Leven doe je nú

Met de ouderdom, zo lijkt het, slijt het vermogen nieuwe dingen te ontdekken en nieuwe ervaringen op te doen. Alles valt steeds meer in de routine van alledag. De ene dag onderscheidt zich nauwelijks meer van de andere, de gewoonten die je jezelf hebt aangemeten gaan zonder discussie aan de haal met de tijd en vele jaren later kom je misschien tot het inzicht dat alles voor niets is geweest of niet heeft opgeleverd wat je ervan had verwacht.

Schijnvertoning

Afgelopen maandag ben ik op bezoek geweest bij een expositie van het Centraal Museum in Utrecht, die de veelzeggende titel “Dollen aan de overkant” meekreeg. De overkant is namelijk het bij het museum getrokken gebouw van de voormalige Willem Arntszstichting. Het heette vroeger dan ook het ‘dollenhuis’ van de stad Utrecht en tot in mijn schooljaren werd je ermee geplaagd als je een domme opmerking maakte of raar gedrag vertoonde – dan was je rijp voor de Agnietenstraat, de straat waar het pand huisde. Inmiddels zijn alle instellingen van de geestelijke gezondheidszorg in stad en provincie Utrecht opgenomen in een grote overkoepelende organisatie, de stichting Altrecht.

Sombere waarheid?

Wie de dingen somber inziet, heeft er hoogstwaarschijnlijk een juiste kijk op. Het leven houdt een keer op en de laatste jaren van een bestaan zijn zelden zonder ellende, verdriet en pijn. De medische wetenschap heeft vooral het lijden verlengd, de mogelijkheid om met allerlei gebreken te blijven voortleven. Maar om dat leven zin te geven schiet iedere wetenschap tekort.

Het eind der tijden staat vast

Sinds onheugelijke tijden verwondert de mens zich over het ontstaan en vergaan van het leven en de wereld. Niet alleen het begin van alles, maar ook het eind der tijden is onderwerp geweest van meer of minder filosofische bespiegelingen. Er is geen religie of zij heeft zich een uitgesproken idee of saillant beeld gevormd van de oorsprong en het doel van het bestaan. Daarbij zie je vaak dat het aardse leven als overgangsfase wordt beschouwd, als een straf die je moet uitzitten of als een leerproces dat je moet ondergaan. Het ultieme doel is het bereiken van een paradijselijk leven of een nirwana waarin niets meer hoeft en alles futiel is. En wie zich niet aan deze religieuze orde der dingen houdt, zal branden in de hel of eeuwig blijven ploeteren in het moeras van de ondeugd.

Gelijke monniken, ongelijke kappen

Ik weet niet hoe het u vergaat als u een afspraak heeft met een ambtenaar bij een of andere instantie, maar ik voel me dan altijd bloednerveus. Ik ben bevreesd volstrekt verkeerd begrepen te worden en mijn situatie niet goed uit de doeken te kunnen doen. Het zal niet de eerste en niet de laatste keer zijn dat de ambtenaar in kwestie een verkeerde en voor mij fnuikende beslissing neemt. In mijn geval heb ik vooral te maken met de ambtenaren van de sociale dienst en staat mijn inkomen op het spel, dus er is vrijwel altijd alle reden toe om héél, héél waakzaam te zijn. Want wie bijstand ontvangt in Nederland wordt bij voorbaat behandeld als een crimineel totdat het tegendeel is bewezen, zo heb ik twee keer aan den lijve mogen ondervinden.

De hel op aarde

Meestal schrijf ik niets over actuele gebeurtenissen in mijn columns, maar deze keer moet ik een uitzondering maken, omdat wat is gebeurd in Beslan (Ossetië, Rusland) met de gijzeling door Tsjetsjenen van volstrekt onschuldige schoolkinderen me zo aangrijpt, dat ik moeite heb om me op iets anders te concentreren.

Loon naar werken

Zoals ik eerder heb verteld, ben ik op dit moment in een deeltijdbehandeling van een psychiatrisch centrum. Een van de therapieën die ik volg is tuintherapie. Dit houdt in dat ik samen in een groep elke woensdagmiddag in een tuin ga werken van mensen die ik verder niet ken, maar die ingegaan zijn op het aanbod van de tuingroep van het regionaal psychiatrisch centrum om te komen werken van ‘s middags 1 tot half 4. Men doet dit ongetwijfeld vanuit het nobele streven, de geestelijk zieke medemens toch een zinvolle besteding te bieden, dan wel te laten participeren aan het leven in het algemeen.
Aangezien het psychiatrisch centrum is gevestigd op de Utrechtse Heuvelrug, met haar villadorpen rondom Zeist, is er aan klandizie dan ook geen gebrek. De tuinen die we onder handen nemen hebben een grootte van tenminste een volleybalveld, maar er zijn er ook bij met een oppervlakte van een voetbalveld.

De scheiding van de dood

Afgelopen week zou mijn jongste broer 43 jaar zijn geworden, maar hij is al bijna twee jaar dood. Ik denk nog voortdurend aan hem, vooral aan de tijd die we deelden in onze jeugd. Het is een absurd, paradoxaal gevoel dat ik nog wel besta en hij niet. Ik herinner me hem, maar de herinnering die hij aan mij had is met hem verdwenen. Als iemand sterft, sterft er ook een wereld. En als je in die wereld een betekenis had, ben je die op slag kwijt.

Aansluiting

Ruim een jaar geleden ging het ineens helemaal mis met me, ik viel bijna van de ene op de andere dag in een diepe depressie, ik kon niet of nauwelijks slapen en eten en was heel geagiteerd en geëmotioneerd, ik moest bijna elk uur van de dag huilen en alles overweldigde me in zo’n sterke mate dat het leven me een vreselijke kwelling was en ik sterk naar de dood verlangde.

Zoutarme mijmeringen

Ondanks minder goed nieuws over mijn gezondheid, merk ik toch dat mijn stemming verbetert. Het minder goede nieuws is dat mijn bloed niet in orde is, er is een ernstig zouttekort geconstateerd, wat een teken van een chronische ziekte zijn kan. Het verklaart alvast waardoor ik me de laatste tijd zo snel uitgeput voel.

Verstikking versus opruiming

Het verwondert me elk jaar weer rond deze tijd waar al die bomen en struiken en planten de energie vandaan halen om na maanden van kou en somberheid zo overtuigend en massaal uit te lopen. Binnen een week is de omgeving een zee van groen geworden, het licht heeft een heel andere, donkere toon gekregen; de zonnestralen hebben niet meer de scherpte van een citroen, maar gelijken veeleer op de zoete schijn van een sinaasappel.

Oproep

Sinds enige tijd tracht ik zo te leven, dat het desolate gevoel dat de eenzaamheid met zich meebrengt meer en meer verdwijnt. Hoewel ik eenzaamheid goed verdraag en ik vele jaren van mijn leven niets anders wilde dan me steeds verder te isoleren, ben ik nu op een punt gekomen dat ik me niet meer wens te verbergen. Misschien komt het omdat ik besef, dat ik weinig te verliezen heb; ik heb van dichtbij meegemaakt hoe snel het leven voorbij kan gaan, en het is me dan ook een lief ding waard als het me lukt zoveel mogelijk te delen met anderen.