Afgelopen week zou mijn jongste broer 43 jaar zijn geworden, maar hij is al bijna twee jaar dood. Ik denk nog voortdurend aan hem, vooral aan de tijd die we deelden in onze jeugd. Het is een absurd, paradoxaal gevoel dat ik nog wel besta en hij niet. Ik herinner me hem, maar de herinnering die hij aan mij had is met hem verdwenen. Als iemand sterft, sterft er ook een wereld. En als je in die wereld een betekenis had, ben je die op slag kwijt. Wat mijn broer van me vond, de wijze waarop hij met me omging, de vertrouwelijke band die ik met hem had, de steun die hij me gaf, ze zijn voorbij en voor mij een aanhoudend gemis. Aan de andere kant blijf ik vol met beelden van hem en richten zich mijn gedachten bewust en onbewust naar hem. Maar ik weet er geen raad mee, ik kan mijn aandacht niet meer op hem richten, de liefde die ik nog voor hem voel, blijft doelloos en onbeantwoord. In mijn dromen is hij zelfs prominent aanwezig, misschien omdat ik er overdag zo weinig mee kan en het denken aan hem onderdruk.

Met zijn dood is ook een stuk van mij begraven dat in hem lag, maar een levend deel dat in me zit sterft voortdurend zonder dood te gaan, het kan pas dood gaan als ik op mijn beurt overlijd. Dat is een pijnlijk proces, en voor sommigen zo pijnlijk dat het de eigen dood versnelt vanwege een sterk verlangen, samen te vallen met de geliefde persoon of personen die men heeft moeten begraven of cremeren. Dit is ook een reden, dat het ergste van alles het verlies van een kind is, een kind dat uit je geworden is en dat je bijna helemaal hebt gemaakt tot wat het is. De dood van een kind is een amputatie van een deel van de ziel van de ouder, een wezenlijke aderlating, als een tak die van een boom losscheurt.

Ik heb vaker meegemaakt, dat een dierbaar iemand stierf, zoals mijn vader toen ik dertien jaar oud was. Ik verkeerde altijd in de veronderstelling, dat ik het daarmee slechter getroffen had dan mensen die hun ouders op volwassen leeftijd verliezen. Door de dood van mijn broer ben ik hier echter anders over gaan denken, het is misschien zelfs veel erger als je je vader of moeder verliest als ze ook in jaren zo’n wezenlijk deel van je leven hebben bestaan. Ik was nog jong en had niet die last van zoveel herinneringen aan hem, van ervaringen die we hadden gedeeld. Met mijn vader ging niet zo’n groot deel van mezelf verloren als nu is gebeurd met mijn broer, die me ruim veertig jaar heeft meegemaakt. Het rouwproces is navenant zwaarder te verduren, ook omdat mijn toekomst nu korter zal zijn en ik weinig vooruitzicht heb op ervaringen die de oude zullen overtreffen in betekenis of zin. Hoe ouder ik word, hoe moeilijker het in feite te aanvaarden is dat iemand die altijd bij mij is geweest er niet meer is. Dat is ook het ontzettend wrede van het verlies van een kind, de wereld die je mede hebt opgebouwd en door wil geven stort in. Steeds meer van die wereld stort in naarmate je ouder wordt, reden ook dat ik mensen die hoogbejaard worden niet benijd.

Doordat mijn vader vroeg is gestorven, heb ik altijd wel de neiging gehad, steun te zoeken bij vaderlijke mensen, zoals professoren tijdens mijn studie. Wrede speling van het lot, maar de mannen waarbij ik die steun vond, overleden onverwacht vroeg en lieten mij weer met een gevoel van wanhoop achter. Andere mannen waarmee ik het goed kon vinden en waaraan ik me kon optrekken, zochten hun heil in het verre buitenland. Dit is in feite de rode draad van mijn leven: telkens probeer ik een vervanging van mijn vader te vinden, maar als ik hem vind, ontvalt hij me weer veel te vroeg. Als gevolg hiervan kost het me veel moeite, weer vertrouwen in iemand te stellen, steun te zoeken bij andere mannen – terwijl dat de crux is om van mijn depressie te herstellen, zoals ik in een eerdere column column heb beschreven.

Ongeacht de pijn die het steeds weer geeft als iemand sterft waar je zeer aan hecht, ongeacht het gegeven dat een deel van je leven daarmee verdampt, zit er niets anders op om contact te blijven maken, het bestaan tot in de kern te blijven delen, en wel omdat het alternatief bloedeloos is en zich nauwelijks van de dood zelf onderscheidt: de complete isolatie, de volstrekte eenzaamheid.

Als je depressief bent, ben je zo op jezelf gericht dat je vaak vergeet dat je ook in anderen leeft, ja, dat het leven vooral erin bestaat, dat je in anderen leeft, en dat de anderen in jou leven. Wat zou je zijn als je je ervaringen als een filmcamera opslaat en niemand ze ooit ziet? Leven uit zelfbehoud is soms noodzakelijk, maar wie werkelijk als mens iets beleven wil, let daar niet op.


9 reacties

Irma · 26 mei 2004 op 17:44

Ik wil hier eigenlijk heel veel op zeggen. Bij iedere alinea…

Ik doe het toch niet; niet de plaats, niet de tijd.
Je blijft schrijven. Mooi, goed van je!

Toch nog even dit: heb je al contact gelegd met al ‘die mannen’ die in jou zelf wonen en waarvan er minstens één jouw ‘vader’ is of kan zijn? Hij is namelijk springlevend…

Ma3anne · 26 mei 2004 op 19:06

Afscheid nemen van dierbaren begint al bij onze geboorte…
Het ermee om leren gaan is een levenskunst die we ons allemaal eigen moeten zien te maken.
Niet gemakkelijk…

sally · 26 mei 2004 op 21:22

Je hebt soms van die mensen die alle ellende op hun bordje krijgen. Dat gevoel krijgen we van jou via jouw columns
Maar het is waar wat je zegt. Een kind verliezen is heel erg…Maar ook een geliefde broer of vader.Dat ligt heel persoonlijk wat je het meest aangrijpt.Ik hoop voor je dat je mensen om je heen kunt verzamelen die je nog wat vreugde kunnen brengen. En steun bij al je sombere gedachten.
veel liefs sally
ps. het is voor jou wel lekker dat je alles zo goed kunt verwoorden. Ik heb je column met volle interesse gelezen.

pepe · 27 mei 2004 op 20:48

[quote]het ergste van alles het verlies van een kind is, een kind dat uit je geworden is[/quote]

En toch bestaat er nog een heel mooi leven na zo’n verlies.

Elk verlies van een dierbare is pijnlijk, maar het hoort ook zo bij het leven.
Je beschrijft het weer zo goed, blijf schrijven.

mee met de wind

een traan om jou
omdat ik van je hou
met mijn ogen dicht
zie ik weer je gezicht

mooi meisje, lief kind
je ging mee met de wind
zo lief, zo zacht en teer
nu ben je er niet meer

maar in donkere nachten
ben je in mijn gedachten
een ster geeft mij een lieve lach
blij met de herinnering aan die ene dag

een stukje van mama nam je mee
je gaf mij een deeltje van jezelf
vooral altijd zijn we samen verbonden
‘t leven hier gaat verder zonder jou

peetje
02-11-2001

sally · 27 mei 2004 op 21:31

heel mooi gedicht
het bezorgde me kippenvel pepe
sally

depriman · 27 mei 2004 op 23:29

Bedankt voor de reacties, en met name Pepe voor het gedicht.
Irma, ik weet niet precies wat je met die springlevende vader in mij bedoelt. God is het in elk geval niet, althans daar geloof ik niet in.
Sally, ik ben inderdaad blij dat ik schrijven kan, of me hoe dan ook uiten kan, maar het heeft lange tijd geduurd voor ik het durfde te delen met anderen.
Groeten,
depriman

Eftee · 27 mei 2004 op 23:36

Heel langzaam leer je ermee om te gaan. Je kunt er gelukkig over schrijven.

Irma · 29 mei 2004 op 01:18

Depriman, ik bedoel hiermee zeker niet God, maar alle mensen waar jij mee bent opgegroeid en waar je toch dingen van opgepikt hebt…
Die worden deel van jou, zo ook je broer.
Ik heb ervaren dat je die ‘personen’ (c.q. delen) gewoon kunt oproepen en dat geeft absoluut het gevoel dat deze mensen niet ‘weg’ zijn, maar nog steeds voortleven. Zij het in jou zelf 😉

WritersBlocq · 11 oktober 2005 op 22:11

Inderdaad, daar ben ik het helemaal mee eens…

Geef een antwoord