De zon scheen, en de wind speelde tussen de appelbloesems. Zeven was ik
toen hij me vroeg of ik zijn vriendinnetje wou zijn. Natuurlijk kon
ik niet weigeren, want hij was de zoon van een belangrijk persoon.
Nee, hij was de zoon van dé belangrijkste persoon voor zevenjarigen, de juf! Het kereltje verkeerde niet alleen in een bevoorrechte positie, maar was daarnaast ook nog eens met een flinke portie branie bedeeld. Zo slaagde hij er geregeld in om de hele klas op stelten te zetten, een man naar mijn zevenjarige vrouwenhart!

Bewonderend en stiekem gniffelend keek ik toe hoe hij tóch rechtstond wanneer juf Vera zei dat het nu de laatste keer was geweest, dat ze hem de volgende maal aan zijn stoel zou vastbinden. Míjn prins.
Luttele seconden later zag ik hoe de moeder van de prins van een koningin tot een boze, naar touw zoekende, stiefmoeder transformeerde.

Gehaast en vloekend rommelde ze in de kasten, en zagen wij het ideaalbeeld van onze voormalige halfgodin afbrokkelen.
“Aha, hebbes!”, kraaide ze met haar tot een grijnslach vertrokken lippen.
Als een wervelwind raasde ze om mijn geliefde heen, tot hij niks meer was dan een prinselijke worst op een stoel.
We achtten hem zo hoog om deze heldendaad, deze opstand tegen deze Cruella, dat we hem niet wilden aankijken in die hem zo onwaardige positie.

Cruella was voorgoed ons respect kwijt, en lente werd zomer, en ik verhuisde naar de stad.
Enkele jaren later kwam ik hem, Cruella’s nageslacht, tegen op de eerste schooldag in de ‘grote school’. Twaalf waren we toen reeds.
Mijn roze sokjes had ik ingeruild voor een eerste behaatje, en m’n vlechtjes voor lange lokken waar ik de hele dag compulsief aan frunnikte wanneer de ‘mannen’ uit de derde klas langskwamen.
Mijn voormalige prins en ik zagen deze nieuwe wereld met gretige maar angstige ogen aan.

De eerste les, biologie, kregen we van ene mijnheer Vh., een rond en gezellig manspersoon, die vooral gezellig was als ie arme eerstejaars -en eerste-beha-dragende-meisjes in het bijzonder- de stuipen op het lijf kon jagen.
De les besloeg dan ook ‘de dissectie van het konijn’.

Om het kort -en niet al te bloederig- te houden, de les startte met een als bezeten grijnzende mijnheer Vh. die zijn jarenlange ervaring aanwendde om in twee seconden
perfect in te schatten welk slachtoffer de zwakste maag had, wie dus een geprivilegieerde plaats naast hem mocht innemen, met zijn neus op de feiten.
De les eindigde met mijnheer Vh. die ons liet zien “dat die oogjes toch niet zo’n goed knikkermateriaal vormen als je zou denken.”

De daarop volgende lesuren hadden een lager horrorfilmgehalte, maar lieten ons niettemin beseffen dat het vanaf nu menens was, dat we uit het zonovergoten paradijs met haar appelboom verjaagd waren, dat we volwassenen in wording waren.

Was het toeval of heimwee wat ervoor zorgde dat mijn prins en ik nog één keer in elkaars ogen verdronken?
Voor zover wij er toen door de pick-up van onze ouders mee bekend waren, zong Bob Dylan enkel en alleen voor ons “The times they are-a-changin”.

Categorieën: Algemeen

7 reacties

tontheunis · 4 september 2004 op 12:03

Mooi!

TT

Mosje · 4 september 2004 op 22:02

[quote]Mijn roze sokjes had ik ingeruild voor een eerste behaatje[/quote]Lijkt me niet zo lekker zitten, tweemaal cup AA aan je voeten.
😛

archangel · 5 september 2004 op 00:24

Ik vind het een prachtig verhaal, maar een konijnendissectie in de eerste les biologie op de middelbare school??? Cool… en ik maar denken dat wij ruig waren met onze koeienharten en maagsap-experimenten in de bovenbouw 😮 Gelukkig heb ik de schade ruimschoots kunnen inhalen tijdens mijn studie (foto’s van ons biggenpracticum verkrijgbaar op aanvraag 😀 )

Dees · 5 september 2004 op 10:08

Wat een held, jouw prins!

Prachtig geschreven overigens 😉

Dees

Mup · 5 september 2004 op 10:45

[quote]een man naar mijn zevenjarige vrouwenhart! [/quote]

Heerlijk!

Groet Mup.

ignatius · 5 september 2004 op 13:44

Haha, heerlijk geschreven.
Wij hadden op de bewaarschool ook zo’n Cruella; juffrouw Smit. Ik voel nu nog haar lineaal op mijn uitgestrekte handjes.

Louise · 6 september 2004 op 07:18

Dit kan zo in een sprookjesboek!
Genoten!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder