Overvallen

‘Hé, verkrachten we tegenwoordig niet meer!’ roep ik laaiend de rennende tassendief achterna. ‘Droplul’, mompel ik pissig, terwijl ik overeind probeer te komen.
‘Ik wil alleen maar helpen, dame’, zegt dan een lachende mannelijke karakterkop naast me. Hij is mooi, echt mooi, en ik hoop maar dat ik dat niet hardop gezegd heb. Hij helpt me overeind te komen, en mijn rode gezicht moet echt als boosheid uitgelegd worden. Dat moet!

Taalpurist

Ze loopt besluiteloos door de winkel. “Hoe duur kost deze plant, mevrouw?” vraagt ze aan de verkoopster.
“Contaminatie,” antwoord ik. De vrouw draait zich om naar mij. “Wat zei u?” vraagt ze vriendelijk. “Niks, ik noemde de naam van een plant,” haast ik me te zeggen.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Wie ben ik nu eigenlijk? Ben ik wel iemand…of misschien toch Niemand? Vragen die mij, mede dankzij een op zichzelf gerichte maatschappij, zo bezig hielden. In een cultuur van egocentrisch gedrag maakte de grijze massa me verslaafd aan de spiegel. In de honger, mezelf te ontdekken, stond ik er uren verblind in te staren.