Ze zit in haar hoekje van de gemeenschapsruimte aan de ronde tafel.
Op haar schoot het boek van Jan Siebelink: Knielen op een bed violen.
Ze wijst me een passage aan. Ik lees en huiver.
De diepgelovige vader van een straatarm veenarbeidersgezin betrapt zesjarige zoon Hans op het stelen van de pen van de meester. In de varkensschuur slaat hij hem met zijn blote hand, zonder reserve. Zeven keer sloeg hij. Korte striemende slagen. Hij zag niets meer, gaf over, viel languit tegen de stekelige muur en bleef bewegingloos liggen.

“Wee, wie met zijn formeerder twist”

Beelden uit haar verleden komen weer boven en ze vertelt me een verhaal uit haar jeugd:

Behoedzaam sluipt ze de lange trap op. Langs het bordje: “Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn”.
Het is veel te laat geworden. Twaalf uur had vader uitdrukkelijk gezegd. Ze zou naar een vriendin, maar in werkelijkheid was ze naar een dansfeest gegaan, waar haar vriendin, eveneens stiekem vertoefde.
Wat had ze genoten van het dansen met haar grote liefde, Peter. Zes jaar verschilden ze in leeftijd. Vader had uitdrukkelijk verboden met hem om te gaan. Ze mocht in géén geval dansen en al helemaal niet met dát soort. Dat addergebroed, zoals vader atheïsten noemde. Laat staan op zondagavond. De dag des Heren. De hel zou losbreken.
In een roes was de verrukkelijke avond voorbij gevlogen. Ze voelde nóg zijn lippen in haar hals. Haar lijf tintelde genoeglijk na van zijn liefkozingen.
Drie treden slaat ze telkens over maar ze moet tree negen vermijden, die kraakt. Het koude zeil verstijft haar tenen. De sluiptocht naar boven voelt eindeloos. Haar roes slaat om in angst.
De deur boven aan de trap zwaait open. Harige benen onder een flanellen pyjamabroek bovenaan de trap. Haar ogen zijn gericht op de grote voeten met gele kalknagels waarvan één ongeduldig op en neer wipt.
“Waar kom jij vandaan, madam!”

Hij staat nu pal tegenover haar in de gang. Zijn grote hand houdt haar kin zo stevig vast, dat het pijn doet. De spitse neus zo dicht bij haar mond, dat ze zijn adem voelt. Alcoholcontrole!
Liegen heeft geen zin. Moeizaam weet ze de naam van de dansgelegenheid met een hoog stemmetje van angst uit haar mond te perzen. KLATS! De enorme vuist raakt haar rechter kaak. Ze wankelt en valt tegen de slaapkamerdeur. Haar wang tintelt.
“Met wie!” roept vader buiten zinnen. “Met Anna en Peter” antwoordt ze klappertandend. Haar armen ter bescherming opgeheven. Een harde trap treft haar buik. Ze krimpt ineen van angst.
Dan klinkt de stem van moeder: “Man, zo is het genoeg.”
Hij draait zich onwillig om en zegt met opgeheven vinger: “Morgen hoor je er meer van” en vertrekt naar boven.
“Hoer!”sist moeder met toegeknepen ogen en volgt vader naar de slaapkamer.

“Wee, wie met zijn formeerder twist!”

Die herinnering had zij allang opgesloten in het vergeethoekje van haar geheugen.
“Ach, je hangt de vuile was niet gemakkelijk buiten” zegt ze.
“Geef maar, die vuile was, zeg ik, Helemaal schoon zal het nooit worden, maar buiten hangen, frist wel lekker op.
“Gelijk heb je” zegt ze en klapt het boek dicht.

Categorieën: Diversen

9 reacties

bert · 8 juni 2006 op 08:54

[quote]“Geef maar, die vuile was, zeg ik, Helemaal schoon zal het nooit worden, maar buiten hangen, frist wel lekker op.[/quote]
Mooi beschreven! Afschuwelijke herinneringen aan de goeie oude tijd.

Li · 8 juni 2006 op 10:21

Wauw Sally, wat ontzettend goed geschreven. De rillingen lopen over mijn rug.
Ik danste met haar mee. Ik besteeg met haar de trap. Ik zag de vader voor me en ik voelde bijna de klats. Zo beeldend heb je het neergezet.
Mooi slot ook.

[quote]De spitse neus zo dicht bij haar mond, dat ze zijn adem voelt. Alcoholcontrole[/quote]
Hier moest ik wel om gniffelen.

Li

KawaSutra · 8 juni 2006 op 12:49

Ik mag me gelukkig prijzen dat ik nooit in dat sfeertje ben opgegroeid. Angst, haat en vijandschap i.p.v. liefde, vertrouwen en bezorgdheid zoals het zou moeten zijn. Wat heb je dat intens over weten te brengen in dit prachtig geschreven verhaal.
De term formeerder kende ik in dit verband nog niet maar maakt goed duidelijk welk wereldje hier bedoeld wordt.
Het relativerende slot vind ik ook heel goed gekozen. Dat verzacht de mokerslag een beetje die daarvoor aan de lezer wordt uitgedeeld.
Klasse Sally!

Mosje · 8 juni 2006 op 17:26

Je schrijft ze steeds mooier Sally!

sally · 8 juni 2006 op 17:46

Ik vind je nog steeds lief mosje. 😀

Sally

Ma3anne · 8 juni 2006 op 22:17

Wat een enorme groei heb jij ineens doorgemaakt in je schrijfstijl.
Echt, heel erg goed geschreven, Sally.
Kippenvelverhaal.

WritersBlocq · 8 juni 2006 op 22:41

[quote]“Ach, je hangt de vuile was niet gemakkelijk buiten” zegt ze.
“Geef maar, die vuile was, zeg ik, Helemaal schoon zal het nooit worden, maar buiten hangen, frist wel lekker op.
“Gelijk heb je” zegt ze en klapt het boek dicht.
[/quote]
een tranentrekker, zó puur en mooi geschreven is dit verhaal!
Je groeit maar door, harstikke leuk om dat als lezer mee te krijgen. Klasse Sal!

sally · 9 juni 2006 op 01:30

Superblij weer met de mooie reakties.

Ook dat went nooit en blijft spannend!

Het boek van Siebelink was m’n inspiratie. Voor de één misschien langdradig en droog. Voor mij zéér indrukwekkend!

Hangt waarschijnlijk af van je achtergrond.

Sally

Trukie · 10 juni 2006 op 23:27

Fantastisch Sally.
De laatste alinea zegt net zo veel als de totale roman, voor wie door de juiste bril leest.

Geef een antwoord