“Nee, meester Lawaaimaker. Nee, meester Lawaaimaker. Dat zijn blijkbaar de enige drie woorden die jij kent als ik je een vraag stel. Nee, meester Lawaaimaker. Nee, meester Lawaaimaker. Ik heb je begot toch niet ten huwelijk gevraagd” Meester Lawaaimaker was duidelijk niet blij met mijn negatieve antwoord. Hij kleurde hoogrood en niet omwille van het te lang onbeschermd zonnen maar van het te lang onbeschermd fulmineren. Hij liet voor één keer het irriterende aan- en uitknippen van zijn luidruchtige balpen achterwege.

“Nee, meester Lawaaimaker. Altijd en altijd maar weer krijg ik van jou een nee, meester Lawaaimaker. Je lijkt wel mijn ex-vrouw, maar die had tenminste nog het alibi van hoofdpijn of darmkolieken of salmonella. Maar weet je wat jij bent, mevrouwtje nee-meester-Lawaaimaker? Jij bent een ongelooflijke burgerlijke trut. Denk maar niet dat ik je niet doorheb. Ik ken jouw typetje maar al te goed. Een ongelooflijke burgertrut. Een trut pur sang. Een trut van het grootste kaliber. En daar doet jouw décolté geen afbreuk aan. Je mag hier nog met je borsten bloot zitten van hier tot ginder, je bent en blijft een burgertrut. En daar doet jouw kledij of het gebrek aan kledij geen afbreuk aan. Je mag hier in je bloot gat zitten van hier tot ginder, ik spel het je uit, mevrouwtje nee-meester-Lawaaimaker: een t-r-u-t. Een burgertrut uit een achterlijk Westvlaams provincienest dat nog in de jaren 20 suddert.”

“Meester Lawaaimaker, u ma..”, probeerde schrijfster dezes tussen te komen, want een eloquent strafpleiter moet je nooit langer dan twintig seconden aan het woord laten of je kunt er gelijk de overwerkregeling op na lezen.

“Mevrouw Pieters, ik vraag je nogmaals beleefd maar met aandrang om voor mij een broodje tonijn te bestellen. Of is dat teveel gevraagd voor mevrouw Pieters?”, herstelde meester Lawaaimaker zich eventjes.

“Meester Lawaaimaker. U mag zoveel vragen stellen als u wil aan deze burgertrut pur sang. U mag mij elk kwartier komen vragen om voor u een broodje te bestellen. Of een hamburger. Of een pizza. Of voor mijn part een escortemeid. Maar op elk van die vragen zal ik tot het eind van dit jaar consequent “nee, meester Lawaaimaker” antwoorden. Uw budget 2005 is opgesoupeerd. En dat weet u, net zo goed als ik.”, zei schrijfster dezes met haar meest poeslieve stem.

“O, gaan we het zo spelen? Gaan we die tour op, mevrouw Pieters? Mijn budget is op. En wie heeft dat uitgevlooid? Juffie Rekenwonder? Dat stuk omhoog gevallen pretentie. Die hoer voor wie geen lul veilig is, als er maar een rekenmachine aan vasthangt? Die bitch. Nee meester Lawaaimaker, uw budget is op. Het wordt tijd dat de Almachtige zich eens gaat moeien met de juffies. Gefrustreerde trutten. Hoe minder textiel, hoe minder hersenen. Ik wil een broodje en dat ga jij halen. Begrepen, mevrouw Pieters?”

Nu werd het gevaarlijk. Als meester Lawaaimaker het op die boeg gooit, kan hij gelijk ontploffen. Daar kan een zelfmoordterrorist-in-opleiding nog wat van leren.

“Meester Lawaaimaker, al smeekt u tot sint-jutemis om een broodje. Al dreigt u met moord, brand, diefstal of verkrachting. Al roept u alle heiligen ter hulp. Al ontbindt u alle duivels. Al valt u op uw knieën. Al springt u uit uw vel. Het antwoord is; nee, meester Lawaaimaker. Neen, neen, driewerf neen. Uw budget is op, ik spel het voor je uit: o – p. En daar kan een burgertrut uit een achterlijk Westvlaams provincienest, zelfs in haar bloot gat en met haar tieten bloot, niets aan veranderen. Op is op.”

Meester Lawaaimaker gooide zich machteloos neer op de bezoekersstoel, die het haast begaf onder het neerstortende gewicht. Dure designstoelen zijn duidelijk niet bedoeld om dergelijke behandeling te ondergaan. Een ogenblik dacht schrijfster dezes dat meester Lawaaimaker ging huilen als een kind dat zijn zin niet mag doen.

“Maar ik kan je wel over de middag helpen met een appel. Wilt u mijn appel, meester Lawaaimaker?”, zei schrijfster dezes met welhaast moederlijke bezorgdheid.

Verweesd keek meester Lawaaimaker mij aan. Verbaasd over mijn oud-testamentische gebaar.

“Ge kunt die appel steken waar het licht nooit schijnt”, sprak hij terwijl hij mijn poepsjieke kantoor verliet. Onbewust van het feit dat het zonlicht in zo’n achterlijk Westvlaams provincienest overal schijnt. Onbewust van het feit dat een aLiTaatje zelfs in zo’n sudderend jaren 20-gat tot de burgertrutten is doorgedrongen.

Straks moet schrijfster dezes toch eens overleggen met juffie Rekenwonder. De regels voor een budgetwijziging moeten dringend stringenter gemaakt worden.


7 reacties

bert · 23 juli 2005 op 11:44

[quote]En daar kan een burgertrut uit een achterlijk Westvlaams provincienest, zelfs in haar bloot gat en met haar tieten bloot, niets aan veranderen.[/quote]
Nou Els, mijn hart heb je wel gewonnen, ik heb genoten van je Vlaams relaas en begin zelfs al te wennen aan “schrijfster dezes”. 😀 😀 😀

Kees Schilder · 23 juli 2005 op 11:50

Els, hij is weer waanzinnig.Deze Neen-derlander is fan voor het leven van jou 😀

Mosje · 23 juli 2005 op 12:06

Mevrouw Pieters – mag ik Els zeggen? – mooi absurdistisch stukje. De vele naamherhalingen werken daaraan mee. U moet er wel mee uitkijken. Bij het begin van de derde alinea twijfelde ik sterk wie er nou precies aan het woord was.
Maar verder geweldig.

WritersBlocq · 23 juli 2005 op 14:01

[quote]Onbewust van het feit dat het zonlicht in zo’n achterlijk Westvlaams provincienest overal schijnt.[/quote]
ACHTERLIJK, is dat Vlaams voor achterste 😀 😀 dan heb ik weer wat geleerd! Leuke column!

KawaSutra · 23 juli 2005 op 16:48

[quote]Die hoer voor wie geen lul veilig is, als er maar een rekenmachine aan vasthangt? [/quote]
Grandioos. Is er in Vlaanderen ook een Column X? Dan moet ik daar ook eens verder lezen. 😀

Maar wat is een: ‘aLiTaatje’? Of ben ik nou ook achterlijk! 😀

Ma3anne · 24 juli 2005 op 09:12

Prachtige zinswendingen, leuk verhaal, maar al die herhalingen blijven voor mij een struikelblok bij het lezen.
Ben benieuwd naar een verhaal van jou waar die herhalingen binnen de perken blijven. Volgens mij zou dat een uniek juweeltje kunnen zijn.

Dees · 24 juli 2005 op 10:30

:laugh:

Briljant stukje!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder