongenheid van vroeger te bewerkstelligen. Ik probeer haar uit alle macht te helpen door op haar in te gaan, maar ik leef inmiddels op de toppen van mijn zenuwen. De soep moet ik drinken, omdat ik te hevig tril om een lepel te kunnen hanteren. De weegschaal laat ondertussen een alarmerend laag gewicht zien en onder mijn ooit sprankelende ogen worden de kringen elke dag dieper en zwarter.

Weduwnaar worden op je vijfenveertigste en achterblijven met twee kinderen is op zijn zachtst gezegd niet niks. Dat probeer ik mezelf steeds voor te houden. Het zijn verzachtende omstandigheden die het gedrag van mijn vader kunnen legitimeren.

Tegelijkertijd weet ik donders goed dat zijn stilzwijgen geen uiting van verdriet is. Het is zijn machtige wapen in een strijd om mij in het gareel te krijgen. Of liever gezegd: in wat hij als het gareel ziet. Het enige wat ik hoef te doen om hem aan de praat te krijgen is mijn, in zijn ogen, uit de verkeerde familie voortkomende nietsnuttende vriend per direct lozen. En dus afzien van mijn voornemen om bij hem te gaan wonen. Wat hij niet ziet is dat zijn aanpak averechts werkt.

De claxon die vanaf de straat tot binnen doordringt brengt een mengeling van opluchting en diepe pijn teweeg. Het huis van mijn jeugd is een afschuwelijke plek geworden waar ik dolgraag van verlost wil worden. Het is de manier waarop ik afscheid moet nemen die me door mijn ziel snijdt.

Ik sta op en loop naar de hal. Hoewel ik niet anders had verwacht raakt het me hard dat mijn vader stug dooreet. Mijn zusje loopt wel mee. In de gang pak ik de laatste tassen en koffers. Mijn zusje houdt de deur voor me open en bepakt en bezakt loop ik het tuinpad af naar de gereedstaande auto van mijn vriend.

Voordat ik instap kijk ik nog een keer om. Mijn dappere zusje zwaait naar me. Ze glimlacht zelfs bemoedigend, maar ik weet dat ze na haar moeder nu weer een zwaar verlies lijdt. Het doet me intens zeer.

Categorieën: Overig

1 reactie

Li · 24 december 2021 op 20:31

De pijn, deteleurstellig, het verdriet en het schuldgevoel spat van mijn scherm. Mooi en intens geschreven.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder