Heel soms ging hij heen omdat hij gewoon vond dat hij heen moest gaan. Omdat het zo hoorde maar vooral omdat hij dat graag wilde. Minimaal twee keer per dag, maar niet zelden nog een aantal keer vaker. Wat dat betreft had hij geluk dat het kerkhof waar zij lag maar tien minuutjes van zijn huis was gelegen. Niet dat de afstand hem veel had uitgemaakt en het dus anders was geweest, maar het scheelde natuurlijk wel. Maar meestal ging hij gewoon heen omdat hij het gemis niet langer kon verdragen. Het zoveel pijn deed, en hij zich zo leeg voelde, dat er nog maar één oplossing was; dicht bij zijn grote liefde zijn. Dicht bij zijn grote liefde móeten zijn. Er was helemaal geen sprake van een weloverwogen keuze. Het moest. Hij kon niet anders. Die dag was het koud en guur geweest maar het was tenminste droog. De kou vond hij nooit echt een probleem, maar regen was hij in de loop van de tijd gaan haten. De grote boom aan de voet van het graf, waar hij zo graag onder plaatsnam, hield dan wel de eerste druppels van een bui tegen, maar tegen al te veel water bleek hij toch uiteindelijk niet bestand. Het was dan geen makkelijke opgave meer, om al te lang op het natte mos te zitten onder aan de stam, starend naar de marmeren steen en verhalen vertellend over zijn belevenissen van die dag. Was het maar alvast weer zomer. Dan nam hij niet eens meer de moeite om steeds op huis aan te gaan. Hij nam een tasje mee met broodjes en een thermoskan met koffie. Voor later op de dag, als de koffie oud was of op, had hij kleine pakjes appelsap. Niet zelden morste hij op zijn kleding als hij het rietje door het aluminium folie drukte, wat het kleine gaatje tot die tijd gesloten had gehouden. Zouden ze daar echt geen andere oplossing voor hebben?

Maar vandaag was het nog te koud geweest voor pakjes appelsap. Vandaag had hij geen thermoskan met koffie mee of broodjes. Enkel zijn schrijfblok en een paar pennen. Nadat hij haar zijn dingen had verteld, de plantjes had verzorgd en de talloze fotolijstjes op de steen had schoongemaakt, ging hij tegen de dikke stam van de oude boom zitten en begon te schrijven. Hij wist dat ze mee las. Dat had ze altijd gedaan en dat deed ze nu nog steeds. Zij was zijn publiek geweest. Al zijn duizenden schrijfsels in de loop der tijd waren, zonder uitzondering, aan haar gericht geweest. En als zij het goed vond, en glimlachend zei ‘dat hij daar echt eens iets mee moest gaan doen’ dan was het goed geweest. Een eenkoppig publiek wiens waardering gelijk stond aan duizenden. De keren dat ze het niks had gevonden (of dit niet zei, maar niet dat standaard advies van haar had uitgesproken) verdween het verhaal direct in de prullenbak. Dan was het niet goed genoeg geweest. Zo simpel lagen toen de dingen.

Nu was het lastiger. Hij kon uren tegen haar praten en al zijn dingen vertellen maar ze sprak niet meer terug. Hij kon schrijven wat hij wilde maar hij hoorde nooit meer ‘dat hij daar echt eens iets mee moest gaan doen’. Maar omdat hij wist dat ze echt wel met hem mee las, bleven zijn verhaaltjes komen. En voor de zekerheid gooide hij niets meer weg. Met de achterkant van zijn pen tegen zijn lippen en het schrijfblok op zijn knieën keek hij naar de talloze foto’s en allerlei verschillende lijstjes op de keurig onderhouden marmeren steen. Het was een overzicht van hun leven samen. Toen alles nog was zoals het hoorde te zijn. Toen iedere dag de zon scheen, hoe vroeg op de dag deze ook onderging en hoe mistroostig de dagen ook leken te zijn. Haar warmte was zijn zon. Haar ogen het licht. Haar karakter en liefde de eeuwigdurende zomer. Zou het mogelijk zijn te sterven door het gemis van je grote liefde? Zou daar een verhaal inzitten? En zo begon hij te schrijven.

Over een man die alleen stond. Over een man die stond in een veld van enkel modder met hier en daar restanten dood en verdord gewas. Eerst zag je van dichtbij het wanhopige gezicht van de man. De van verdriet rood doorlopen ogen en de rimpels van jaren in zijn gezicht. Dan was het beeld van iets meer afstand. Van een figuur met afhangende schouders en licht gekromde rug. Nog steeds was de trieste uitdrukking op zijn gezicht duidelijk zichtbaar, maar kreeg het aanvulling middels een lichaam dat niet meer leek te willen. Die het had opgegeven voor de eigenaar het goed en wel had doorgehad. Later was het een silhouet op een donkere achtergrond van diepzwarte aarde en nog weer later een stip middenin een oneindig lijkende donkere massa die reikte tot verder dan het oog kon zien. Zou dit verhaal zijn eenzaamheid uitdrukken? Zou iemand het begrijpen? Zou zij, terwijl ze over zijn schouder mee las, zijn verhaal begrijpen?

Zijn ogen gingen weer over de met foto’s gevulde lijstjes, die tezamen een reconstructie van hun leven samen vormden. Hij leek er één te missen. Een foto die de basis vormde van alles. Die het grote begin was geweest. Je kunt voor een race geen foto maken van de winnaar. Simpelweg omdat je van tevoren niet weet wie de winnaar gaat worden. Maar toch zou juist die foto hier moeten staan. Uit zijn tas haalde hij twee lege fotolijstjes. De één was het symbool van het begin en de ander, die hij plechtig op de glanzende steen plaatste, was het einde. Hun einde. En zij beiden zouden geen lege lijst zien, maar juist kleurrijke foto’s van momenten die nooit vergeten mochten worden. Beelden van de twee belangrijkste momenten van twee mensen die zielsveel van elkaar hielden. Toen zij nog de zon geweest was. Zijn licht. Toen zij nog de helft was van een ‘samen’.

Met zijn rug tegen de dikke stam van een boom die al zovele had overleefd, sloot hij zijn ogen nadat hij nog éénmaal haar naam hardop had genoemd. Hij stierf aan haar graf met een schrijfblok op zijn knieën. Tevreden en in alle rust. Want ze had met hem meegelezen en gezegd, gefluisterd, dat hij met dit verhaal echt iets moest gaan doen. Dat hij zijn eenzaamheid los moest laten en dat het zo wel goed was geweest. Haar handen hadden de zijne even gepakt en zijn oren kriebelden prettig, door haar ademhaling, terwijl ze tegen hem sprak. Hij liet de eenzaamheid los en was niet langer een stip middenin een oneindig lijkende donkere massa. De opkomende wind speelde met de pagina’s van zijn schrijfblok en toonde, aan niemand meer in het bijzonder, de ene liefdesbetuiging na de andere. En in de laatst geplaatste lege fotolijst verscheen langzaam het plaatje van een man die stierf, onder een oude boom, aan het graf van zijn enige echte grote liefde. De eerste lijst bleef leeg omdat zij wisten hoe het zat, en ze vanaf dit moment geen foto’s meer nodig hadden.

[url=http://hetwakendoog.blogspot.com/2009/01/heel-soms-ging-hij-heen-omdat-hij.html]Het Wakend Oog[/url]

[email]hetwakendoog@hotmail.com[/email]

Categorieën: Liefde

8 reacties

pally · 6 juli 2009 op 15:06

Je tweede column hier, Wakend oog en ik moet bekennen dat ik voorkeur heb voor je eerste.
Toch zie ik ook hier dat schrijven je ligt. Naar mijn idee heb je hier te veel alles willen beschrijven, waardoor je in herhaling valt en het heel erg lang wordt.
Met de eerste alinea had ik veel moeite omdat je het daar steeds hebt over ‘heengaan’ (wat weggaan betekent) in plaats van ‘er heen gaan’.
Pas ook op voor te larmoyante sentimentaliteit. Daar leunt het volgens mij zwaar tegen aan.
succes met je volgende,

groet van Pally

arta · 6 juli 2009 op 16:03

Ik ben het eens met Pally.
Bijvoorbeeld: De eerste 4 zinnen hadden gewoon in één zin samengevat kunnen worden zonder dat het in het verhaal gemist wordt, en zo zijn er wel meer voorbeelden in de tekst…
Ik ben het ook eens met het feit dat je kunt lezen dat het schrijven er wel bij je inzit!:-)

Mien · 6 juli 2009 op 16:34

Ik kan dit wel waarderen.
Wie schrijft die blijft wordt hier in een compleet ander kader geplaatst.
In wanhoop probeer je zoveel mogelijk letters en woorden te vangen om toch het grote verlies een beeltenis te geven.

Mien (verft ook wel eens door dikke wol)

SIMBA · 6 juli 2009 op 16:58

Een beetje langdradig maar zeker niet slecht!
Vooral doorgaan Wakend oog!

Chris · 6 juli 2009 op 22:05

Wat een weergaloos verhaal. Wat een gevoel. Ik kan je vertellen: dit komt binnen!! Iedere technische beschrijving of kritiek mist volledig waar het hier om gaat.

Wennie · 6 juli 2009 op 23:00

Met zoveel gevoel geschreven..

Erg mooi! :duimop:

lisa-marie · 6 juli 2009 op 23:05

waar het om gaat en wat je wilt vertellen wordt zeker duidelijk maar kan mij volledig in Pally en Arta vinden.

Op naar de volgende, want die ga ik zeker lezen.

axelle · 7 juli 2009 op 13:48

Lang maar niet volledig naar Langdradig overhellend.
Kwantiteit en kwaliteit.
Axelle

Geef een antwoord