In Emmeloord is enige tijd geleden rumoer ontstaan na een asverstrooiing op een daartoe aangewezen veld.
Wat was er aan de hand?
De Leeuwarden krant, een uitstekend regionaal Dagblad dat ook oog heeft voor kleine drama’s, deed het uit de doeken.
In dit geval komt het voorval het best tot zijn recht als ik wat uitgebreider citeer. Een mevrouw vertelt woedend en verdrietig: ‘ze hebben de as van mijn moeder op een bult geblazen en wilden haar zo afvoeren naar de afvalstort’.
De familie had met de as van moeder een heel mooi hart op de grond van de strooiplaats in Emmeloord gemaakt. Het hart, opgebouwd uit drie kilo as, werd met roze bloemen bestrooid.
En toen kwam de medewerker van de plantsoenendienst, een paar dagen later, met een bladblazer. U voelt het al.

Mevrouw stelt woedend: ‘Hij moet als een dolle stier te werk zijn gegaan. Het hart was duidelijk zichtbaar, het was drie kilo as. Dat is behoorlijk wat.’

In het onderhavig geval had het niet geregend en de wind speelde geen rol van betekenis.
Dankzij het direct en dapper ingrijpen van één medewerkers van uitvaartorganisatie Yarden kon worden voorkomen dat as en rozenblaadjes, tezamen met het uit de bomen nedergedaald gebladerte, in de afvalcontainer verdwenen.
‘Ben je helemaal gek geworden’, riep hij tegen de man. ‘Idioot je gaat toch niet met een bladblazer op een asvertrooiingsveld werken!’

Met begrip lees ik verder over het verdriet van mevrouw: ‘Het is wel je moeder en daar moeten ze van af blijven’
De politie van Emmeloord raadde een aanklacht af, wegens het feit dat er afgevallen blad op het veld lag.
Een excuus van de blazer en ontslag van de man zijn inmiddels geëist.
Het zal je maar gebeuren, mensen.

Ik ben kennelijk nog te onervaren in dit leven. Mijn voorstelling van asverstrooiing is een andere geweest. Vader en moeder Schoevers zijn op kiese wijze, overigens buiten onze aanwezigheid, keurig uitgestrooid over een bij het crematorium gelegen veld.
Zon, regen en storm hebben hen snel doen verdwijnen in de eeuwigheid; zo veronderstel ik.
De hulp van een bladblazer zal daarvoor niet nodig zijn geweest.

Nieuw voor mij is het feit, dat de mogelijkheid bestaat om met overgebleven kilo’s as het veld te betreden om daar, met schepje en vormpjes, kleine monumentjes neer te leggen. Waar gaat dit heen?

Ik heb mij afgevraagd of het kies zou zijn het bovenstaand voorval in een column te verwerken. Maar zeg eens eerlijk?
Kon jij een glimlach onderdrukken?
Voor buitenstaanders is hier toch iets grappigs aan de hand; geen grap………….geen mop………..maar een as-bak.

(beter lachen om de dood, dan als de dood voor lachen)
:eh:


Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

3 reacties

Trukie · 26 april 2007 op 22:14

De titel bracht mij in een serieuze stemming en zo bleef ik jouw overigens mooie column lezen. Hoewel er vele mogelijkheden komen om met de as van nabestaanden om te gaan, moet het toch wel gaan zoals de familie het wil en niet zoals een tuinman denkt te moeten doen.

SIMBA · 27 april 2007 op 09:12

*glimlacht voorzichtig, vanwege het precaire onderwerp*
[quote](beter lachen om de dood, dan als de dood voor lachen)[/quote]
Klopt!

Mup · 27 april 2007 op 15:49

Humor helpt, mij tenminste wel. Ik heb dan ook gelachen, begrijp wel een beetje het gevoel van de vrouw. Je laatste regel had voor mij ook weggelaten kunnen worden,

Groet Mup.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder