Rolschaatsen
Als kind was ik gek van rolschaatsen. Je kon die tak van sport nog op straat beoefenen. In ons dorp was dat de stationsweg, daar lag mooi asfalt en er was een lichte helling waar je kon uitrollen.
Als kind was ik gek van rolschaatsen. Je kon die tak van sport nog op straat beoefenen. In ons dorp was dat de stationsweg, daar lag mooi asfalt en er was een lichte helling waar je kon uitrollen.
In de stad ziet Karel zijn kroegmaat Joop van verre aankomen.
“Duik die steeg in”, zegt zijn innerlijke stem.
“Laat het niet op een ontmoeting aankomen, voor je het weet zit je aan een biertje en dan is het hek van de dam.”
“Zeur niet”, denkt Karel. “Ik kan Joop wel weerstaan, ik maak een praatje en loop door.”
“Doe nou niet, je krijgt er spijt van.” Maar het is al te laat.
‘Je had het gisteravond goed georganiseerd, Mineke. De schriftlezing, de psalmen en de andere liederen die we hebben gezongen, het was allemaal mooi bij elkaar gezocht.’
“Dag God, hoe lang moet ik reizen voordat ik in de hemel ben?”
“Dat hangt ervan af naar welke hemel je wilt”.
“Zijn er meer dan?”
“Jazeker, er zijn er zeven”.
“Oh, en zijn ze allemaal verschillend?”
“Ja, want anders hadden we aan één hemel wel genoeg. Er zijn er zeven omdat de mensen niet kunnen kiezen. Ik zal het je uitleggen.”
“Wat is er met jou aan de hand?” vraagt de uitbundig bloeiende Forsythia aan de Ligusterheg.
“Mijn groei stagneert, na de vorstaanval van februari, ben ik weer geheel bij af en moet opnieuw beginnen met knoppen maken. Dat kost veel energie, dus dit jaar zal ik wel een mager jaar beleven.”
“Dat komt goed uit, want dan krijg ik mooi de kans vanuit de buurtuin onder jou door te woekeren”, mengt Zevenblad zich in het gesprek.