Ik vroeg of ik haar ogen mocht lenen. Ze stemde erin toe. Al velen had ik versleten. Met beschadigd netvlies heb ik ze teruggegeven. Ik was kleurenblind totdat ik de ogen van anderen ontdekte. Ik zou een eeuwigheid moeten leven wilde ik door al die ogen kunnen zien. En dus koos ik voor de eeuwigheid. In heldere kleuren, door vreemde ogen. Verder van mezelf kon ik niet afdwalen. Dichterbij zou ik nooit kunnen komen. Ik leerde te zien en het geluid van de schreeuwende beesten te negeren. Al die percepties, al die verschillende manieren van zien..Soms duizelde het me. Maar ik bleef ze maar lenen. Ogen in verschillende vormen. Ogen in eindeloze kleurschakeringen. Soms, wanneer ik een adembenemend mooi exemplaar tegenkwam, raakte ik in de verleiding om ze zelf te houden, om weg te rennen, zonder een spoor achter te laten. Maar een ogendief wilde ik uiteindelijk niet zijn. Er zou vanzelf een nieuw stel langskomen. Misschien zelfs eindeloos mooier dan de vorige.

Vanaf het eerste moment dat ik haar ogen aanschouwde raakte ik bevangen door het idee dat perfectie werkelijk bestond. Als versteend stond ik aan de grond. Ik kreeg visioenen van hoe ik mezelf zou verliezen in Chinese kunst en Italiaanse architectuur. Eerst moest ik de moed zien te krijgen om iets tegen haar te zeggen. Vervolgens zou ik haar vertrouwen moeten winnen. Maar mijn stem klonk doods en oud.

“Ik weet wat je wilt vragen”, zei ze. Stilzwijgend staarde ik haar aan. In haar hand hield ze haar perfecte oceaangroene ogen. De aanblik van haar lege oogkassen vervulde me met opwinding. “Neem jij de mijne?”, vroeg ik haar. Met haar hand reikte ze naar mijn gezicht. Even dacht ik dat ze haar pezige vingers door mijn oogballen zou persen. Mijn hart stond stil. Had ik een grens overschreden? “Met liefde wil ik ze van je aannemen”, antwoordde ze.

“Niemand heeft ooit gezien wat ik zie”, vertelde ze me. Ik kon het me niet voorstellen. Hoe zuiver haar ogen ook leken, maagdelijk waren ze al lang niet meer. Vele mannen waren mij voorgegaan. Niets kon minder waar zijn. “Waarom wil je mijn ogen?”, vroeg ik haar. “Ik wil de blinde man kunnen zien”, antwoordde ze. “Door mijn ogen?”. “Alleen door jouw ogen”.

Met precisie ontnam ze eerst mijn rechteroog en plaatste het in haar lege oogkas. Met mijn linkeroog zag ik hoe een duivelse glimlach rond haar mond verscheen. In extase staarde ze me aan. Vervolgens liet ik haar willoos mijn linkeroog ontnemen. Hardop lachte ze. Na enkele minuten van eenzame duisternis voelde ik haar warme hand op mijn gezicht. “Ze zijn voor jou”, zei ze zacht. En ik voelde hoe de leegte in mijn gezicht werd opgevuld met haar vochtige oogballen.
“Ik zie niets”, riep ik in paniek.
“Dat klopt”, antwoordde ze.

“In mijn dromen probeerde ik te vliegen, maar nu kan ik zien”.

En juichend ging ze heen, de ogendief.

(Ogen zijn er om zelf door te zien, maar betekenisvoller is het om er anderen door te laten kijken).

Categorieën: Algemeen

11 reacties

Wright · 18 mei 2005 op 08:17

Ze worden steeds mooier, Troy.
Dat deze ervoor mij uitspringt, komt doordat mijn vader lijdt aan een agressieve vorm van LMD.
Een oogziekte waardoor hij steeds minder gaat zien.
Ik zie hoe hij beelden opzuigt en ze op zijn netvlies probeert te griffen, in de wetenschap dat er een moment kan komen dat hij het alleen met deze beelden zal moeten doen.
Daarna zal hij de wereld door de ogen van anderen moeten ‘bekijken’. Een pijnlijk proces voor de hele familie.
Als je door de ogen van een ander maar jezelf kijkt, is dat meestal op momenten dat je dat liever niet zou doen.
Je wordt je ineens pijnlijk bewust van je tekortkomingen.
Wonderschone column, in een voor mij erg gewaardeerde stijl van schrijven!

Ma3anne · 18 mei 2005 op 08:36

Het is heel bijzonder om door jouw ogen naar de wereld te mogen kijken. Ik kom daarbij steeds rillingen in mezelf tegen, die ik niet wil voelen, maar er is geen ontkomen aan.

Schitterend geschreven weer!

Louise · 18 mei 2005 op 09:49

Je bent een hele bijzondere schrijver, Troy, en dat bedoel ik als een compliment.
De keuze van je onderwerpen en dan de manier waarop je het belicht. Ongelooflijk. Je slaat weggetjes in waar ik werkelijk nog nooit van gehoord heb en toch krijg je me mee.

sally · 18 mei 2005 op 10:51

Zo mooi, dat ik er zelfs even rustig voor ben gaan zitten terwijl ik al lang op m`n werk had moeten zijn.

liefs
Sally

Troy · 18 mei 2005 op 17:44

Wat een rotsituatie Wright. Apart hoe een verhaal zo een hele andere lading kan krijgen. Veel sterkte met je vader.

Grt Troy

Raindog · 18 mei 2005 op 20:32

Troy; wat we nu toch in huis gehaald hebben…

Erg, erg mooi weer. Jeetje, wat een kwaliteit hier de laatste tijd of ben ik de enige die dat zo ziet? Zo ja: lenen mag maar wél beloven dat ik ze weer terugkrijg.

Ik zit even te twijfelen over of dit eigenlijk wel een column is; niet dat ik zulke strikte opvattingen daarover heb trouwens maar laatst bij onze gewaardeerde vriend KingArthur kwam dit ook eens ter sprake. Is het een column of een verhaal? Either way; mijn complimenten. Prachtig gewoon. Maar wacht even, één puntje dan misschien. Het laatste zinnetje had je volgens mij weg moeten laten. Jouw verbeelding was al zo sterk en om het verhaal een extra soort van leeservaringsclimax te geven, had je dat aan de verbeelding van de lezer zelf over kunnen laten: met zijn of haar eigen ogen. Om het minder charmant te formuleren: ik mag toch zelf weten wat ik ervan vind of welke strekking ik eruit wil destilleren? Het verhaal leent zich daar namelijk bij uitstek voor. En tenslotte, zo moeilijk was het nou ook weer niet. Maar kennelijk ben ik hier erg (over)gevoelig voor, iets dergelijks heb ik al vaker bij andere columns op deze site verkondigd.

Volgende track dan:

Sakkerju, het lijkt wel alsof ik afgelopen weekend in Almere ben geweest, zò kritisch ben ik…

😉

Troy · 18 mei 2005 op 21:21

Raindog, ik geef niet snel toe maar ik ben het met je eens wat betreft de laatste zin. Ik heb getwijfeld of ik deze nu wel of niet moest plaatsen, maar het eeuwige dillema van veel schrijvers is misschien toch wel het wel of niet schrappen van zinnen…Hoewel ik er al steeds beter in word lukte het me bij deze zin toch net niet. Bedankt voor de opbouwende kritiek iig. En wanneer is een schrijfsel nu een column of een verhaal? Ik vind het ook moeilijk om hier iets concreets over te zeggen. Ik laat het volledig aan de lezer over 🙂

sally · 18 mei 2005 op 22:28

Nu we er toch op doordrammen.
Ben ik het wel met Raindog eens.
Het was mooier geweest als je de laatste zin had weggelaten.

Ps. Leren we allemaal weer van.
Ik ken het dillemma weglaten of laten staan maar al te goed.

Sally

Troy · 18 mei 2005 op 23:03

Ok redactie, schrappen die laatste zin! 😛

KingArthur · 18 mei 2005 op 23:10

Mooi geschreven, deed mij denken aan een eigen werkje. Hoewel anders benaderd is de boodschap gelijk. Maar als gezegd ik vind deze ook erg mooi.

KawaSutra · 19 mei 2005 op 01:03

Mooi Troy. Alle zinnen zijn in balans. Het klinkt als muziek in m’n oren.

Geef een antwoord