Gelukkig

“Nee hoor, lieve Louis, ik ben de gelukkigste mens van de wereld!”.
Ze kijkt me heel serieus aan. Haar antwoord zou wel eens kunnen kloppen. Ik ben het namelijk niet. De gelukkigste mens.
Met gewoon gelukkig zou ik al dik tevreden zijn. Nochtans heeft mijn omgeving alles om er gewoon gelukkig in te zijn. De mensen, dieren en planten om me heen doen er alles aan. Om me gewoon gelukkig te maken.
Neem nu dat ene paadje van mijn dagelijkse wandelroute met de hond. Aan weerszijde van het pad bevinden zich met draad afgebakende grasvelden vol met schapen. Het zijn er zoveel dat ik halverwege even moet gaan liggen.

Tot hier en niet verder

‘KUT’ stond er op de schutting van de koer.
Geschreven met een geel vetkrijtje. Ik kende dat niet maar het was zo te zien iets smerigs.
Wat ermee op de schutting was geschreven kende ik evenmin en was blijkbaar ook niet zo netjes. Dat zag ik aan het lettertype maar vooral aan de reactie van de meester. De bedrukte gezichten van mijn medescholiertjes en die van onze ouders op het schoolplein spraken boekdelen.
“Weet u wat? Ik neem u mee naar mijn dorpje!”

Zeg eens O

Ze kijkt me onderzoekend aan en vraagt het hemd van mijn lijf. Tegenwoordig moet ik het van dichtbij en verhalen hebben, de altijd aanwezige waterval is spoorloos. Met horten en stoten komt het eruit.
Met een duidelijk onderliggende gedachte begin ik het eerste contact en laat haar binnen.

Blikopener

Ik denk er nog wel eens aan.
Mijn eerste ontmoeting met de ter beschikking gestelde moordenaar. Tijdens het gesprek probeer ik iets in zijn staalblauwe ogen te zien maar die handen, die handen laten me niet los.