De storm is geweken. De waanzin is verandert in zin en de waan is niets meer van wat het ooit leek te zijn. Niet langer ligt mijn hoofd in stukken op de vloer. Er is niemand meer die de macht heeft om mijn gevoel stuk te slaan en zelfs ikzelf blijf volkomen immuun voor destructie. Het bloed in mijn aderen heeft nog dezelfde kleur rood, maar de wijn blijft ongeopend en onaangetast staan. Ik mis de woest kolkende dagen, het donker en de spanning.
Ik mis de letters die ontstonden omdat het een pure noodzaak was.
Ik mis het uitzicht van de bergen, zelfs de diepte van het dal.
Ik mis het grote avontuur en ik mis het gemis.

Het papier blijft wit en mijn hoofd wordt voller.
De remedie van het schrijven lijkt voorgoed verleden tijd.

“Desintegratie”

Ik zit en staar voor me uit. Wie weet wie ik ben mag zijn mond open doen. Wie weet waar ik sta mag me mijn plaats aanwijzen. Mijn armen en benen liggen verspreid over de vloer. Mijn hoofd staat op de tafel en mijn ogen liggen verborgen in de lade van een boudoir. Verbannen tot introspectie kruip ik weg in gedachten. In bange gedachten, verder weg van mezelf.

Waar blijft het verlossende antwoord wanneer je nog één laatste vraag hebt? Wat is de zin van zingeving wanneer het hoofd weigert om het lichaam ook maar voor een dag als een gelijke te behandelen? Voor de zoveelste keer, keer ik mezelf binnenstebuiten. En degene die ik wil zijn rent alsmaar verder van me weg.

De beelden van het verleden tekenen bloemen op het raam. Maar de kleuren van voorheen zijn niet langer hetzelfde. Ik bid om verlichting, om een verlossing van mezelf, maar er is niemand die luistert of mijn woorden beaamt. Ik neem een laatste sigaret, vergeet wat ik voel, en waarom en waardoor…

Ik desintegreer.

Verdriet zuigt nog één laatste druppel uit mijn vochtige ogen.
Pijn deelt nog één laatste messteek uit.
Voor de allerlaatste keer, keer ik mezelf binnenstebuiten.
Wetende dat ik nooit meer dezelfde zal zijn.

Ik had het kunnen weten.
Misschien leer ik nooit.

De pijn en de angst keren altijd weer terug.

Ik had het kunnen weten.
Misschien leer ik nooit.

De woorden en zinnen keren altijd weer terug.

Categorieën: Vervolg verhalen

10 reacties

Lynne · 7 januari 2006 op 13:24

Prachtig.

Je schrijft zo intens, zó mooi…
En da’s echt heel bijzonder.

WritersBlocq · 7 januari 2006 op 15:45

Vreselijk mooi Troy.
[quote]Ik zit en staar voor me uit. Wie weet wie ik ben mag zijn mond open doen. Wie weet waar ik sta mag me mijn plaats aanwijzen. Mijn armen en benen liggen verspreid over de vloer. Mijn hoofd staat op de tafel en mijn ogen liggen verborgen in de lade van een boudoir. Verbannen tot introspectie kruip ik weg in gedachten. In bange gedachten, verder weg van mezelf. [/quote]
Dit geldt voor de straatkat die ik tijdelijk in huis heb ook. Hier staan de zinnen die ik in haar ogen lees. Bijzonder bizar.

KingArthur · 7 januari 2006 op 16:21

Heel mooi!

Trukie · 7 januari 2006 op 16:32

Mooi!

sally · 8 januari 2006 op 01:00

Ze blijven bijzonder, jouw schrijfsels.
Nooit om even snel door te lezen. Maar altijd om langere tijd bij stil te staan.En nog eens lezen.
Net iets dieper dan de rest. Knap. Vind ik.

liefs
Sally

melady · 8 januari 2006 op 01:05

waanzin Troy.Maar ik blijf troy- fan

bert · 8 januari 2006 op 01:05

Eigenlijk vind ik deze beangstigend mooi en zou ik bijna aan je vragen of je hulp nodig hebt.
Ik zou het heel erg vinden als ik je plotseling tegen zou komen op een overlijdenspagina. Dan zou iedereen er met open ogen echt zijn ingetuind.
Heel realistisch geschreven, bijna te….

Dees · 8 januari 2006 op 10:09

[quote]De remedie van het schrijven lijkt voorgoed verleden tijd.[/quote]

[quote]De woorden en zinnen keren altijd weer terug.[/quote]

Blijf ze opschrijven beste Troy, dat klinkt wat bijdehand, maar welgemeend. Prachtig. Ook voor mij soms te mooi, jouw stukjes, ze sleuren me mee, dieptes in, al is het dan maar even..

Grtz,

Dees

Li · 8 januari 2006 op 22:19

Je weet me altijd weer te raken met je schrijfsels. Mijn gedachten en fantasie worden meegevoerd naar waar- en onwaarheden. Deze keer een herinnering. Ik, net 7 jaar, zit in de klas van een strenge schooljuf. Ik heb woorden zoals raam, mus, roos en deur geleerd. Voor me staat een letterdoos met vakje waarin massa’s letters keurig gerangschikt zijn. We mogen nu zelf woorden gaan vormen en die overschrijven tussen dubbele lijntjes. Ik wil stinkend mijn best doen want dan krijg ik misschien eindelijk een rode stempel in mijn schrift. Voorzichtig haal ik de dubbel aa uit de doos maar ik blijf met mijn mouw aan een randje hangen. De letterdoos kiept van mijn tafeltje, de letters spatten op de grond uiteen en vormen onbekende woorden. Ik huil dikke tranen als de juf mij bestraft met een paar flinke lineaaltikken op mijn vingers. Het heeft weken geduurd voordat ik weer letters durfde te pakken om de woorden, die ik zo graag wilde opschrijven, te kunnen vormen…

Troy · 9 januari 2006 op 15:38

Bedankt voor jullie reacties.

pb’tjes komen eraan…

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder