Pa en ik, wij hebben het altijd geloofd. Wij wisten het zeker. Hij moest de grootste wel zijn!.
‘Pa’ verschijnt op mijn telefoondisplay. Dat zal ma zijn. Want pa is dood. Gestorven na lang lijden aan onder andere Alzheimer en nog wat ouderdomsaandoeningen. Ma vraagt of ik de verjaardag van pa niet ben vergeten. Nee, natuurlijk niet. Dat is toch vandaag?

Pa en ik waren het over de meeste zaken niet eens. Behalve over de lengte van mijn haar, dat pa zelf knipte, en Ali. Pa zei altijd dat Ali de grootste was. En ik op mijn beurt vertelde die wijsheid weer tegen anderen. Ali is echt de grootste.

Wanneer ik zou moeten vechten in een of ander ver vreemd land. Of een land dat dichtbij en niet vreemd is. Dat maakt niets uit. Dan het liefst met veel donkere soldaten in mijn peloton. Die hebben allemaal een goed gebit en dat is mooi meegenomen. Vaak is er geen tandarts aan het front. Verder zijn donkere soldaten betrouwbaar, moedig, sterk en kunnen ze goed vechten. Dat weet ik door het kijken naar oorlogsfilms. In de donkere jungle kan het er behoorlijk heet aan toe gaan. Met wat zwarte soldaten rondom mij zou ik me daar veel veiliger voelen.

Nou ken ik een zwarte man die heel goed kon vechten maar die zich net als ik nooit voor een onduidelijke zaak in het strijdgewoel zou begeven. De zwarte man uit principe. Ik gewoon uit angst.

De eerste beelden, van de man met de grote mond vol met mooie tanden, die ik me kan herinneren waren zwart /wit. En dan nog in de nacht. Samen met mijn vader. Ik in een blauwe pyama met grote witte knopen. Wat mijn vader droeg ben ik vergeten. Samen in de rotanstoeltjes. De kleine woonkamer enkel verlicht door de lampen van de televisie. En daarop een grote afgetrainde sympathiek kijkende zwarte man. Met een prachtig gebit. Met een ongeschonden gelaat. Tegenover een iets minder afgetrainde kleinere onvriendelijk kijkende witte man. Met kromme neus, bloemkooloren en tandproblemen. Om het voor de kijkers duidelijk te maken wie wie was gaf de omroeper de kleuren van de broekjes en de zijstrepen door. Wie is wie? Wit was wit. Gekleurd was zwart. Bloed was zwart. Voor ons was de broekkleurinformatie niet nodig. Pa en ik, wij wisten wie de witte was en wij wisten wie de gekleurde was.

Zwart en wit. Ik was en ben onpartijdig. Behalve in die nachten. Ik koos partij voor die grootste. Nu nog steeds na de zoveelste herhaling voel ik sympathie en waardering voor de overdog. Ali.
Voor Ali geen straatgevechten, verkrachtingen en schietpartijen in een bar. Ondenkbaar. Voor Ali geen misstoestanden. En Ali had een X-factor. Zo Ali, jij denkt dat je kunt dansen? Hij kon dansen. Schuifelen. En fladderen, en steken. Als een bij. Dat zal de reden zijn dat mijn vader zo’n fan van hem was. En ik ook.
Bij veel heroïsche gevechten van onze zwarte held gingen de haren overeind staan. Bij sommige mensen soms letterlijk. Mijn haar stond altijd recht. Zo kort was het geknipt. Door mijn vader. De laatste jaren ging ik gewoon naar de kapper. Om mijn ongeschonden gelaat en oren te sparen.

Triestig verhaal dat Ali zijn Olympische gouden medaille in de rivier gooide omdat hij omwille van zijn huidskleur niet in een restaurant binnen mocht. Ze hebben het nog willen stilhouden. Dat is niet gelukt. Mijn vader en ik wisten het. En jullie nu ook.
Nog niet zo lang geleden heeft Amerika het goed willen maken met Ali. Hij heeft als excuus een nieuwe gouden medaille gekregen. Ali heeft het het excuus en de medaille aanvaard en aangenomen maar kon het niet stilhouden.

Met mijn vader ging het de laatste jaren slechter en slechter. Soms vroeg ik hem nog wel eens wie de grootste was.
Zijn laatste antwoord heb ik nooit goed begrepen. “Joe, Louis.”
Wie in godsnaam is Joe?


9 reacties

lisa-marie · 19 oktober 2009 op 08:46

gewoon ontroerend en mooi!

En wie joe was ?daar heb ik ook echt geen enkel idee van.

pally · 19 oktober 2009 op 15:07

Ik kan het hier en daar niet helemaal volgen, Louis, maar ik vind het heel mooi geschreven vol melancholie en lichte humor.

groet van Pally

Garuda · 19 oktober 2009 op 23:04

Ontroerend mooi, Louis.

En Joe? Ik zal je helpen. Joe Frazier, de andere zwarte wereldkampioen. Hij heeft zijn titel verloren aan Foreman, die hem verloor aan Ali. Ali en Frazier wilden zien wie nu de grootste was. Je vaders antwoord kan ik daarom alleen maar beamen.

arta · 20 oktober 2009 op 09:23

Mooie melancholie…
Jouw vader en Ali lijken me een bijzonder stel!
🙂

Avalanche · 20 oktober 2009 op 11:17

Verrassend, doorspekt met wat humor en een beetje melancholie. Prima combinatie!

LouisP · 20 oktober 2009 op 14:31

Hoi hoi,
Het was een mooie tijd, wakker gemaakt worden door m’n pa om samen naar Cassius Clay, later Mohamed Ali genaamd, te kijken. Ali werd net als mijn vader ouder. Ali kreeg last van Parkinson, mijn vader Alzheimer én Parkinson. Zelf word ik ook wat ouder en vergeetachtig..En Joe was natuurlijk Joe Louis, misschien wel de op een na grootste zwaar gewicht bokser. Nooit je haren laten knippen door een kapper met Parkinson…
bedankt voor de reacties en het lezen.

Louis

maurick · 20 oktober 2009 op 18:08

Schitterend!
:wave:

Prlwytskovsky · 22 oktober 2009 op 18:51

Mooi verhaal, en leuk beschreven. Ter nagedachtenis ligt hij hier op de grond als: Cassius Kleed. 😉

LouisP · 3 december 2009 op 11:46

hoi Lisa,
Joe was Joe Louis

Geef een antwoord