Column in drie bedrijven

Eerste bedrijf:
Verdorie dat dat nou net vandaag moet gebeuren! Ik heb me drie dagen lang de rambam gewerkt in mijn tuintje! Me met een klewang door het struikgewas geworsteld om mijn terras terug te vinden. Al mijn nagels versleten met het uitpulken van ongewenste kruiden. Met een botte machine gras gemaaid. Struiken en bomen ontdaan van woekerende uitlopers die naar alle kanten het licht zochten. De wereld aan veelkleurige viooltjes gepoot in de vers omgewoelde aarde. Begint de buurman de schutting af te breken! Het lag er een paar uur zo idyllisch bij. De schattige blommetjes, hangmat onder de statige kastanje, keurig gemaaid mini-gazonnetje met strakke randjes, geschrobd terras, geen kruid of grasspriet meer te bekennen tussen de tegels. Gezellig aangeklede tafel onder de nieuwe parasol, een toefje viooltjes in een vaasje, geflankeerd door een kan met zomerdrank en bijpassende glazen. Ik was er helemaal klaar voor: mijn Italiaanse gaste uit onze Zusterstad zou over een uur arriveren en ik wilde haar in de tuin ontvangen, omdat het zo?n heerlijke typisch on-Hollandse zwoele zomerweek was. Ik bedoel maar. Ze had ook in een grijze miezerbui aan kunnen komen en wellicht een meer reële algemene indruk van ons kikkerlandje gekregen, maar een zomerweek is een zomerweek en daar moet je mee pronken hier, vind ik.

Intussen slingerde de buurman een paar planken mijn tuin in, die met kletterend geweld op de schone tegels terechtkwamen. Spaanders vlogen in het rond. Door het ontstane gat in de schutting kon ik hem zien en ik zei hem, dat het fijn was, dat hij die oude, verrotte schutting weghaalde. Dat ik heel dankbaar was dat hij daar iets anders voor in de plaats zou zetten, zonder dat ik er iets aan hoefde te doen. Maar dat het me nu wel heel erg ongelegen kwam. Ik verwachtte namelijk op zeer korte termijn hoog bezoek.

Hij legde uit, dat hij de komende maanden er geen tijd meer voor zou hebben en er speciaal vrij voor had genomen. Het speet hem heel erg, maar hij wilde het toch echt afmaken. Deal, dat hij de troep zoveel mogelijk uit het zicht zou houden en zo min mogelijk herrie zou maken. Hij kreeg mijn zegen en ik snelde met dochter naar het station, alwaar de Italiaanse delegatie over een half uur zou arriveren om door de gastgezinnen in- en afgehaald te worden.

Tweede bedrijf:

Onze gaste was Annie. Niet Daria, of Sofia-Lorena of Liliane. Nee, gewoon Annie. Maar al snel bleek, dat de naam Annie het enige gewone aan haar was. Verder was alles totaal anders dan bij Hollandse Annies. Een dame van bijna 70, fantastisch rood geverfd haar, lippen en nagels, hoge pumps ? zeg maar stiletto?s ? klein en iets te dik postuur voor haar strakke, opzichtige mantelpakje, donkere pretogen waaruit de levenslust je tegemoetstraalde en een stem die je vanaf het plaatselijke stationnetje tot in Amsterdam kon horen (een dikke 100 kilometer verderop). Het hele gezelschap viel in het niet bij Annie. ?Be my guest!? riep ik enthousiast uit. Ik zag het wel zitten met Annie en het klikte meteen van twee kanten.

Mijn dochter en ik sleepten Annie, balancerend op haar pumps, met haar Koffer – drie keer zo groot en vijf keer zo zwaar als zijzelf – naar de auto, hesen het spul erin en togen huiswaarts. Daar takelden we eerst Annie de auto uit en posteerden haar op het terras met een koel glas zomerdrank. Daarna wierpen we ons op de Koffer en hielden uitgebreid beraad hoe we dat gevaarte naar boven zouden kunnen krijgen. Nadat we ook dit karwei geklaard hadden en na veel gekreun, gesteun, gegiebel en verrekte spieren, wilden we ons in de tuin bij Annie nestelen om nader kennis te maken. Maar? nergens een Annie te bekennen. Niet in de tuin, niet in huis, niet op het tuinpad, niet op straat. Annie was in het niets opgelost.

Ik zag, dat de schutting inmiddels bijna helemaal verdwenen was en liep zomaar zonder voeten vegen de magische schuttingloze grens over, de tuin van de buren in, om de buurman te vragen of ie Annie misschien gezien had. En wat treffen we daar aan achter het schuurtje naast een stapel wrakhout? Annie. Zich uitgebreid met haar glaasje geinstalleerd hebbende aan de tuintafel van de buren. Geen buren te bekennen verder. Ze zat hier even van de tuin te genieten, ratelde ze in rap Spaghetti-Engels. Het was een beetje te warm op mijn andere terras in de zon.

Na een portie Spaghetti- en Boerenkool-Engels over en weer, kreeg ik haar terug waar ze hoorde: op ons terras. Ze spartelde uit alle macht tegen, maar begreep uiteindelijk, dat dit niet mijn tuin was, maar van andere mensen. Jaja, hoe leg je zo snel uit, dat Hollanders op hun privacy gesteld zijn, normaal schuttingen of heggen tussen die piep-kleine tuintjes hebben en niet zomaar andermans gasten ontvangen. Het was een heel gedoe. Vooral ook om haar duidelijk te maken, bij welke streep ons tuintje ophield en waar het andere tuintje begon en waar ze dus niet zomaar overheen mocht stappen: dat kleine reepje zwarte grond tussen de twee gazonnetjes.

Het thema van de dagen dat Annie bij ons logeerde, werd onvermijdelijk de Hollandse kleine-hokjes-geest, die tot in het bizarre uitgedrukt wordt in het afpalen van eigen (be)perken. Was me nooit in zo hoge mate opgevallen als nu, maar het is inderdaad achterlijk, hoe we piepkleine lapjes grond voor onszelf willen houden achter barricades, vormgegeven en gedicteerd door de Gamma en Intratuin.
Annie en ik, we hebben er op de bicycletta hele trips van gemaakt om te bekijken hoe Hollanders op hun manier onbewust hun kortzichtigheid uitdragen: Kijk nooit verder dan je tuin lang is. Je gaat je eigen land heel anders zien met een Annie naast je op de fiets.

Derde bedrijf:

Annie liep ondanks mijn verbod regelmatig de tuin van de buren in en werd dikke maatjes met de buurman. Ze heeft het uiteindelijk voor elkaar gekregen, dat wij onze tuintjes niet door een schutting hebben gescheiden, maar door een stukje gaas met een pergola erboven, waar we rozen of druiven tegenaan moeten laten groeien van haar. Zo hebben we de illusie dat ons tuintje twee keer zo groot is en tegelijkertijd meer contact met elkaar (Annie ziet de buurman wel zitten voor mij). Een leuk compromis, want we betrapten ons erop, dat je als Hollander je hokjesgeest toch niet zomaar zo rigoureus opgeeft zoals Annie dat voorstelde. Als het aan haar had gelegen, had ze die dag nog in heel Nederland alle schuttingen en aanverwanten laten verbieden. Sja, weet Annie veel! Die heeft geen last van hokjesgeest!

De dagen met Annie waren één groot feest en Nederland bekijken door haar ogen een complete openbaring en geestverruiming. Een wereldvrouw!

Annie past niet in één column. Daar is ze veel te groots voor. Vandaar deze drie columns van onbeperkte lengte in één?

?zonder gaas en pergola ertussen?


7 reacties

Kees Schilder · 28 februari 2004 op 08:28

Van mij mag het, zo lang.Vooral omdat je dit geweldig geschreven hebt.Op zo’n manier dat je het helemaal voor je ziet.
Is het nog wat geworden met je buurman, by the way? 😀

Mup · 28 februari 2004 op 10:10

Leuk om vanuit een ‘buitenlandse’ hoek zo eens Nederland te bekijken. Ik wil nog wel wat meer over de buurman lezen hoor, uhhh…bedoel natuurlijk Annie:-)

Groet Mup.

Eftee · 28 februari 2004 op 13:17

Leuk, om weer over Annie te lezen. Beeldend geschreven. Komt ze dit jaar weer?
Leuke column, Ma3anne!

Li · 28 februari 2004 op 16:42

Leuk drieluik verhaal Ma3anne! 😛 😛 😛
En spekglad geschreven.
Ik heb de tekst verslonden 😀
Li

Mosje · 28 februari 2004 op 16:45

Ma3anne,

Ik zal je bekennen dat ik zojuist de tuin ben ingelopen om te zien hoe mijn “hokje” er uitziet.
Dat geeft te denken dus.

Leuke column, hoewel ik na het lezen ervan wel met een paar vraagtekens blijf zitten 🙂

pepe · 28 februari 2004 op 16:59

Heerlijk zulke annie’s, ook al kende ik jouw verhaal hierover al, het blijft leuk om te lezen.

Ma3anne · 28 februari 2004 op 22:36

Ik moet jullie teleurstellen, Kees en Mup. Het kon helemaal niks worden met de buurman, want hij woont samen met zijn vrouw en ze zijn Jehovagetuigen. Dat maakte Annie niks uit. Maar mij wel dus. 😀

Effie: Het zou me niks verbazen als ze van de zomer zomaar op de stoep staat, maar echte plannen zijn er (nog) niet.

Li, spekglad geschreven, zeg je… komt waarschijnlijk door de weersomstandigheden. 😛

Mosje, die slippertjes met die vraagtekens komen door die spekgladheid van Li. In de oorspronkelijke tekst stonden op die plaatsen aanhalingstekens en apostrofjes (zie printtekst…). Geen idee hoe dat komt.

Mensen, bedankt voor de reacties.

Geef een antwoord