Troosteloos

In een hoek met mijn Southern Comfort om de zomerse hitte aangenamer in mijn hoofd te laten zinderen, zie ik het meisje op de straathoek met een leger jongens om haar heen. Ze probeert weg te lopen, maar is zo ingesloten dat ze geen kant op kan. Golven van paniek waaien mijn richting op. Met spijt kijk ik naar het fonkelende vocht in mijn glas. Het had zo mooi kunnen zijn, zomer, zuipen van mijn zomerliefde. Met een zucht neem ik afscheid van mijn verlangens en schakel over naar de bezorgde burgerrol.