Slapeloosheid op het nachtkastje

‘Een mobiele telefoon op het nachtkastje kan tot verlies van essentiële slaap leiden’ was de conclusie die getrokken kon worden na een maandenlang durend, belastinggeldslurpend, Europees onderzoek. En als u denkt dat dit het enige bericht was dat de inkt van mijn ochtendkrant deze ochtend verspilde, heeft u het mis. Alleen het papier waarop deze onderzoeksresultaten gedrukt zijn, is mijn inziens al een grof milieudelict. Een meer zinloze verspilling van gekapt tropenhout, dan wel gerecycled schijtpapier, kan ik mij niet indenken.

De kater van 2008

Ik geef de wekker nog maar eens een directe rechtse, recht op zijn snooze-knop. De wekker gaat direct knock-out waardoor de stilte in mijn slaapkamer, samen met mij, weer lekker onder de dekens kruipt. Geblaf. Kuthond. Hoewel de hond helemaal beneden is, zwaai ik vanuit mijn warme dekbed automatisch met mijn ‘snooze-hand’ in de lucht. Het mag niet meer baten, ik zal er toch uit moeten.

Kerstinkopen impossible

Het zacht klikkende geluid van het slot op de deur doet haar hart in haar keel schieten.
Op haar hurken kijkt ze paniekerig om zich heen. Ze staart door de groene bladeren van de heg, die haar het uitzicht op de straat bijna compleet ontnemen. Als ze er zeker van is dat niemand het dichtklikken van de deur gehoord heeft, laat ze haar blik de achtertuin door glijden.

Zonderzoek

Volgens een bekend nieuwsblad “Kan meer dan de helft van de Nederlandse jongeren zich geen leven zonder MSN voorstellen. De computer is sowieso het belangrijkste apparaat voor de jongeren, zelfs tweemaal zo belangrijk als een telefoon en vijf maal zo belangrijk als de televisie.”. Van dit soort onderzoeken ga ik dus direct aan de snoeiharde kantkak; een vorm van obstipatie die veroorzaakt wordt doordat er teveel onzin je strot doorgeduwd is, wat op een gegeven moment niet meer verteerbaar is.

Met andere ogen

Trots stap ik voor de tweeëndertigste keer het enorme gebouw binnen, wat als toegangpoort voor de Efteling fungeert. Opnieuw sta ik verwonderd stil omhoog te kijken, naar één van de vijf spitsvormige rieten daken die boven mij uittorenen. Elke keer dat ik hier ben geloof ik weer mijn ogen niet. Elke keer als ik thuiskom, denk ik dat ik het gedroomd moet hebben, dat ik het mij mooier inbeeldde dan het was. Elke keer als ik hier weer sta, probeer het beeld dit keer wat beter in mijn geheugen te prenten.