Hoe was je weekendwip? (Deel 11)

“Kijk nou toch eens. Het is toch niet voor te stellen, dat er binnenkort een baby in dit bedje zal liggen?” Met een warme blik in haar ogen kijkt Monique op naar haar man. Michael begint te lachen. “Dat is wel de bedoeling, daar hebben we het bedje toch voor gekocht?” Michael heeft altijd een nuchtere kijk op de zaken. “Maar ben je dan niet nieuwsgierig? Wat het is? Op wie het zal lijken?” Michael kijkt naar het keurig opgemaakte wiegje. Hij haalt zijn schouders op. “We zien het vanzelf. Het heeft geen zin om daar over na te denken, want je weet het antwoord toch niet.” Monique zucht. “Tjonge, wat ben jij toch nuchter. Zijn alle mannen zo? Het is toch leuk om over ons kind te fantaseren? Doe jij dat dan niet?” “Ik ben heus wel benieuwd. Maar we moeten gewoon afwachten. Kom, we gaan naar beneden. Jij zit tegenwoordig vaker in de babykamer dan in de woonkamer!”

Een boek schrijf je nooit alleen

‘Lekker dik boek,’ dacht ik nog tevreden, toen ik met mijn nieuwste aanwinst de boekhandel verliet. ’s Avonds sloeg ik in bed het boek open en begon te lezen. Een prachtig verhaal van wel 260 bladzijden. Tenminste; dat dácht ik. Ineens was het verhaal op bladzijde 145 afgelopen. Dit werd nog eens extra benadrukt door het woordje ‘EINDE’ onderaan de pagina. Wat stond mij dan op de resterende bladzijden te wachten, zo vroeg ik mij stomverbaasd af. En toen werd het mij helemaal duidelijk.

Hoe was je weekendwip? (Deel 10)

Michael roert zijn koffie en zucht. Hij kijkt naar buiten, maar in de rustige straat waar zijn ouders wonen, gebeurt weinig. Helemaal op zondag. Af en toe loopt iemand langs het raam. Net nog, een jonge vrouw met een kinderwagen. Over een aantal maanden zal Monique ook achter een kinderwagen lopen. Met hun kind erin.

Hoe was je weekendwip? (Deel 9)

Monique ligt somber voor zich uit te kijken. Ze pakt een tijdschrift van haar nachtkastje, bladert het verveeld wat door en legt het dan terug. Ze zucht. De tijd lijkt voorbij te kruipen. Al vijf weken ligt ze plat. Af en toe mag ze proberen om iets actiever te zijn, maar dat levert onmiddellijk harde buiken op, zodat ze wel weer moet gaan liggen. Nee, erg vrolijk wordt ze niet van die verplichte bedrust. Tegelijk voelt ze zich ondankbaar als ze zich zo somber voelt. Voor hetzelfde geld had ze een miskraam gehad. Ze moet blij zijn. Blij, dat het kindje nog leeft, dat het groeit, en dat ze op de helft van de zwangerschap is. Maar in een sombere bui zoals nu denkt ze: ‘Nóg maar op de helft.’

Hoe was je weekendwip? (Deel 8)

Met de bos bloemen in zijn hand geklemd, wacht Michael zenuwachtig tot de lift op de vijfde verdieping is. Daar aangekomen, kijkt hij wat onzeker om zich heen. Hij loopt naar de balie en een vriendelijke verpleegster wijst hem de weg naar de zaal waar zijn vrouw ligt.
Ze ligt blijkbaar al naar hem uit te kijken, want als hij de zaal binnenkomt, begint ze helemaal te stralen. Hij loopt naar het bed en kust haar voorzichtig.