Angstig keek ze om zich heen, bang om de confrontatie aan te gaan met niet-begrijpende mensen. Tranen die meer betekenden dan enkel een uiting van verdriet vielen naar beneden, ze trokken in het losse zand. Niemand begreep haar, dat was haar visie. Het leek erop dat zij alleen was op deze wereld vol onbegrijpenden en dat haar missie overleven was. Het zou allemaal een grap van God zijn: een meisje op de wereld scheppen met een totaal andere gedachtegang dan de rest van zijn slaven. Zij waren zombies, getraind om te vragen en meningen te geven. Ze drongen zich op en eisten dat hun advies zou worden opgevolgd, hoe stompzinnig het advies ook was. Allen hadden ze het bij het verkeerde eind. Ze begrepen het niet, ze begrepen de gecompliceerde situatie niet. De waarheid is slechts een algemeen subjectief begrip en laat zich niet bepalen door de slaven. Slechts de tirannen en andere machtigen bepalen de waarheid.

Slechts bij één persoon voelt ze zich op haar gemak; haar vriendje. Hij is van haar, een object, een bezit, een deel. Nooit zal ze hem nog laten gaan, ze zijn in elkaar opgegaan als twee stukjes ijzer gesoldeerd door de soldeerbout. Ook hij begrijpt haar soms niet, maar dat geeft niet, ze voelt zich veilig bij hem en daar gaat het om. Veilig voelen, dat is waar een relatie op draait. Samen een schild vormen voor gevaren van buitenaf.

Nu is ze radeloos, ze weet niet wat te doen. Overal zit ze over te piekeren, zelfs over de kleinste dingen. Haar leven begint langzaamaan op een hel te lijken. Een hel met meerdere duivels. De grond is veranderd in het heetste vuur, dat bijna haar vleugels raakt. Ooit zal ze de aarde laten voor wat ze is; een grote bal ellende. Vliegend zal ze toekijken hoe het onbegrip de aarde vernietigt. Niet de destructieve handelingen van de extremisten, maar het onbegrip tussen de burgers onderling zal werken als een massavernietigingswapen.

Het geschetste meisje is slechts een inbeelding van angst. Een hallucinatie zonder verdovende middelen. Ze leefde in mijn hoofd en voedde zichzelf met gedachtespinsels over het leven, dat de mensheid beheerst. Ze is ontsnapt uit een schijnbare droom die de realiteit bleek te zijn. Ze heeft mijn oogleden uit elkaar getrokken en is vliegend de wereld ingevlogen. Gebeurtenissen heeft ze meegemaakt die meer impact hebben gehad dan de verbazingwekkende kunst van het vliegen. Ooit zal ze terugkomen met het verzoek om zich weer te voeden met de hersenspinsels en dromen van mij. Ooit zal ze zich realiseren dat de dromen veel fijner zijn en theoretische hersenspinsels mooier zijn dat de praktische.

Langs de kant van de weg zag ik haar zitten. Haar blonde haren gestroomlijnd langs haar engelengezicht. Grote tranen uit de heldere groene ogen maakten oceanen van zout water. Graag zou ik haar terug in mijn hoofd stoppen, waar het leven een stuk simpeler is. Waar slechts één waarheid bestaat en één mening. Graag zou ik haar willen laten zien dat ik haar begrijp, maar dat zou een leugen zijn. Ik begrijp haar niet, want ik begrijp mezelf niet.

Ze kijkt me aan, lacht met tranende ogen naar me, en zegt: ‘Hetgeen wat jij altijd zei, geldt dat in elk geval?’
Nadenkend over wat ze zou bedoelen, schiet het me te binnen. ‘Ja, altijd en overal, hoe dan ook. Alles komt goed, altijd,’ zeg ik haar met een geruststellende blik.

Categorieën: Fictie

7 reacties

Emiliever · 13 november 2009 op 17:06

Ik heb jouw column meerdere keren moeten lezen om hem te begrijpen. Daar is trouwens niets mis mee. Ik vind de woordkeus erg mooi en ook de opbouw van zowel de zinnen als het verhaal passen mooi bij het onderwerp. Hoe jij ‘de inbeelding van de angst’ bijna levend hebt gemaakt, is erg knap. Complimenten dus!

PeterP · 13 november 2009 op 17:41

Wat ik niet snap is wat de tranen trokken in het losse zand.

Maar verder: complimenten voor deze prachtige column. :wave:

Avalanche · 13 november 2009 op 17:56

Ook ik heb je column een paar keer opnieuw zitten lezen. Wat op zich al een enorm compliment is, omdat ik soms halverwege al afhaak (laat staan dat ik hetzelfde stuk ga herlezen).

En deze zin[quote]Niet de destructieve handelingen van de extremisten, maar het onbegrip tussen de burgers onderling zal werken als een massavernietigingswapen.[/quote]….. daar ben ik ook wel eens bang voor!

KawaSutra · 13 november 2009 op 22:03

Je hebt je fantasie aardig los gelaten op deze column. Mooi geschreven en ook met een duidelijke boodschap. Ik denk dat de beschrijving van het meisje wat compacter had gekund. Ik denk dat de positie die zij inneemt in jouw gedachtewereld minstens zo belangrijk is. Maar dat is slechts mijn gedachte bij één keer lezen want de zinnen die je gebruikt zijn mooi opgebouwd en goed in samenhang.

LouisP · 13 november 2009 op 22:38

Maurick,

‘k kan ’t niet helemaal volgen maar vind het erg goed geschreven..

L.

DACS1973 · 14 november 2009 op 10:53

Ik heb nooit zoveel geduld voor vage, filosofisch getinte stukken als dit, maar dat ligt aan mij. Ik houd bijvoorbeeld ook niet van poëzie. Oppervlakkige figuur die ik ben. 😉

Jammer dat er nogal wat rammelende zinnen in dit stuk zitten. Daardoor boet het aan kracht in. Voorbeeld: ‘Hetgeen wat jij altijd zei, geldt dat in elk geval?’ is niet correct. Het is of ‘Hetgeen’ of ‘wat’. En aangezien het hier een dialoog is, zou ik ‘wat’gebruiken. ‘Hetgeen’ is oubollige schrijftaal.

maurick · 16 november 2009 op 19:08

Bedankt allemaal.
Ik zie nu pas dat ie geplaatst is.

Geef een antwoord