“Dood” grinnikte ze. “Ik kan het nog steeds niet geloven.”
Onhandig reikte ze naar een tissue die ze in een van haar broekzakken had verstopt, maar toen ze die niet kon vinden pakte ze een peuk en besloot ze haar gezicht met haar mouw af te vegen.
“Hoeveel tissues denk je dat we er doorheen hebben gejaagd?” vroeg ik.
Ze hoefde niet lang na te denken.
“Vast genoeg om alle Kleenex werknemers een week naar een luxueus vakantieoord te kunnen sturen.” Zelden hadden we zoveel moodswings op een dag beleefd. En dan te bedenken dat we hem hadden gehaat. Hij, degene die ons in onze gedachten zelfs als volwassenen geen moment rust had gegund.
“Ga jij naar de crematie?” vroeg ik aarzelend.
Ze schudde haar hoofd.
Ik ging bij de schoorsteen zitten en staarde naar het vuur.
Ze keek me aan en ik wist dat we beide dezelfde morbide gedachte hadden.
“Het is een ellendige kerel” zei ik voor de zoveelste keer die dag.
Ze knikte. “Ellendig in kwadraat.”

“Wat denk je?” vroeg ze in een opwelling. “Is het gepast om nu naar de kroeg te gaan, te dansen en ons helemaal lazerus te drinken?”
“Gepast?!” riep ik, en even zag ik schrik in haar ogen.
“Zusje, volgens mij is dat de enige juiste manier om voorgoed een einde te maken aan alles wat hij ons al die jaren heeft aangedaan.”

Buiten was het donker. In de verlichte straat lieten mensen nog eenmaal hun hond uit. Een enkele auto reed voorbij en een ogenblik voelde ik mezelf volkomen tot rust komen.

Als een baken klemde we onze handen ineen. Haar verwilderde ogen spraken boekdelen.
“Blijf sterk. Het gaat wel over,” zei ik. “Echt, het gaat over.”
Als een mantra bleef ik de woorden herhalen.
Ze klappertande. “Ik wil wiskey.”
Ik drukte haar hand. “Nog even en je krijgt wiskey”.

Langzaam eindigde het beven; ze ontspande zich en keek me iets opgewekter aan.
“Ik weet dat het goed is” zei ze. “Nu kennen alleen wij nog elkaars geheimen.”

Een kelner met een blauw schort bracht ons onze bestelling. Twee wiskey, één met en één zonder ijs. We proostten en lieten daarmee onze demoon vrij.

“Dag pappa. Op ons.”

Categorieën: Fictie

11 reacties

Avatar

Siebe · 29 september 2007 op 20:03

[i]Bloody[/i] fascinerend Troy, vergeef me het woord.

Met je vorige had ik moeite en bij een schrijver als jij ga ik er dan in eerste instantie gemakshalve maar van uit dat dat dan wel aan mij zal liggen. In feite is dat niet belangrijk. Ik haak bij een als deze wel aan en van jou is zeker dat zo een er altijd weer komt.

Gr.
S

Avatar

pepe · 29 september 2007 op 20:13

Heftig, maar zeker heel sterk geschreven.

Bijzonder met een dubbelgevoel.

Avatar

arta · 29 september 2007 op 21:54

Erg mooi verwoord hoe dood niet altijd verdriet met zich mee hoeft te brengen. Opluchting kan ook een heel realistisch gevoel zijn bij een sterfgeval, wanneer de dode je erg veel leed aan heeft gedaan, al is het denk ik wel een enorm taboe. (dat blijkt ook uit jouw schrijven)
Mooi geschreven! 🙂

Avatar

pally · 29 september 2007 op 23:11

Hele sterke column , Troy, waarin je de verwarring laat zien van rouwen om iemand die je leven heeft bepaald vermengd met haat om wat je is aan gedaan, naast opluchting.

[quote]In de verlichte straat lieten mensen nog eenmaal hun hond uit. Een enkele auto reed voorbij[/quote]
heel simpel, prachtig sfeerbeeld!

groet van Pally

Avatar

SIMBA · 30 september 2007 op 10:04

Het is onder fictie ingezonden, maar voor sommigen is dit helaas de realiteit.
Mooi verwoordt!!

Avatar

Dees · 30 september 2007 op 11:12

Mooi geschreven Troy. Vaag herinnerend aan Festen deze column, qua sfeer.

Bij jou vind ik het altijd interessant om te bedenken waar de fictie waar de factie, maar ik wil het niet echt weten, ik wil er alleen over nadenken 🙂

Een puntje van tip, volgens mij zou de zucht tot het overbrengen van de juiste informatie ondergeschikt moeten zijn aan de dialoog. Dat de zij het zusje is van de ik, blijkt voldoende uit de laatste zin.

Avatar

lisa-marie · 30 september 2007 op 13:09

Zeer treffend, sterk en heftig. Hij raakt mij zeer.
Zo als je de sfeer neerzette, ik kon het gewoon voelen. Alsof ik er zelf bij was.

Avatar

Li · 30 september 2007 op 20:07

Inderdaad fascinerend. De column zelf roept bij mij geen gevoelens van medelijden, (on)begrip of wat dan ook op. Misschien is dat de kracht. Als lezer observeerde ik, zonder te oordelen.

Li

Avatar

Siebe · 30 september 2007 op 20:18

Exact Li! Dat bedoelde ik ook alleen kon ik dat niet zo treffend zeggen. Het is op zich ook niet zo gek hé. Want ‘het geheim’, dat kennen wij niet. En dat maakt het (leeseffect) zo sterk denk ik met jou.

Avatar

KawaSutra · 30 september 2007 op 20:57

Heel knap geschreven, krijg er de rillingen van.

Avatar

Troy · 1 oktober 2007 op 09:18

Allen bedankt voor de mooie reacties. Ook Dees bedankt voor de tip. En inderdaad, sentiment speelt geen grote rol in dit verhaal. Wellicht alleen tussen de zinnen door. Sentiment is ook iets waar je voorzichtig mee moet zijn denk ik. Ik vind het meestal een te gemakkelijke manier om publiek te bereiken. Dat het me ondanks het gebrek daaraan toch gelukt is om gevoelens bij mensen los te maken stemt me zeker tevreden 🙂

Geef een antwoord