Rookverhaal 01: Ach, ach, ach wat een nach!

[b]”Rookverhalen” een compilatie van hersenspinsels opgehoest tijdens het stoppen met roken in de herfst van 2001. Oftewel verhalen van een jonge dichter bij trekdrop en kaarslicht.[/b]

[b]Ach, ach, ach, wat een nach! [/b]

Toch wel kunnen slapen gelukkig.
Maar ja, dan dat opstaan. Droog van achter in de keel. Slaapdronken uit bed, op weg naar die eerste ….!

Hereniging (wasstraat – aanloop tot het slot)

Ik word ruw heen en weer geschud in het kielzog van een passerende auto. Heeft het leven nog zin? vraag ik mij af. Met draaiende motor op de vluchtstrook van de dijkweg Almere Lelystad staar ik naar de achterlichten tot de duisternis ze opslokt. Het is rustig om deze tijd. Een normaal mens ligt op bed. Knus tegen vrouw of vriendin, man of vriend aan. Op het moment dat de auto opnieuw huivert, ditmaal door een passerende vrachtauto, schiet een inzicht als een dartpijl door mijn maag. Ik krimp ineen terwijl de stem van rattenkop door mijn geest echoot. ‘Ze beweert dat hij het heeft.’ Natuurlijk! De trut, ik had het moeten weten. Wat heeft ze in het heetst van de strijd in mijn auto verstopt?

Zaakjes deel 3 “Scheermes”

AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAhhhhhhhhhhhhhhhh!!!!!!! Voor de 2de keer word ik wakker met een hijgende baardaap over me heen! Oh nee, het is een vrouw, maar ze heeft wel een snor! Ik kon het niet laten om heel hard Snorro te roepen. Maar dat lukte niet want mijn onderkaar zat met 3 gigantische lijmklemmen vastgemaakt aan de rest van mijn hoofd.
Ik vraag wel een andere keer of ze mijn scheermes wil lenen.

Zaakjes deel 2 “de verhuizing”

Eenmaal terug op straat besloot ik om nog maar even bij “Het vlezige roosje” langs te gaan.
Ik had namelijk nog wat zaakjes recht te zetten met een vaste klant daar. Hij had een maand geleden een lading video’s besteld bij een poederboer die door het bureau geschaduwd werd.
Ik was weer eens zo aardig geweest het bewijs te “verliezen” maar R@@f heeft nog steeds geen cent over de tafel geschoven, tijd voor een gesprek tussen hem en m’n vuisten dus.

Met de billen bloot (wasstraat deel 7)

Langzaam loopt Nettie een rondje om de auto, werpt nog een laatste blik op de zwaar beschadigde neus en verfrommelde motorkap en komt hoofdschuddend naar ons huis gelopen. Ze kijkt mijn kant op, ziet de vitrage waarlangs ik gluur bewegen en ik heb het gevoel in ijspegels te worden ondergedompeld. Ik krimp ineen, duik weg onder mijn warme dekentje, veilige verscholen achter de rugleuning van de bank.

Zaakjes deel 1

Een maat van me kwam gisteren naar me toe met een vraag.
Wat ik me dan af vraag is hoe kun je rechtop blijven lopen met zoveel pillen in je jas zak, hij had zeker een paar kilo bij in zijn zelf uit de winkel gejat voor 50% in de uitverkoop nepleren regenjas. Of ik nog wat geld wou verdienen.

Het rollen van de donder (wasstraat deel 6)

Even was ik in de waan dat alles goed kwam. Dat de verschrikkingen definitief voorbij waren. Wat een onschuldig avontuurtje had moeten zijn is in korte tijd veranderd in een nachtmerrie. Maar mijn belagers zijn weggejaagd en de mysterieuze vrouw waarvan ik niet eens de naam ken is uit mijn leven verdwenen. Ik lig languit op de bank, een pluizige deken tot boven mijn borst getrokken, een bundel stevig verpakt ijs tegen de zere plek in mijn kruis, een koud washandje tegen mijn pijnlijke lip. Nettie glimt van top tot teen en verwent mij met koffie, koeken en liefdevolle aandacht. Ondertussen mompelt ze steeds dingen als ‘mijn held’ en ‘stoere bink’ en vertelt ze vol enthousiasme haar verhaal aan iedereen die opbelt of aanbelt. En dat zijn er vanavond nogal wat. Ik ben een lokale beroemdheid geworden.

Slippertje in de wasstraat

Al die stoere binken met kapsones van hier tot sint-tokio krijgen hem er niet in. Ik zweer het je. Deze vent dus ook. Als een robotje volgt hij mijn armgebaren op, dat zie je niet vaak. Meestal presteren ze het juist het tegenovergestelde te doen.

Heet en nat door de wasstraat

Zomaar ergens in de stad vonden onze ogen elkaar en beten zich als pitbulls in elkaar vast. Wilde fantasieën namen bezit van mijn geest en ook van de hare, ik voelde het via een onzichtbare magische verbinding. Ze keek mij uitdagend aan. Ik keek uitnodigend terug en genoot van de tintelende energie die haar ogen uitstraalden. ‘Een wasstraatje pakken dan maar?’ vroeg ik zonder het oogcontact te verbreken. Ze hoefde geen antwoord te geven. Begeerte straalde uit haar ogen.