Tering Turk!!

Mijn vriend Ton is een racist in hart en nieren, voorop liep hij ten tijde van de Centrum Partij en later de CD. Heilig gelooft hij in de slogan eigen volk eerst dit staat zelfs getatoeëerd op zijn rug in letters van 5 cm breed. Bij de aanblik van een buitenlander krijgt hij spontaan last van vlekken in zijn nek en zou het liefst zijn moordlustige gedachten op dat moment werkelijkheid laten worden. Waarom is zo een man dan mijn vriend? Omdat hij er altijd voor mij was en mij door een hele zware tijd heeft heen geholpen toen ik in de bajes zat.

Olijfboom

Een blanke Europeaan op safarivakantie baant zich moeizaam een weg door de bossen ergens in West-Afrika. Na lang zwoegen, stuit hij op een grote open plek. Midden in die open plek staat een klein huttendorpje. Midden in het dorpje staat een olijfboom. En onder die olijfboom zit een zwarte man op een comfortabele stoel lekker te relaxen.

Zijn er…?

Zijn er werkelijk mensen die alles meehebben: een gelukkige familie, een mooie auto, een gezellig huis, een fantastische baan, en een voortreffelijke gezondheid? En áls ze er zijn, wat denken ze dan? Is er nog iets voor hen over om naar te verlangen, of zijn ze tevreden met hun leven zoals het is? En áls ze tevreden zijn met hun leven zoals het is, raken ze dan verveeld? En áls ze verveeld raken, reageren ze dat dan af op hun geliefden? En áls ze het afreageren op hun geliefden, begrijpen die de emoties wel of raken die ook geiiriteerd? En áls de geliefden geirriteerd zijn, komt het nog goed, of ontstaat er een kloof? En áls er een kloof is, is de familie dan nog gelukkig?

Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap

Ik staar doelloos door het raam naar buiten. Het jonge groen van de bomen wuift rustig heen en weer, en de witte wolken drijven gezapig voorbij. Er wordt weer eens gestaakt. In alle grote steden ligt het openbaar vervoer plat. Iedereen gaat dus met de auto, met als gevolg dat ook alle wegen muurvast staan.

Verjaagd door een sportvisser

Het motortoerental van het naderende brommertje nam onheilspellend af. Ik wist wat dit betekende. Dit brommertje ging stoppen. En wel precies bij het rustige plekje aan het water, waar ik zat. Een plekje dat precies groot genoeg was voor mij en mijn fiets. Daar kon geen brommertje meer bij. Het brommertje werd bestuurd door, ik hoefde daarvoor niet eens te kijken, een sportvisser. En die sportvisser was vast van plan om mijn plekje in te pikken.